1998/14 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P. van de Broek, P. Heijmans en N. Venrooy

tegen

de hoofdredacteur van Nieuwe Revu

Bij brief van 15 januari 1998 met 1 bijlage heeft de heer P. van der Wijst namens P. van de Broek te Tiel, P. Heijmans te Nuland en N. Venrooy te Heesch (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Nieuwe Revu (betrokkene). Op 26 januari 1998 heeft de heer Van der Wijst een machtiging aan de raad gezonden en een correctie aangebracht met betrekking tot de naam van één van de klagers.
De heer F.P.M. Lomans, hoofdredacteur, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 2 februari 1998.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 maart 1998. Klagers zijn ter zitting vertegenwoordigd door hun gemachtigde, de heer Van Wijst. Betrokkene is niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klagers behoren tot een subcultuur die zich onderscheidt door kapsel, kleding en voorkeur voor bepaalde muziek, zogenaamde 'skinheads'.
Klagers zijn gefotografeerd tijdens een bezoek aan een concert in Arnhem. De foto, waarop klagers duidelijk herkenbaar in beeld zijn, is gepubliceerd op de 'cover' van Nieuwe Revu van 31 december 1997 - 7 januari 1998. Boven de foto stond de kop 'Tussen Skinheads' en daarnaast en eronder:

'Ik stond weer behoorlijk te siegheilen!'
Ze houden van werken, zuipen en knokken
Vaak zijn ze zeer rechts en hebben een hekel aan buitenlanders
En tegen hun zin zijn ze ineens in de mode
Verslaggever Paul Gageldonk trok enkele maanden op met de extreme skinheads
Een onthullende reportage

In het blad volgt de aangekondigde reportage 'Tussen skinheads'. Klagers worden daarin niet genoemd. Zij komen ook niet voor op de bij het artikel geplaatste foto's.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klagers heeft de fotograaf hen niet om toestemming gevraagd voor het maken en publiceren van de foto. Zij hebben ter zitting verklaard dat zij aan de fotograaf door middel van gebaren te kennen hebben gegeven dat zij niet op de foto wilden. Zij wisten niet waarvoor de foto's gemaakt werden, daarover waren tijdens het concert geen mededelingen gedaan.
Klagers hebben ernstige bezwaren tegen de publicatie van de foto, temeer nu die op de 'cover' van Nieuwe Revu is geplaatst met daarbij de door hen als zeer kwetsend ervaren teksten. Zij behoren niet tot de aanhang van extreem-rechts. Klagers vinden dat zij ten onrechte worden geassocieerd met de uitspraken bij de foto. Zij hebben in de privé- en werksfeer veel last ondervonden van de publicatie. Inmiddels blijkt de foto ook gebruikt te zijn in een folder van een leesportefeuillehouder.

Betrokkene voert aan dat tijdens het concert luid en duidelijk werd omgeroepen dat er een fotograaf aan het werk zou zijn die foto's maakte voor een artikel over 'skinheads' in Nieuwe Revu. Wie hieraan niet wilde meewerken kon dat kenbaar maken.
De coverfoto was bedoeld als illustratie van het onderwerp 'Tussen Skinheads'. Betrokkene wilde op geen enkele manier de indruk wekken, en stelt dat ook niet te hebben gedaan, dat de citaten op de 'cover' uit de mond van klagers kwamen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De raad is van oordeel dat met publicatie van de tegen de zin van klagers gemaakte foto, prominent op de 'cover' en vergezeld van teksten waarmee zij begrijpelijkerwijs niet geassocieerd willen worden, de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Betrokkene voert als verweer dat er tijdens het concert zou zijn omgeroepen dat er een fotograaf aanwezig was die foto's maakte voor een reportage in Nieuwe Revu over 'skinheads'. Wat daar ook van zij, dit betekent niet dat daarmee toestemming is verkregen voor gebruik van de foto op de wijze als hier aan de orde is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Nieuwe Revu te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 april 1998 door mr W.D.H. Asser, W.H.K. Ammerlaan, mr B.A. Schmitz, K. Wiese en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1998-14