1998/28 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. Varsseveld

tegen

de hoofdredacteur van AT5

Bij brief van 30 maart 1998 met 1 bijlage heeft de heer J. Varsseveld te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AT5 (betrokkene).
Hierop is door de heer T.F. van Dijk, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 7 mei 1998 met 1 bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 augustus 1998, in aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager nam op 21 maart 1998 deel aan een landelijke demonstratie tegen racisme, die plaats vond in Amsterdam. Hij werd gefilmd door een cameraman van het lokale televisiestation AT5 terwijl hij een sticker plakte op een tram. Klager was daar niet van gediend. Hij maakte aan de eveneens aanwezige verslaggever duidelijk dat hij niet gefilmd wilde worden. Toen men doorging met filmen, schold hij op de verslaggever, de cameraman en AT5 en stak zijn middelvinger op. Enige tijd later kruiste klager opnieuw het pad van de beide AT5 medewerkers. Klager stapte op hen af en maakte nogmaals duidelijk waarom hij niet gefilmd wilde worden. Ook dit gesprek werd door de AT5-camera geregistreerd. Klager spuugde vervolgens de verslaggever in zijn gezicht.
Diezelfde avond zijn de beelden van de eerste confrontatie voorzien van commentaar uitgezonden door het AT5 Nieuws.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klager heeft de AT5 verslaggever hem vastgegrepen en omgedraaid om zijn gezicht voor de lens van de camera te krijgen terwijl hij bezig was met het plakken van een antiracisme-sticker.
De verslaggever zou hem gevraagd hebben om nog een sticker op een tram te plakken, zodat de cameraman dit kon filmen. Hij raakte hierdoor zeer geïrriteerd en boos. Hij voelde zich aangevallen en geschoffeerd, temeer omdat men doorging met filmen nadat hij te kennen had gegeven daar niet van gediend te zijn. Volgens klager is aan hem toegezegd dat de beelden niet zouden worden uitgezonden.

Betrokkene stelt dat klager, die deelnam aan een openbare demonstratie, kon vermoeden dat deze demonstratie tot media-aandacht zou leiden. Volgens betrokkene heeft de verslaggever klager op zijn rug getikt en gevraagd of hij even wilde wachten met het plakken van de sticker, zodat de cameraman scherp kon stellen. Klager reageerde daar overdreven agressief op, door te schelden en bij de tweede confrontatie de verslaggever in zijn gezicht te spugen. Betrokkene ontkent dat er toezeggingen zijn gedaan over al dan niet uitzenden van het materiaal. Door de verslaggever op intolerante en agressieve wijze te bejegenen, heeft klager volgens betrokkene een nieuwsfeit gecreëerd. In de context van een demonstratie waar werd gepleit voor tolerantie acht betrokkene uitzending van de gewraakte opnamen gerechtvaardigd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad gaat ervan uit dat in het algemeen deelnemers aan een openbare demonstratie zich er niet slechts van bewust moeten zijn maar in beginsel ook dienen te aanvaarden dat de fotograferende en filmende pers hun aanwezigheid registreert en de aldus opgenomen beelden, ook als het gaat om beelden van individuele deelnemers (close ups) publiceert. Daarbij weegt mee dat in het algemeen zulke demonstraties juist mede het verkrijgen van de aandacht van de pers beogen en dat het hier gaat om verschillende aspecten van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting. De onderhavige klacht betreft journalistiek optreden in dat kader.

In dit geval was de AT5-ploeg bezig met televisieverslaggeving over een landelijke demonstratie over racisme en zocht hij naar passende beelden voor de nieuwsuitzending.

Op het in dit kader begrijpelijke verzoek van de verslaggever om de sticker voor het oog van de camera op de tram te plakken, reageerde klager op een niet door het verzoek gewettigde agressieve manier, ook als het verzoek op een wijze is gedaan die klager deed schrikken. Dit incident werd door de camera geregistreerd. De Raad heeft niet kunnen vaststellen of aan klager is toegezegd dat de gemaakte beelden niet zouden worden uitgezonden. Met de opname en de uitzending van de beelden heeft betrokkene naar het oordeel van de Raad echter niet de grenzen overschreden van hetgeen onder de gegeven omstandigheden maatschappelijk aanvaardbaar journalistiek gedrag was.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van AT5 Nieuws.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 september 1998 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, H. van Gessel, mr. E.C.M. Jurgens, K. Wiese en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1998-28