1998/16 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W.E. van Ewijk/Vogelenzang, Instituut voor Geestelijke Gezondheidszorg

tegen

de makers van het programma 'Zembla' (VARA)

Bij brief van 26 november 1997 heeft de heer W.M. van Ewijk, voorzitter van de Raad van Bestuur van Vogelenzang, Instituut voor Geestelijke Gezondheidszorg te Bennebroek (klager) een klacht ingediend tegen de makers van het VARA-programma 'Zembla' (betrokkenen).
Hierop is door de heer K. Al, eindredacteur, gereageerd in een brief van 16 december 1997 met als bijlage een video-opname van de gewraakte uitzending.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 maart 1998, in aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Vogelenzang, Instituut voor Geestelijke Gezondheidszorg, werd eind 1996 geconfronteerd met vier gevallen van zelfdoding in een korte periode. In één van die gevallen spanden de ouders een kort geding aan om inzage te verkrijgen in het medisch dossier. Zij hoopten daarin bewijzen te vinden voor nalatigheden van de behandelaars. Ook werd een klacht ingediend bij de onafhankelijke klachtencommissie van Vogelenzang.
Naar aanleiding van een krantenbericht over deze zaak besloten betrokkenen in Zembla aandacht te besteden aan het onderwerp 'zelfmoord in psychiatrische inrichtingen'. Klager toonde zich desgevraagd bereid mee te werken aan dit programma. Hij maakte aan betrokkenen duidelijk dat hij vanwege het medisch beroepsgeheim slechts in algemene termen kon spreken over behandeling van suïcidale patiënten en niet over personen. Tijdens de research kwamen betrokkenen in contact met drie families die klachten hadden over Vogelenzang en besloten ze Vogelenzang als voorbeeld te nemen.
In het interview ten behoeve van het programma gaf klager zeer algemeen geformuleerde reacties op de aan hem voorgelegde vragen. De uit dit interview geknipte, korte fragmenten werden door betrokkenen zo gemonteerd dat de uitspraken van klager na de ervaringen van de families werden neergezet. Uitzending van het programma vond plaats op 30 oktober 1997 onder de titel "Zelfmoord in Vogelenzang".

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager vindt dat door de wijze waarop betrokkenen het interview geknipt en gemonteerd hebben een vertekend beeld is ontstaan. Het lijkt alsof hij op de uitspraken van de familieleden reageert, maar dat is niet het geval. Klager wist niet welke vragen aan de families waren voorgelegd en wat daarop hun antwoorden waren. Overigens kon hij vanwege zijn beroepsgeheim ook niet op individuele gevallen ingaan. Betrokkenen hebben nagelaten dit in de uitzending te vermelden. Klager komt daardoor over als een harteloos persoon. Hij verkeerde op grond van een voorbespreking in de veronderstelling dat de dilemma's die er -onder ander in het kader van de vigerende wetgeving- bij de behandeling van suïcidale patiënten zijn, voor het voetlicht zouden worden gebracht. Het programma was echter volgens klager kennelijk bedoeld om Vogelenzang en hemzelf te beschadigen. Betrokkenen zouden zich bovendien niet hebben gehouden aan de afspraak dat zij geen patiënten herkenbaar in beeld zouden brengen.

Volgens betrokkenen hebben zij klager van tevoren uitgelegd dat in het programma de persoonlijke ervaringen van de drie families naast het beleid van Vogelenzang en van de PAAZ Overvecht aan bod zouden komen. Daarbij is hem verteld om welke families het ging. Ook zou zijn uitgelegd dat iedereen apart zou worden geïnterviewd en dat daar een overzichtelijk geheel van zou worden gemaakt. Het interview met klager verliep uitstekend en in een vriendelijke sfeer. Klager gaf geen signaal dat hij de vragen tendentieus vond of zich geleid voelde naar een specifieke casus. De wijze van montage van fragmenten van het interview noemen betrokkenen 'hoor en wederhoor'. Het is beslist niet hun bedoeling geweest klager of Vogelenzang te beschadigen. Het programma laat fricties zien tussen de mening van de familie en het beleid van de inrichting. De dilemma's bij de behandeling komen daar ook uit naar voren.
Betrokkenen hebben met de voorlichter van Vogelenzang afgesproken dat ze patiënten die dat niet wilden niet in beeld zouden brengen. De man die in beeld was had daarvoor toestemming gegeven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Betrokkenen stellen in hun programma het beleid van Vogelenzang aan de orde op een wijze die aan de families veel ruimte biedt om hun klachten ten aanzien van dat beleid naar voren te brengen. Reeds door deze opzet wordt een negatieve indruk van de instelling Vogelenzang gewekt. Dat is op zichzelf niet ontoelaatbaar doch noopte de programmamakers extra zorgvuldig te zijn ten aanzien van de verwerking in het programma van het interview van klager. De raad is met klager van oordeel dat door de wijze waarop fragmenten van het interview in het programma zijn gemonteerd, een onjuist beeld van klager en de wijze waarop hij is geinterviewd is opgeroepen. Ten onrechte wordt namelijk de indruk gewekt dat de persoonlijke, op emotionele wijze verwoorde ervaringen van de drie families aan de instelling zijn voorgelegd en dat de, algemeen geformuleerde en daardoor wat afstandelijk overkomende uitspraken van klager een reactie daarop zijn. Betrokkenen hadden in de uitzending behoren te melden dat klager vanwege zijn beroepsgeheim niet kon reageren op individuele gevallen en slechts in zijn algemeenheid kon spreken over het beleid van Vogelenzang. De door betrokkenen gehanteerde methode kan niet worden aangemerkt als een vorm van 'hoor en wederhoor'. Klager kon immers niet reageren op de klachten van de families. In zoverre is de klacht gegrond.

De raad acht het overigens niet aannemelijk dat betrokkenen met hun uitzending beoogden om Vogelenzang en klager te beschadigen.

Nu de in beeld gebrachte patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven aan betrokkenen en de raad niet heeft kunnen constateren dat er nog andere patiënten prominent in beeld waren, wordt de klacht met betrekking tot het niet nakomen van afspraken ongegrond bevonden.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond voor zover die betrekking heeft op de wijze waarop betrokkenen het interview met klager in de uitzending hebben verwerkt en voor het overige ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma Zembla.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 april 1998 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr B.A. Schmitz, K. Wiese en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1998-16