1998/13 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.A.J. van de Donk

tegen

Foto 3Poot B.V.

Bij klaagschrift van 5 januari 1998 met één bijlage heeft mr. R.C.C.M. Nadaud namens zijn cliënte C.A.J. van de Donk (klaagster) een klacht ingediend tegen de besloten vennootschap Foto 3Poot B.V. te Heerlen (betrokkene). Bij brieven van 8 januari 1998 en 14 januari 1998 met één bijlage heeft betrokkene op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 maart 1998. Partijen zijn daarbij niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klaagster heeft aangifte gedaan tegen haar voormalig echtgenoot terzake van poging tot moord, c.q. doodslag, c.q. het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, op grond van het feit dat haar voormalig echtgenoot, die wist dat hij met het HIV-virus besmet was en nadien ook dat hij AIDS had, onbeschermd sexueel contact met haar heeft gehad zonder haar van de besmetting op de hoogte te stellen. De voormalig echtgenoot van klaagster is, na eerst in verzekering te zijn gesteld, door de politie weer op vrije voeten gesteld. Daarop heeft klaagster een brief over de kwestie geschreven aan het Limburgs Dagblad en heeft aldus de publiciteit gezocht.

Naar aanleiding van de brief van klaagster heeft een journalist van het Limburgs Dagblad een afspraak met haar gemaakt voor een op 29 juli 1997 bij klaagster thuis te houden interview. Alvorens de journalist verscheen meldde zich bij klaagster een fotograaf, die meedeelde gekomen te zijn voor het maken van foto's bij het interview met het Limburgs Dagblad. Klaagster, die niet wist dat er ook een fotograaf zou komen, heeft de fotograaf binnen gelaten. Daarbij heeft zij erop gewezen dat zij - gekleed in een topje en "hotpants" - haar kleding niet passend vond in het geval foto's gemaakt zouden worden en dat zij zich in dat geval wilde verkleden. Omdat de fotograaf toezegde dat in het Limburgs Dagblad een portretfoto van klaagster zou worden gepubliceerd heeft klaagster slechts haar topje gewisseld voor een truitje.

Intussen was ook de journalist gearriveerd en werd het interview afgenomen. De fotograaf heeft, naast de portretfoto's van klaagster, tijdens het interview nog enkele foto's van klaagster gemaakt. Klaagster heeft daaraan geen aandacht besteed.

Op 30 juli 1997 heeft het Limburgs Dagblad het interview met klaagster gepubliceerd met daarbij een portretfoto van klaagster. Op 2 augustus 1997 verscheen ook in het dagblad De Telegraaf een artikel over klaagster. Bij dat artikel is een foto gepubliceerd waarop klaagster geheel is afgebeeld, in "hotpants" en met haar bed op de achtergrond. Eerst nadien is het klaagster gebleken dat de fotograaf niet verbonden was aan het Limburgs Dagblad, maar aan een onafhankelijk fotopersbureau, te weten dat van betrokkene.

Betrokkene heeft de foto's van klaagster laten maken op verzoek van het Limburgs Dagblad, dat immers een foto bij het met klaagster te houden interview wilde plaatsen. Toen nadien ook De Telegraaf betrokkene verzocht foto's van klaagster te leveren, heeft betrokkene een aantal van de op 27 juli 1997 gemaakte en in het archief van betrokkene opgenomen foto's aan De Telegraaf geleverd. Eén van die foto's is in De Telegraaf verschenen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij de in De Telegraaf gepubliceerde foto, waarop zij in "hotpants" is afgebeeld tegen de achtergrond van haar bed, als suggestief ervaart en dat de foto het beeld oproept van een wulpse vrouw, welk beeld zij juist had willen vermijden. Klaagster stelt dat de fotograaf van betrokkene zich heeft voorgedaan als fotograaf van het Limburgs Dagblad en dat hij aldus onder valse voorwendselen is binnengedrongen in de privé-sfeer van een argeloos burger, die nooit iets met de pers van doen heeft gehad. Aldus heeft betrokkene volgens klaagster onder valse voorwendselen foto's van klaagster kunnen maken. Deze foto's zijn vervolgens aan een derde verkocht, naar de mening van klaagster in strijd met de afspraak dat slechts portretfoto's in het Limburgs Dagblad gepubliceerd zouden worden. De fotograaf van betrokkene had klaagster naar haar mening moeten meedelen dat hij voor een onafhankelijk persbureau werkte en dat de gemaakte foto's aan derden konden worden verkocht.
Door te handelen als zij gedaan heeft, is betrokkene volgens klaagster onzorgvuldig te werk gegaan en heeft zij in strijd gehandeld met haar journalistieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Betrokkene stelt dat klaagster geen enkel voorbehoud heeft gemaakt tijdens de fotosessie en dat zij de indruk wekte een breed publiek te willen bereiken om aandacht te vragen voor haar probleem. Betrokkene stelt dat dit kan worden bevestigd door de verslaggeefster van het Limburgs Dagblad. Betrokkene meent dat de suggestie dat met de foto het beeld van een wulpse vrouw zou zijn opgeroepen, misplaatst is. Aan de orde is de verstoorde relatie en het verzwijgen van een aandoening bij een getrouwd paar; het uitlokken tot sexuele handelingen is volgens betrokkene niet aan de orde.
Betrokkene betwist onjuist te hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met betrekking tot de klacht oordeelt de Raad als volgt.

De Raad overweegt dat klaagster door haar brief aan het
Limburgs Dagblad zelf het medium heeft gekozen waarin zij publiciteit over haar zaak wenste. De fotograaf is bij klaagster verschenen op de datum en tijd die reeds voor het interview met de verslaggeefster van het Limburgs Dagblad waren afgesproken. In dit verband is de stelling van klaagster dat de fotograaf zich heeft gepresenteerd als zijnde afkomstig van en/of werkzaam voor het Limburgs Dagblad zeer geloofwaardig. Klaagster mocht daarvan ook in redelijkheid uitgaan. Dit geldt temeer nu betrokkene niet heeft gesteld dat de fotograaf expliciet aan klaagster heeft meegedeeld dat hij voor een onafhankelijk fotopersbureau werkte.

Ook de stelling van klaagster dat zij voorwaarden heeft gesteld met betrekking tot de foto (decente kleding danwel beperking tot een portretfoto) komt de Raad geloofwaardig over. Betrokkene heeft immers niet weersproken dat klaagster, ervan uitgaande dat de foto werd beperkt tot een portretfoto, ten behoeve van de foto haar topje heeft verwisseld voor een truitje. Daaruit blijkt reeds dat klaagster eraan hechtte op decente wijze te worden gefotografeerd.

Of klaagster al dan niet een breed publiek wilde bereiken om aandacht te vragen voor haar situatie, doet voor de beoordeling van de klacht niet terzake. Het gaat immers om de vraag of betrokkene onder de geschetste omstandigheden al dan niet vrijelijk over de door haar fotograaf gemaakte foto's van klaagster mocht beschikken. De Raad is van oordeel dat dit onder de geschetste omstandigheden niet het geval is. Klaagster mocht erop vertrouwen dat de fotograaf afkomstig was van, danwel in dienst was bij het Limburgs Dagblad. Bij gebreke van een andersluidende mededeling van de fotograaf behoefde klaagster er niet op bedacht te zijn dat de fotograaf afkomstig was van een onafhankelijk persbureau en dat dit bureau de gemaakte foto's wellicht ook aan derden zou (willen) verkopen.
De fotograaf had klaagster voorafgaand aan het maken van de foto's behoren mee te delen dat de foto's in een archief zouden worden opgenomen waaruit ook aan andere media geleverd kon worden. Nu die mededeling is uitgebleven had betrokkene voor levering van foto's van klaagster aan De Telegraaf toestemming van klaagster moeten vragen en verkrijgen. Betrokkene heeft dat ten onrechte nagelaten.
De Raad is van oordeel dat betrokkene door voornoemde handelwijze onzorgvuldig en in strijd met haar journalistieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft gehandeld.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bewerkstelligen dat aan deze uitspraak aandacht wordt besteed in het Limburgs Dagblad danwel in De Telegraaf.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 april 1998, door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr. B.A. Schmitz, K. Wiese en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1998-13