1999/12 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Ouderraad Kinderdagverblijf Krisj Krasj Kresj

tegen

TV 8 Brabant

Bij brief van 29 oktober 1998 heeft E. Lemmers te Tilburg, namens de Ouderraad Kinderdagverblijf Krisj Krasj Kresj (klager) een klacht ingediend tegen de omroep TV8 Brabant (betrokkene).
Hierop heeft J. van Uffelen, directeur-hoofdredacteur van TV8 Brabant, gereageerd in een brief van 4 november 1998 met 2 bijlagen.
Bij brief van 11 januari 1998 heeft mevrouw L. de Jong, directeur van het Kinderdagverblijf, laten weten de klacht van de Ouderraad te ondersteunen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 januari 1999.
Klager heeft daaraan voorafgaand laten weten niet aanwezig te zullen zijn. Namens TV8 Brabant verschenen de heer Van Uffelen en programmamaker L. Donders.
De Raad heeft ter zitting een video-opname bekeken van de uitzending waarover werd geklaagd.

Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft de behandeling van de zaak plaatsgevonden door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In oktober 1998 kwam het Kinderdagverblijf Krisj Krasj Kresj in het nieuws vanwege vermoedelijke seksueel misbruik bij kinderen op het dagverblijf, gepleegd door een van de groepsleidsters. Naar aanleiding van een publicatie in het Brabants Dagblad hebben verslaggevers van TV8 op woensdag 7 oktober 1998 contact gezocht met de directie van het kinderdagverblijf. De directrice heeft hen laten weten geen medewerking te willen verlenen aan publiciteit over de zaak. Vervolgens zijn de verslaggevers naar het kinderdagverblijf gegaan en hebben daar binnen opnamen gemaakt. Teamleidsters hebben de verslaggevers herhaalde malen duidelijk gemaakt dat zij niet voor de camera wilden reageren en hen verzocht het pand te verlaten. Ook de directrice, met wie ter plaatse telefonisch contact werd opgenomen, heeft de verslaggevers verzocht weg te gaan. De gemaakte opnamen zijn diezelfde dag uitgezonden, gevolgd door commentaar van de directeur van de gemeentelijke koepelorganisatie waaronder het kinderdagverblijf valt en van een lid van de Ouderraad.
Inmiddels is het onderzoek afgerond en bleken de vermoedens van seksueel misbruik ongegrond.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat betrokkenen zich schaamteloos, zonder toestemming en zonder enige terughoudendheid toegang hebben verschaft tot het kinderdagverblijf en aldaar onrust en opschudding hebben teweeggebracht bij de aanwezige kinderen en teamleidsters. De zorgvuldige wijze waarop directie en leiding met deze gevoelige zaak zijn omgesprongen, is door de negatieve en sensatiezuchtige manier van verslaggeving weer grotendeels tenietgedaan, aldus klager.

Betrokkenen stellen dat er geen sprake was van een verbod om het kinderdagverblijf binnen te treden danwel binnen het gebouw opnamen te maken. De directrice had uitsluitend gezegd dat zij TV8 niet te woord wilde staan. De eindredacteur zou in het onderhoud met de directrice hebben aangekondigd dat er een cameraploeg naar het kinderdagverblijf zou komen. Nu de verantwoordelijke leiding niet bereid was commentaar danwel openheid van zaken te geven, was het volgens betrokkenen volstrekt verdedigbaar dat getracht werd essentiële informatie op andere wijze te verkrijgen. De verslaggevers zijn daarbij het gebouw op een normale manier binnen gegaan en hebben het ook weer rustig verlaten, na een gesprek met één van de teamleidsters.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Een kinderdagverblijf is een besloten ruimte, waar de aanwezigheid van vreemden doorgaans niet op prijs wordt gesteld. De directrice had betrokkenen voorafgaand aan hun bezoek aan het kinderdagverblijf laten weten dat zij geen medewerking wilde verlenen aan publiciteit. Betrokkenen hadden daaruit kunnen opmaken dat zij niet welkom waren op het kinderdagverblijf. De teamleidsters hebben bovendien onverbloemd aan de verslaggevers te kennen gegeven dat zij niet voor de camera wilden reageren en hen verzocht weg te gaan. De Raad stelt vast dat betrokkenen het kinderdagverblijf zonder toestemming zijn binnengegaan en daar, eveneens zonder toestemming, opnamen hebben gemaakt.
De Raad heeft zich al eerder uitgesproken over overvaljournalistiek, als waarvan hier sprake is. Vanwege het intimiderende karakter ervan acht de Raad deze werkwijze slechts geoorloofd indien die nodig is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en wanneer daarvoor geen ander middel openstaat. (WZHO/Storms J95/14 en Koster/Frequin J98/21) Zo'n situatie doet zich hier niet voor. Wat er gaande was binnen het kinderdagverblijf was immers al bekend uit de publicatie in het Brabants Dagblad. Het belang van deze kwestie rechtvaardigde niet dat betrokkenen zonder toestemming en met draaiende camera het kinderdagverblijf binnentraden om daar opnamen te maken.
Uit de uitgezonden reportage blijkt bovendien dat betrokkenen een ouder en de directeur van de gemeentelijke koepelorganisatie onder wiens verantwoordelijkheid het kinderdagverblijf valt, wel bereid hebben gevonden voor de camera commentaar te geven, hetgeen bevestigt dat de door klaagster aan de orde gestelde werkwijze zeker niet het enige middel was om van de kwestie verslag te doen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van TV8 Brabant.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 februari 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, prof. mr. E.C.M. Jurgens en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van Mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-12