1999/23 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

redactie Hart van Nederland (SBS6)

Bij brief van 4 september 1998, gevolgd door een brief van 29 december 1998 heeft X te V (klager) een klacht ingediend tegen de redactie van Hart van Nederland (betrokkenen). Bij de klacht was een video-opname gevoegd.
Hierop heeft de heer J. Mentens, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 9 februari 1999. Klager heeft daar weer op gereageerd bij brief van 28 februari 1999 met 4 bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 maart 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

SBS6 zond op 15 juni 1998 het programma Hart van Nederland uit, waarin een korte reportage te zien was over het slachtoffer van een stalker. Het betrof een 13-jarig meisje uit IJmuiden, die volgens haar moeder werd achtervolgd en lastiggevallen door een man. De man zou al enkele malen door de politie naar een inrichting zijn gebracht, maar nog steeds vrij rondlopen. De naam noch andere aanduidingen van de identiteit van de man werden genoemd, zijn stem was niet hoorbaar en hij werd ook niet in beeld gebracht.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft zichzelf herkend als de van stalking beschuldigde man. Hij stelt op 11 juni 1998 door de rechter hiervan te zijn vrijgesproken. Hij zou de dupe zijn van een roddelcircuit in de buurt waar het meisje woont. Klager is van tevoren niet op de hoogte gesteld van de inhoud van het programma. Hij is ook niet benaderd voor wederhoor. De redactie kende zijn verhaal, omdat hij naar aanleiding van een in 1997 tegen hem gevoerde lastercampagne zelf contact met de programmamakers had opgenomen. Desondanks is zijn verhaal niet gebruikt en is er gekozen voor het verhaal van het meisje. Klager heeft in een annonce in de IJmuider Courant op 17 oktober 1998 bekend gemaakt dat alle verhalen op laster berusten. Kort daarna werd er een steen door zijn ruit gegooid.

Betrokkene meent dat klager in de uitzending niet te herkennen was. De reportage ging ook niet over hem maar over het effect van stalking op een kind en haar familie en over het hiaat in de wetgeving met betrekking tot stalking. Er kwam een deskundige aan het woord die van mening is dat stalkers eerder als zieken dan als misdadigers gezien moeten worden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Na kennisname van de bandopname van de uitzending is de Raad tot het oordeel gekomen dat betrokkene alles heeft gedaan om herkenbaarheid van de stalker over wie het ging, te voorkomen. Het programma bevat geen enkele aanwijzing over diens identiteit. Dat mensen uit de omgeving van het slachtoffer die identiteit kennen, kan niet het gevolg zijn van de gewraakte uitzending. Een verband tussen de uitzending en de agressie tegen klager is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma Hart van Nederland.

Aldus vastgesteld door de Raad op 26 april 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. G. Dullens, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur, en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-23