1998/27 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

I. Dekker en R.H. van de Loo (Amersfoortse Courant)

Bij brief van 31 maart 1998 met 5 bijlagen heeft mr. H.J. Stehouwer, advocaat te Amersfoort, namens mevrouw X te Y (klaagster) een klacht ingediend tegen Ingrid Dekker, journalist, en de heer R.H. van de Loo, adjunct-hoofdredacteur van de Amersfoortse Courant (betrokkenen).
Hierop is door de heer R.H. van de Loo gereageerd in een brief van 28 april 1998.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 augustus 1998, in aanwezigheid van partijen. Klaagster werd bijgestaan door haar advocaat.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Begin december 1997 vernam klaagster dat betrokkenen het voornemen hadden om een artikel te plaatsen over de ervaringen van klaagster's ex-echtgenoot met de ziekte van hun beider dochter Liesbeth. De dochter leed aan het zogenaamde 'border line-syndroom' en beƫindigde in mei 1997 haar leven. Aanleiding voor het artikel vormde het feit dat de vader een boek zou gaan schrijven over zijn ervaringen.
Klaagster liet betrokkenen weten dat zij bezwaren had tegen publicatie van een dergelijk artikel. Naar aanleiding daarvan deed de heer Van de Loo onder meer de toezegging dat het beoogde artikel volstrekt geanonimiseerd, zonder namen van betrokkenen, zou handelen over het verschijnsel 'border line' als fenomeen. Bovendien zou in het artikel niets aan de orde komen dat op enigerlei wijze de belangen van klaagster zou kunnen schaden.
De Amersfoortse Courant publiceerde het artikel op zaterdag 20 december 1997. Liesbeth wordt in het stuk 'Annelies' en 'Lies' genoemd. De vader wordt met zijn voornaam aangeduid. In het artikel vertellen een vriendin en de vader van Liesbeth over haar leven en dood. Het stuk is geĆÆllustreerd met een foto van de vriendin en de vader, met op de achtergrond de naam van het psychiatrisch ziekenhuis waar Liesbeth enige tijd verbleef. Klaagster wordt in het artikel niet genoemd. In een apart kadertje wordt heel kort iets verteld over 'border line'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van mening dat de aan haar gedane toezeggingen niet zijn nagekomen.
Het artikel handelt niet over 'border line' als verschijnsel, maar gaat hoofdzakelijk over haar dochter Liesbeth. Van anonimisering is volgens klaagster geen sprake, gelet op de foto en de vermelding van de voornaam van de vader. De roepnaam van haar dochter. 'Lies', is zelfs ongewijzigd gelaten. Ook het psychiatrisch ziekenhuis waar zij verbleef wordt vermeld.
Klaagster en haar kinderen zijn door de publicatie zwaar aangeslagen. In de kleine plaats waar zij wonen werden zij op het artikel aangesproken. Ook werd klaagster gebeld door kennissen uit andere delen van het land, nadat het artikel in verschillende regionale dagbladen was verschenen. Daardoor werd zij onverhoeds en ongewild geconfronteerd met een bijzonder moeilijke periode uit haar leven en dat van haar dochter, waarvoor zij nauwelijks gelegenheid tot verwerking heeft gehad.

Betrokkenen zijn van mening dat de in het artikel opgevoerde personen wel degelijk zijn geanonimiseerd. Bovendien kan geen enkele passage als direct schadelijk voor de belangen van klaagster worden beschouwd, aangezien zij niet wordt genoemd. De vader van Liesbeth heeft de publiciteit gezocht. Betrokkenen wilden aan de hand van een sober geschreven 'case study' het 'border line-syndroom' voor de lezer duiden. De geplaatste foto geeft aan de niet rechtstreeks bij de familie betrokken lezer geen aanleiding om verbanden met klaagster te leggen. Bij publicatie van een artikel in een regionaal dagblad is het volgens betrokkenen onvermijdelijk dat er een zekere herkenbaarheid kan optreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat de aan klaagster gedane toezeggingen niet voldoende zijn nagekomen.
Het betreft hier geen artikel over 'border line'. Het is een persoonlijk verhaal dat te maken heeft met 'border line'. De Raad acht een 'case-study' evenwel een geaccepteerde en toelaatbare journalistieke vorm om een ingewikkeld verhaal aan een breed publiek te verduidelijken.
Daargelaten of de toezegging om het artikel te anonimiseren gelezen moet worden in die zin dat er helemaal geen namen genoemd zouden worden, of dat er synoniemen gebruikt zouden worden, is echter met de publicatie van de foto, het gebruik van de voornaam van vader en de roepnaam 'Lies' onvoldoende anonimiteit betracht.
Nu het artikel niet strikt geanonimiseerd is brengt dat vanzelf mee dat de belangen van klaagster zijn geschaad.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 september 1998 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, H. van Gessel, mr. E.C.M. Jurgens, K. Wiese en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1998-27