1999/22 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C. Chanou

tegen

de hoofdredactie van het blad Uitleg

Bij brief van 27 november 1998 met 1 bijlage heeft de heer C. Chanou te Den Haag (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het tijdschrift Uitleg (betrokkene).
Hierop heeft de heer H.M. Brons, namens de directie Voorlichting van OC en W, gereageerd in een brief van 22 januari 1999. Klager stuurde naar aanleiding op 12 februari 1999 een schriftelijke reactie.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 maart 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Uitleg is het officiƫle voorlichtingsblad van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het tijdschrift wordt wekelijks kosteloos verspreid onder scholen in Nederland, wetenschaps- en onderzoeksinstellingen, cultuurinstellingen en andere instellingen die een directe (bekostigings)relatie onderhouden met het departement.
Nummer 22 van het blad, van 30 september 1998, bevatte een bericht over de wijze waarop achterstandsleerlingen worden 'gewogen' opdat de scholen in aanmerking kunnen komen voor extra personeel. Naast dit bericht stond een foto van drie kinderen, de kinderen van klager. De foto was niet voorzien van een bijschrift.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat de foto zonder toestemming is genomen en gepubliceerd. Omdat de foto is geplaatst bij een artikel over de achterstand van allochtone kinderen krijgt hij binnen zijn gemeenschap het verwijt dat hij medewerking heeft verleend om de foto van zijn minderjarige kinderen te gebruiken als voorbeeld van die gemeenschap. In zijn cultuur is volgens klager sprake van sociale, naar klager kennelijk bedoelt: strenge controle.

De foto is volgens betrokkene een archieffoto van drie kinderen van allochtone afkomst, die van school op weg zijn naar huis of andersom. De redactie heeft de foto zonder specifieke bijbedoelingen gebruikt om het bericht te illustreren. De term 'achterstandsleerling' in het bericht is volgens betrokkene een louter objectief begrip, zonder bijklank, dat ook wordt gehanteerd in de wet- en regelgeving. In het bericht wordt niemand gestigmatiseerd, laat staan dat er over allochtone kinderen een negatief oordeel wordt uitgesproken. Het oudste op de foto afgebeelde kind zou impliciet toestemming hebben gegeven voor het maken van de foto, nadat de fotograaf zich bekend had gemaakt en zijn bedoeling uiteen had gezet. Klager is door de publicatie op geen enkele wijze in zijn belangen geschaad, aldus betrokkene.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het betreft hier een foto van drie minderjarige kinderen, die zonder toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger is gepubliceerd.
De Raad acht aannemelijk dat klager, zoals deze stelt, door de publicatie is geschaad doordat hem binnen zijn sociale groep wordt verweten dat hij een foto van zijn allochtone kinderen heeft laten gebruiken voor een artikel over de 'weging' van achterstandsleerlingen en aldus heeft meegewerkt aan het scheppen van de indruk dat allochtone leerlingen vrijwel steeds ook behoren tot de groep der achterstandsleerlingen. Dit in aanmerking genomen heeft betrokkene door zonder toestemming tot publicatie over te gaan, gehandeld in strijd met hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het tijdschrift Uitleg te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 26 april 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. G. Dullens, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-22