1998/6 ongegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

F. Spigt (Talk Radio)

Bij brief van 7 oktober 1997 heeft  X (klager) een klacht ingediend tegen mevrouw F. Spigt (betrokkene).
Hierop is namens betrokkene door mevrouw E. Haumersen, producer van Talk Radio, gereageerd in een brief van 3 november 1997. Klager heeft vervolgens op 12 november 1997 een reactie op het verweer gestuurd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 januari 1998. Partijen waren daarbij niet aanwezig.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Betrokkene is één van de presentatoren van Talk Radio 1395 AM. In de uitzending van deze radiozender kunnen luisteraars rechtstreeks telefonisch een gesprek aangaan met de presentator over onderwerpen van allerlei aard. Klager heeft middels een ingezonden brief gereageerd op een uitzending van Talk Radio waarin door betrokkene aandacht was besteed aan de naderende ontruiming van Groenoord en Ruigoord. In de uitzending van 7 oktober 1997 werd door betrokkene commentaar gegeven op die brief, waarbij zij zich op negatieve wijze over klager heeft uitgelaten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klager had betrokkene in de uitzending de luisteraars opgeroepen om bij Groenoord/Ruigoord 'met z'n allen de boel plat te leggen'. In zijn reactie daarop schreef hij dat de consequentie daarvan zou moeten zijn dat ook betrokkene naar Groenoord/Ruigoord zou moeten gaan. Tevens zou hij gevraagd hebben hoe Talk Radio aan het vreemde postbusnummer 74045 komt. Betrokkene zou daarop in de uitzending gezegd hebben:" (X), ik heb je altijd al een grote lul gevonden en je suggereert dat ik een neo-nazi ben. Al jouw brieven zullen hier in de prullenbak gegooid worden", althans woorden van die strekking. Klager vindt dat hij daardoor publiekelijk is beledigd.

Betrokkene voert aan, dat klager kon verwachten dat zijn brief in het programma zou worden besproken.
Klager heeft betrokkene noch de directie van Talk Radio met zijn klacht benaderd. Dit verbaast betrokkene, aangezien zij en klager oude bekenden zijn. Klager heeft evenmin gereageerd via het directe inbelnummer, dat hem gelegenheid bood de bedoeling van zijn brief te verduidelijken en betrokkene op haar taalgebruik aan te spreken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is gericht tegen de wijze waarop betrokkene zich in de uitzending over klager heeft uitgelaten. Dat betrokkene zich in de door klager omschreven bewoordingen heeft uitgelaten wordt door haar niet ontkend. De Raad acht de woordkeuze van betrokkene grof en niet navolgenswaardig, maar meent dat die gezien moet worden in de context van de uitzending waarin dit soort woordgebruik blijkbaar passend geacht wordt te zijn. De Raad acht, gelet op die context, de inhoud van de opmerkingen niet dermate beledigend van aard, dat daarmee de grenzen van journalistieke verantwoordelijkheid zijn overschreden.

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma Talk Radio.

Aldus vastgesteld door de Raad op 13 februari 1998 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, M.J. Kes, J.A. Koerts en drs. M.W.M. Vos - Van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1998-6