1998/38 niet-ontvankelijk ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Anti-fascistische Onderzoeksgroep Kafka en Fascisme Onderzoek Kollektief (FOK)

tegen

hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad

Bij brief van 1 juli 1998 met 2 bijlagen heeft de heer W. Hart te Amsterdam namens Anti-fascistische Onderzoeksgroep Kafka en Fascisme Onderzoek Kollektief (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad (betrokkene). Hierop is door mr. H.F. Doeleman, advocaat te Amsterdam, namens betrokkene gereageerd in een brief van 13 augustus 1998, gevolgd door een brief van 31 augustus 1998 met 12 bijlagen. De heer Hart heeft daar met een brief van 11 september 1998 op geantwoord en vervolgens heeft advocaat Doeleman gereageerd bij brief met 2 bijlagen van 9 oktober 1998.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 oktober 1998. Namens klagers verscheen de heer Hart. Van de zijde van het Nederlands Dagblad verschenen de heren De Vries, hoofdredacteur, Veenhof, journalist en Van der Kolk, directeur, bijgestaan door mr. Doeleman.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Het Nederlands Dagblad publiceerde op 10 juni 1998 een artikel met de titel "FOK moet Pieter Vis nog steeds betalen' dat op een andere pagina werd vervolgd onder de titel 'Van een postbus peuter je geen tienduizend gulden los'. Het artikel heeft betrekking op de moeilijkheden die de concertzanger Pieter Vis ondervond bij het executeren van een vonnis, waarbij FOK werd veroordeeld tot schadevergoeding aan Vis. FOK had in een persbericht de zanger beschuldigd van rechts-extremisme en antisemitisme. Dit leidde tot annulering van een concert dat Vis in Utrecht zou geven ter gelegenheid van het afscheid van de commissaris van de Koningin.
Volgens het artikel is het moeilijk om te achterhalen wie het FOK is en waar het zit. Het artikel noemt de naam van de woordvoerder en postbus- en vestigingsadres van het FOK, alsmede van Kafka, met wie FOK nauw zou samenwerken. 'Beide clubs werken hetzelfde en beschuldigen vanuit een anoniem collectief', aldus het artikel.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers hebben bezwaren tegen de vermelding van de diverse adressen. Binnen de context van het artikel zou dit geen enkele journalistieke of informatieve waarde hebben. Daarentegen brengt de publicatie van adressen volgens klagers de nodige risico's met zich mee, aangezien er naar zeggen van FOK vanuit het extreem-rechtse circuit vaak dreigementen in hun richting zijn geuit. De genoemde adressen zijn louter administratieve adressen en één daarvan is bovendien onjuist.
De vermelding van Kafka in het artikel dient volgens klagers geen enkel doel, aangezien Kafka niet betrokken is bij het conflict met Vis.
Klagers worden er in het artikel van beschuldigd vanuit een anoniem collectief beschuldigingen te uiten. Zij stellen degelijk onderzoek te verrichten en onderbouwde informatie over extreem-rechts te leveren aan andere onderzoekers, wetenschappers en journalisten. Ter voorkoming van risico's bedienen ze zich daarbij van een spreekbuis. Zij verwijten betrokkenen geheel voorbij te zijn gegaan aan het principe van hoor en wederhoor, terwijl hun telefoonnummers en postbusadressen toch bekend waren bij betrokkene. Tenslotte wijzen zij op enkele fouten in de tekst, die de slordigheid zouden illustreren waarmee de tekst volgens hen is geschreven.

Betrokkene voert primair aan dat alvorens de Raad de klacht kan beoordelen, duidelijk moet worden wie Kafka en FOK zijn. FOK is blijkens de overgelegde statuten een informele vereniging. Uit niets blijkt wie de leden van de vereniging zijn en of zij instemmen met het indienen van deze klacht. Een en ander is van belang bij de beoordeling van de vraag of de klager is aan te merken als rechtstreeks belanghebbende, aldus betrokkene. Of ook Kafka een informele vereniging is, staat niet vast omdat Kafka geen statuten heeft overgelegd.

Met betrekking tot de inhoud van de klacht stelt betrokkene dat het relevant was om adressen te vermelden. In het artikel ging het er immers om dat klagers rookgordijnen opwerpen. Nu de genoemde adressen geen juiste vestigingsadressen blijken te zijn kan volgens betrokkene niet worden geklaagd over het noemen van die adressen. Voor het artikel is geput uit elders gepubliceerde (geschreven en gesproken) informatie. De geraadpleegde bronnen noemden FOK en Kafka in één adem, volgens betrokkene. Met het uiten van beschuldigingen wordt gedoeld op de kwestie Vis, welke uiting door de rechter in Kort Geding onrechtmatig is geoordeeld.
Aangezien klagers zich onbereikbaar houden is wederhoor onmogelijk. Via de semafoon is er contact gelegd met FOK. Een toezegging dat betrokkene zou worden teruggebeld werd echter niet nagekomen. Betrokkene kon klagers derhalve ook niet onder de aandacht brengen wat hij wilde gaan publiceren. De door klagers genoemde onjuistheden acht betrokkene van ondergeschikt belang.

ONTVANKELIJKHEID

De Raad heeft zich allereerst gebogen over de vraag of klagers ontvankelijk zijn in hun klacht.
Ten aanzien van FOK overweegt de Raad dat er statuten en een machtiging zijn overgelegd en dat de vereniging in de procedure tegen Pieter Vis door de rechtbank is veroordeeld. Het bestaan van de vereniging FOK acht de Raad voldoende aangetoond, zodat FOK in haar klacht kan worden ontvangen.
Voor Kafka ligt dat anders, omdat statuten en ledenlijst ontbreken. Desgevraagd heeft de vertegenwoordiger van Kafka ter zitting laten weten niet bereid te zijn die gegevens alsnog te openbaren aan de Raad en de advocaat van betrokkene. De Raad acht Kafka daarom niet ontvankelijk in haar klacht. De vertegenwoordiger van Kafka, W. Hart, heeft onvoldoende aangetoond een rechtstreeks belang te hebben bij een oordeel van de Raad over de onderhavige klacht, zodat ook hij niet ontvankelijk is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Over de inhoud van de klacht van FOK overweegt de Raad het volgende.
De Raad beschouwt de klacht als in hoofdzaak te zijn gericht tegen de vermelding van adressen in het gewraakte artikel. Daarnaast wordt geklaagd over het achterwege laten van hoor en wederhoor en de vermelding van enkele onjuistheden.

Ten aanzien van het eerste onderdeel van de klacht is vast komen te staan dat de genoemde adressen niet juist blijken te zijn. Het ene adres is louter een administratief adres en van het andere genoemde adres is het huisnummer niet correct. Van negatieve acties die het gevolg zouden zijn van de vermelding van de adressen is niet gebleken.
In het algemeen is het geen goed gebruik om adressen te publiceren, maar publicatie van een adres houdt niet zonder meer overschrijding van de grenzen van goed journalistiek gedrag in. Wel is daarvan in beginsel sprake als de publicatie een adres betreft van een persoon, instelling of organisatie van wie de betrokken journalist redelijkerwijs kan voorzien dat die publicatie hem/haar of de zijnen/haren schade door geweld of bedreiging met geweld kan berokkenen. In het onderhavige geval is echter niet aannemelijk geworden dat de vermelding van de adressen enig negatief gevolg, laat staan schade als hiervoor bedoeld, heeft gehad of zal hebben voor FOK. Reeds daarom is de klacht op dit punt ongegrond.

De klacht over het achterwege laten van hoor en wederhoor is evenmin gegrond, nu de vertegenwoordiger van FOK ter zitting heeft beaamd dat er pogingen van betrokkene zijn gedaan om met FOK in contact te treden, maar dat die zijn mislukt.

Ook de andere door FOK aangevoerde punten leiden er niet toe dat de klacht gegrond wordt bevonden.

BESLISSING

De Raad verklaart Kafka niet ontvankelijk in haar klacht en acht de klacht van FOK ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nederlands Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 november 1998 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, H. van Gessel, M.J. Kes, mw. A.G. Scherphuis. Mw. drs. M.W.M. Vos-Van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1998-38