1999/3 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Vereniging 'Niks aan de hand'

tegen

de hoofdredactie van het Limburgs Dagblad

Bij brief van 29 september 1998 met 4 bijlagen heeft de vereniging Niks aan de Hand te Valkenburg aan de Geul (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad (betrokkene).
Hierop heeft H. Goessens, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 14 oktober 1998.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 december 1998, buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

De Vereniging 'Niks aan de Hand' heeft ten doel het behoud en herstel van het historische karakter van Valkenburg, het bevorderen van een goed leefmilieu voor eigen inwoners en gasten en het leveren van een bijdrage aan het welzijn van de gemeenschap Valkenburg. Zij werkt aan dit doel door onder meer het gemeentebestuur van Valkenburg kritisch te volgen. In Dagblad De Limburger verscheen begin augustus 1998 een bericht over de overlast in het centrum van Valkenburg en het gebrek aan inzet van de politie. Klaagster heeft zich naar aanleiding hiervan tot burgemeester Nuytens van Valkenburg gewend, met een verzoek om opheldering over aantal en inzet van agenten in de nacht en avond.
Het Limburgs Dagblad publiceerde op 7 augustus 1998 een artikel van de hand van Math Wijnands met de kop 'Nuytens is moe van opgeklopte verhalen'. In het artikel wordt klaagster aangeduid als de immer 'kritisch meedenkende' Valkenburgse werkgroep Niks aan de Hand, die, evenals de raadsfractie van de Socialistische Partij brandbrieven gestuurd zou hebben, met het verzoek om extra maatregelen en politie-inzet.
Op 11 augustus 1998 publiceerde de krant een hoofdredactioneel commentaar, met de kop 'Rumoer om weinig'. Dit bevatte onder meer de volgende, voor de onderhavige klacht relevante passages:
Het begon vorige week met een reactie van de werkgroep Niks aan de Hand, die na welgeteld één vechtpartij via de pers een oproep deed voor extra politie-inzet.
Het is de vraag wat deze groeperingen, die zich in het Geulstadje zo ongeveer met alles bemoeien, met deze acties proberen te bereiken. Is het uit oprechte bezorgdheid over de leefbaarheid van Valkenburg. Of is het scoren in de pers een doel op zich geworden?

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van mening dat beide artikelen in het Limburgs Dagblad onnodig krenkende en beledigende uitlatingen aan haar adres bevatten. In het hoofdredactioneel commentaar wordt klaagster afgeschilderd als een zogenaamd kritisch meedenkende groepering. In feite wordt haar de schuld in de schoenen geschoven van het nachtelijk rumoer in Valkenburg, aldus klaagster. In het artikel van 7 augustus staan bovendien enkele feitelijke onjuistheden. Klaagster heeft geen brandbrieven gestuurd en evenmin druk uitgeoefend op de burgemeester. De journalist heeft voorafgaand aan de publicatie geen contact gezocht met het bestuur of met leden van de vereniging.

Betrokkene stelt dat het artikel geen grove onjuistheden of vermeende aantijgingen bevat. De kwalificatie 'kritisch meedenkend' is ontleend aan de werkgroep zelf. Van enige noodzaak tot wederhoor is volgens betrokkene geen sprake. Het commentaar van 11 augustus bevat een persoonlijke mening.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is gericht tegen het volgens klaagster grievende karakter van bepaalde passages in het artikel. Daarnaast wordt geklaagd over enkele onjuistheden en over het achterwege blijven van hoor en wederhoor.
Naar het oordeel van de Raad zijn de door klaagster aangehaalde (kritische) passages in het artikel en in het commentaar niet beledigend of krenkend. Van wezenlijke onjuistheden is niet gebleken, zij het dat het artikel van 7 augustus onvoldoende onderscheid maakt tussen de reactie van de raadsfractie van de Socialistische Partij en de kennelijk gematigder reactie van klaagster.
Ofschoon het journalistiek zorgvuldiger zou zijn geweest als voor de publicatie van 7 augustus de werkgroep om nadere inlichtingen was gevraagd en dit ook tot uitdrukking was gebracht in de tekst, kan niet gezegd worden dat in dit geval de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Limburgs Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr. G. Dullens, prof. mr. E.C.M. Jurgens en J.A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-03