1998/40 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de directie van basisschool "De Verrekijker"

tegen

M. Verhaar

Bij klaagschrift van 8 juli 1998 met één bijlage heeft de directie van basisschool "De Verrekijker" (klager) een klacht ingediend tegen M. Verhaar, journaliste bij het Limburgs Dagblad (betrokkene). Bij brief van 27 juli 1998 met twee bijlagen heeft H. Goessens, hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad, namens betrokkene op de klacht gereageerd. Klager heeft bij brief van 28 september 1998 de klacht nader toegelicht.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 oktober 1998. Klager noch betrokkene zijn op de zitting verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 25 april 1998 is onder de kop "Weer leraar Schinnense school beschuldigd van mishandeling" een artikel van de hand van betrokkene gepubliceerd in het Limburgs Dagblad. In dit artikel is aandacht besteed aan een door ouders van een leerling bij het schoolbestuur van betrokkene ingediende klacht. Daarbij is onder meer vermeld dat dit het derde incident was dat in de betreffende periode bij scholen in de gemeente Schinnen aan het licht kwam, dat de betreffende leerling volgens het schoolbestuur van school zou worden verwijderd wegens "agressief gedrag" van de ouders jegens de leerkrachten en dat door het schoolbestuur een klachtencommissie was ingesteld die de grieven van de ouders zou onderzoeken.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager meent dat de tekst van het artikel op enkele punten onjuist is. Zo had bijvoorbeeld vermeld moeten worden dat de klacht door de ouders op verzoek van het bevoegd gezag was ingediend en dat geen klachtencommissie is ingesteld. Ook hebben de ouders volgens klager niet eerder een klacht ingediend, zijn zij niet uitgelachen, zijn zij niet eerst op 23 april van de verwijdering van hun zoon van school op de hoogte gesteld en heeft het betreffende gezin naar de mening van klager, anders dan vermeld, geen telefonische steunbetuigingen ontvangen. Naar de mening van klager heeft ten onrechte geen wederhoor plaatsgevonden en heeft betrokkene de naam van "De Verrekijker" in diskrediet gebracht.

Betrokkene wijst erop dat het gewraakte artikel op 11 april 1998 was voorafgegaan door een artikel dat in hoofdzaak handelde over klachten tegen een andere school die onder hetzelfde schoolbestuur valt. In dat artikel is ook reeds kort deze klacht en de instelling van een klachtencommissie vermeld, alsmede de ontkenning van de beschuldigingen door de directie en leerkrachten van De Verrekijker. Voorts heeft betrokkene meegedeeld dat zij wel degelijk wederhoor heeft toegepast, door telefonisch contact op te nemen met secretaris F. Benjamin van het schoolbestuur in Schinnen. Deze wilde desgevraagd echter niet ingaan op de inhoud van de klachten en deelde, aldus betrokkene, slechts mee dat er conform de procedure een klachtencommissie was ingesteld. Betrokkene had, zo stelt zij, dit commentaar vermeld in de tekst die zij bij de eindredactie indiende, maar de eindredactie heeft deze passage geschrapt. Vermoedelijk is deze als weinig relevant terzijde geschoven. Betrokkene wijst er voorts op dat betrokkene zich niet na de publicatie tot haar heeft gewend. Als dat wel gebeurd was, was zij bereid geweest het commentaar van betrokkene te publiceren. De verschillende feitelijke punten uit de klacht worden tot slot door betrokkene gemotiveerd weersproken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Niet juist is de stelling van klager dat geen hoor en wederhoor zou hebben plaatsgevonden. Uit de reactie van betrokkene, met bijgevoegd de tekst zoals zij deze bij de eindredactie van het Limburgs Dagblad had ingediend, blijkt immers dat betrokkene wel degelijk geprobeerd heeft een reactie van het schoolbestuur te verkrijgen, maar dat F. Benjamin niet inhoudelijk op de klacht wilde ingaan en slechts verwees naar de instelling van een klachtencommissie. De betreffende passage is door de eindredactie uit de tekst geschrapt.

Het zou beter geweest zijn deze passage te handhaven, nu daarin tot uitdrukking is gebracht dat het schoolbestuur om een reactie is gevraagd, hetgeen uit de gepubliceerde tekst van het artikel niet valt op te maken. Dit neemt echter niet weg dat, nu van schending van het beginsel van hoor en wederhoor niet kan worden gesproken en ook niet valt in te zien dat de door klager gestelde, marginale onjuistheden "De Verrekijker" in diskrediet gebracht zouden kunnen hebben, de klacht ongegrond moet worden verklaard.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene aan deze uitspraak aandacht te besteden in het Limburgs Dagblad.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 november 1998, door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr. B.A. Schmitz, mevrouw drs. M.W.M. Vos-van Gortel en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1998-40