1999/10 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.S. Franker

tegen

M. Randewijk/Het Parool

Bij brief van 12 oktober 1998 met 2 bijlagen heeft de heer J.S. Franker te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen journalist mevrouw M. Randewijk en de hoofdredactie van Het Parool (betrokkenen).

Hierop hebben betrokkenen niet tijdig gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 januari 1999, zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, vond beoordeling van de klacht plaats door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Het Parool publiceerde op 3 september 1998 een artikel van de hand van Marije Randewijk met de kop 'Vrouwentennis in Nederland in slaap gesukkeld'. Het artikel bevat een analyse van de stand van zaken in het Nederlandse vrouwentennis. Randewijk komt tot de conclusie dat de Nederlandse toptennissters op hun retour zijn en dat het ontbreekt aan nieuw talent. Zij verwijt dit de KNLTB, in de persoon van klager. Het artikel bevat de volgende, voor de onderhavige klacht relevante passage:
Het gebrek aan talent wordt met het jaar schrijnender en dat mag de tennisbond rustig worden verweten. Stanley Franker heeft zich in zijn jaren als directeur sportief bij de KNLTB nooit om de vrouwen bekommerd en in de jeugdopleiding ontbreekt de structuur.
Op een verzoek van klager om dit te corrigeren hebben betrokkenen niet gereageerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voelt zich door de gewraakte passage in zijn eer en goede naam aangetast en professioneel beschadigd. Hij vindt het artikel ongenuanceerd. Indien betrokkenen de feiten hadden nagetrokken zouden ze niet tot deze conclusie zijn gekomen, aldus klager.

Betrokkenen hebben niet tijdig op de klacht gereageerd. Een schriftelijke reactie van H. ten Asbroek, chef sportredactie van Het Parool, arriveerde pas op 15 januari 1999 per fax bij het secretariaat van de Raad. Omdat diezelfde dag de beoordeling van de klacht was geagendeerd en klager op dat moment niet meer in de gelegenheid kon worden gesteld om daarop te reageren, heeft de Raad besloten deze reactie buiten beschouwing te laten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kritiek van Randewijk aan het adres van de KNLTB en haar directeur sportief wordt gedragen door de analyse die aan de gewraakte passage vooraf gaat.
Klager is het oneens met deze kritiek op zijn functioneren. Hij laat echter na om gegevens aan te dragen op grond waarvan de Raad kan beoordelen of de kritiek ongerechtvaardigd is. Ook in zijn verzoek aan Het Parool om de passage te corrigeren ontbreekt elke onderbouwing. De Raad kan daarom niet tot het oordeel komen dat de klacht gegrond is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 februari 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, prof. mr. E.C.M. Jurgens en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van Mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-10