1998/45 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Kruithof

tegen

de hoofdredacteur van het Rotterdams Dagblad

Bij brief van 19 juli 1998 met 3 bijlagen heeft A. Kruithof te Oostvoorne (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Rotterdams Dagblad (betrokkene). Hierop heeft J. Prins, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 13 augustus 1998 met twee bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 november 1998. Partijen hadden laten weten daarbij niet aanwezig te zullen zijn.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager houdt uit liefhebberij een pony en een paard. De door de dieren geproduceerde mest wordt opgeslagen op zijn terrein. Hierdoor is hij in conflict geraakt met de beheerder van een naastgelegen camping. Het Rotterdams Dagblad publiceerde op 15 juli 1998 een artikel met de kop 'Paardenhouder vecht dwangsom mestopslag aan'. Het artikel is een verslag van een openbare zitting van de Raad van State, waar een beroep van klager werd behandeld tegen door de gemeente Westvoorne op grond van de Wet Milieubeheer aan hem opgelegde dwangsommen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager vindt dat hij in het artikel ten onrechte wordt beschuldigd van illegale mestopslag en van het veroorzaken van stankoverlast en bodemverontreiniging. Volgens klager wordt paardenmest in de wetgeving niet genoemd als een meststof die schadelijke gevolgen voor het milieu kan hebben. Klager is bovendien van mening dat betrokkene hoor en wederhoor had moeten toepassen, alvorens tot publicatie over te gaan.

Betrokkene stelt dat de door klager genoemde beschuldigingen in het hele artikel niet voorkomen. De mestopslag door klager was in de ogen van de gemeente illegaal. Daarvan heeft de krant melding gemaakt. In een eerder door betrokkene gepubliceerd artikel van 3 maart 1998 was klager al veelvuldig aan het woord gekomen. In het onderhavige artikel is het standpunt van klager eveneens uitgebreid belicht. Tenslotte heeft betrokkene ook van de voor klager gunstige uitspraak van de Raad van State verslag gedaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat klager in het artikel wordt beschuldigd. Het betrof een weergave van een openbare zitting van de Raad van State, waarin de standpunten van beide betrokken partijen aan bod kwamen. Dit is een acceptabele wijze van verslaggeving. Het beginsel van 'hoor en wederhoor' is naar het oordeel van de Raad dan ook niet geschonden.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Rotterdams Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 1998 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. A.J. Heerma van Voss, mw. mr. V. Keur, W.F. de Pagter en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1998-45