1998/26

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

Voorburgse Sportvereniging T.O.N.E.G.I.D.O.

 

 

tegen

 

 

de hoofdredacteuren van
de Volkskrant
De Telegraaf
NRC Handelsblad
Het Parool
en
de eindredacteur van Voetbal in het Land (RTL5)

 

 

Bij brief van 6 april 1998 met 11 bijlagen heeft C.E.M. Goseling, secretaris van de Voorburgse Sportvereniging T.O.N.E.G.I.D.O. te Voorburg (klaagster), namens deze vereniging een klacht ingediend tegen de hoofdredacteuren van de Volkskrant, De Telegraaf, NRC Handelsblad en Het Parool en tegen de eindredacteur van het RTL-televisieprogramma Voetbal in het Land (betrokkenen).

 

 

Op de klacht werd schriftelijk gereageerd door P. Brill, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, bij brief van 7 mei 1998 met 1 bijlage, door F.E. Jensma, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, bij brief van 22 april 1998, door F.C.R. Campagne, adjunct-hoofdredacteur van Het Parool, bij brief van 8 mei 1998, en door E. Galjaard, eindredacteur Voetbal in het Land, bij brief van 22 april 1998.

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 juni 1998. Namens klaagster verscheen de heer C.E.M. Gooseling. Betrokkenen zijn niet verschenen.

 

 

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klager desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

 

 

 

 

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

 

Na afloop van de voetbalwedstrijd AFC tegen Tonegido op 15 maart 1998 zond Radio Noord Holland een interview uit met AFC-voorzitter D. van der Klaauw. Deze beschuldigde tijdens dit interview de doelman van Tonegido van racistische uitspraken. Ook zou de doelman volgens Van der Klaauw na de wedstrijd geweld gebruikt hebben tegen een speler van AFC.
Diverse media hebben naar aanleiding van de door Van der Klaauw geuite beschuldigingen over de kwestie gepubliceerd.

 

 

De Volkskrant citeerde op 16 maart 1998 uit het uitgezonden radio-interview met Van der Klaauw. De doelman van Tonegido zou volgens Van der Klaauw 'hangend tegen zijn doelpaal' de AFC-fans hebben toegesnauwd: "Ze hadden jullie moeten vergassen". Na afloop zou hij de doelman van AFC een kopstoot hebben toegediend. Het bestuur van Tonegido was volgens de krant onbereikbaar voor commentaar. Op 23 maart 1998 besteedde de Volkskrant aandacht aan een door het bestuur van Tonegido naar aanleiding van de gebeurtenissen uitgegeven verklaring.

 

 

De Telegraaf deed op 16 maart 1998 verslag van de door Van der Klaauw geuite beschuldigingen. Volgens deze krant had de doelman van Tonegido de kleedkamer opengetrapt en een AFC-speler een kopstoot gegeven. De trainer van Tonegido was om commentaar gevraagd, maar die wist niet wat er precies was gebeurd. Ook wilde hij 'net als Van der Klaauw' niet precies zeggen wie er nou wat had geroepen. 'Schandalig was het wel. Racisme vierde hoogtij op Goed genoeg'. In een in een kader geplaatste tekst stelde de krant dat het bestuur van Tonegido de doelman een speelverbod had opgelegd.

 

 

De rubriek Vraag en Antwoord in het sportkatern van NRC Handelsblad van 16 maart 1998 gaf in een inleiding een verslag van de gebeurtenissen. Volgens de krant had de doelman van Tonegido zijn teleurstelling over het verlies van de wedstrijd afgereageerd met de woorden: "Ze hadden jullie allemaal moeten vergassen". Na afloop van de wedstrijd schopte hij volgens de krant een tegenstander tegen het lichaam. Aan Van der Klaauw werden vragen gesteld over de gebeurtenissen.

 

 

Het Parool publiceerde tweemaal over het incident. Op 16 maart 1998 beschreef Frans Hupsch de gebeurtenissen na afloop van de wedstrijd. De doelman en aanvoerder van Tonegido vertolkte volgens Hupsch een 'heel kwalijke hoofdrol': 'Uit pure frustratie over de nederlaag (4-0) van zijn team in Amsterdam-Buitenveldert, trapte hij na afloop de deur van de AFC-kleedkamer open, gaf Ulli Landvreugd een kopstoot en beet de tegenstander toe: "Ze hebben jullie joden allemaal vergeten te vergassen in de Tweede Wereldoorlog".
In het artikel van 24 maart 1998 interviewde Berry Brinkhorst een toeschouwer, al 30 jaar lid van AFC, die van mening was dat zijn club te laks had gereageerd in de affaire met Tonegido.

 

 

Het televisieprogramma Voetbal in het Land zond op 16 maart 1998 beelden uit van de wedstrijd AFC-Tonegido. In de commentaartekst werd gemeld dat de doelman een kopstoot uitdeelde aan een AFC-speler en dat hij volgens Van der Klaauw 'grove beledigingen aan het adres van de supporters' uitte 'aangaande de zogenaamde Joodse identiteit van de vereniging'.

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van mening dat de berichtgeving in de diverse media onjuist en ongenuanceerd is. Het merendeel van de betrokkenen was zelf niet bij de wedstrijd aanwezig en heeft de in het radio-interview door Van der Klaauw geuite beschuldigingen klakkeloos overgenomen. Geen van de betrokkenen heeft de moeite genomen een en ander te verifiëren en Tonegido om een reactie te vragen.

 

De tuchtcommissie van de KNVB heeft inmiddels bevestigd dat er geen laakbare gedragingen zijn gepleegd door de doelman van Tonegido. Volgens klaagster heeft geen van de betrokkenen aan deze uitspraak van de KNVB aandacht besteed.

 

 

De Volkskrant is van mening dat zij ingehouden en onpartijdig over de kwestie heeft gerapporteerd en beide partijen aan het woord heeft gelaten. Het bestuur van Tonegido was ten tijde van de gewraakte publicatie onbereikbaar voor commentaar. In een publicatie van een week later heeft de krant echter uitgebreid aandacht besteed aan het standpunt van klager.

 

 

De Telegraaf heeft niet op de klacht gereageerd.

 

 

NRC Handelsblad stelt geen journalistieke regel te hebben geschonden door de voorzitter van AFC te vragen naar zijn ervaringen en handelingen na de wedstrijd van de vorige dag. Racistische uitingen in de marge van voetbalwedstrijden zijn volgens betrokkene een groeiend probleem. Journalistieke aandacht daarvoor met een legitieme bron komt betrokkene niet onjuist voor.

 

 

Volgens Het Parool is de loop der gebeurtenissen opgetekend na eigen waarneming of na het spreken van betrokkenen en getuigen direct na de gebeurtenissen. Bij de wedstrijd aanwezige verslaggevers hebben eensluidend over de gebeurtenissen bericht. Verslaggever Hupsch stond bij het interview dat Van der Klaauw aan de radio gaf en schreef mee. Bovendien is de trainer van Tonegido om een reactie gevraagd.

 

 

Voetbal in het Land heeft de uitgezonden beelden verkregen van Sportclub TV in Amsterdam. Van de eigen redactie was niemand bij de wedstrijd aanwezig. Er is telefonisch contact gezocht met Van der Klaauw en met de voorzitter van Tonegido. Laatstgenoemde was niet bereikbaar.

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De berichtgeving van betrokkenen over de gebeurtenissen na afloop van de voetbalwedstrijd is uitsluitend gebaseerd op uitlatingen van AFC-voorzitter Van der Klaauw. Geen van de betrokken media heeft uit eigen waarneming kunnen constateren dat de doelman van Tonegido zich racistisch heeft uitgelaten en geweld heeft gebruikt tegen een AFC-speler. Er zijn bovendien geen andere bronnen die een en ander hebben bevestigd.
De Raad acht het niet onzorgvuldig dat over deze beschuldigingen aan het adres van de doelman van Tonegido, die in het openbaar werden geuit en die bovendien tot een klacht bij de KNVB hebben geleid, is gepubliceerd, hoewel het beter was geweest wanneer ook de reactie van klaagster daarbij was meegenomen. De betrokkenen die de beschuldigingen niet voor rekening van Van der Klauw hebben gelaten, maar als vaststaande feiten hebben gepresenteerd, zonder nader onderzoek naar de feitelijke gang van zaken, hebben naar het oordeel van de Raad de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

De Volkskrant beschrijft de beschuldigingen als afkomstig van Van der Klaauw. Volgens het bericht was klaagster onbereikbaar voor commentaar. De publicatie van een week later bevat de reactie van klaagster. De klacht tegen de Volkskrant is daarom ongegrond.

 

 

De Telegraaf beschrijft hetgeen zich na de wedstrijd in de kleedkamer heeft afgespeeld alsof de verslaggever er persoonlijk bij aanwezig was, zonder enig voorbehoud ten aanzien van de juistheid daarvan. Bovendien wordt ten onrechte gemeld dat er een speelverbod is opgelegd aan de Tonegido-doelman. De klacht tegen De Telegraaf is in zoverre gegrond.

 

 

NRC Handelsblad publiceert een vraaggesprek met Van der Klaauw. Dat wordt echter voorafgegaan door een inleiding waarin de door Van der Klaauw geuite beschuldigingen als feiten worden gepresenteerd. De klacht tegen NRC Handelsblad is daarom in zoverre gegrond.

 

 

Het Parool presenteert in het eerste artikel (van Frans Hupsch) de door Van der Klaauw geuite beschuldigingen als vaststaande feiten. In het tweede artikel (van Berry Brinkhorst) is dat niet het geval. Alleen de klacht tegen het artikel van Frans Hupsch is daarom in zoverre gegrond.

 

 

Voetbal in het Land tenslotte maakt in de commentaartekst duidelijk dat de beschuldiging van belediging afkomstig is van Van der Klaauw, maar vermeldt de 'kopstoot' als een vaststaand feit. Ook de klacht tegen Voetbal in het Land is in zoverre gegrond.

 

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond in voege als hierboven vermeld voor zover gericht tegen De Telegraaf, NRC Handelsblad, het Parool en Voetbal in het Land en acht de klacht tegen de Volkskrant ongegrond.

 

De Raad verzoekt de betrokken dagbladen deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren en de redactie van Voetbal in het Land om aan deze beslissing aandacht te besteden in een van haar uitzendingen.

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 juli 1998 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr. G. Dullens en mw. A.G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. Konings, secretaris.

 

 

Uitspraak 1998-26