1999/17 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

E.J. Brand

tegen

de hoofdredacteur van de Apeldoornse Courant

Bij brief met twee bijlagen van 25 november 1998 heeft mevrouw E.J. Brand te Apeldoorn (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Apeldoornse Courant (betrokkene). Hierop heeft de heer S. de Visser, adjunct-hoofdredacteur Wegener Uitgeverij Gelderland-Overijssel, gereageerd in een brief van 16 december 1998.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 februari 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klaagster heeft op 10 november 1998 een ingezonden brief gestuurd aan de Apeldoornse Courant, waarin zij kritiek uit op het asielbeleid in Nederland. Zij noemt in dat verband ook de zogenaamde 'Koppelingswet', die tot gevolg heeft dat uitgeprocedeerde asielzoekers geen recht meer hebben op sociale voorzieningen.
De brief is door de redactie bewerkt en gepubliceerd op 13 november 1998. Betrokkene heeft een verzoek van klaagster om alsnog haar originele brief te plaatsen niet gehonoreerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is het oneens met de wijze waarop haar brief is aangepast voor publicatie.
Het stoort haar in het bijzonder dat in de publicatie de WAO, die zij in haar brief noemt als voorbeeld van 'labiel beleid', in één adem wordt genoemd met de Koppelingswet, die zij heeft genoemd ter illustratie van het in haar ogen inhumane asielbeleid. Klaagster vindt dit verwarrend en is van mening dat dit niets te maken heeft met redigeren.

Betrokkene wijst erop dat de krant zich het recht heeft voorbehouden een ingezonden brief te redigeren, in te korten of niet te plaatsen. Door de aanpassingen in de brief van klaagster won de brief aan duidelijkheid en kreeg de essentie meer reliëf. Betrokkene kan zich niet voorstellen dat daarmee inbreuk gemaakt is op de integriteit van klaagster.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Een krant heeft in beginsel het recht om ingezonden brieven te redigeren.
De brief van klaagster is slechts in geringe mate bekort. De Raad beschouwt de gepubliceerde brief als een adequate samenvatting waarin de essentie van de oorspronkelijke brief volledig overeind is gebleven.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Apeldoornse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 maart 1999 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. G. Dullens, mr. A.J. Heerma van Voss, mw. A.G. Scherphuis en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van Mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-17