1998/10 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.S. van Wingerden

tegen

de heer S. Paradijs en De Telegraaf

Bij brief van 18 november 1997 met acht bijlagen heeft C.S. van Wingerden (klager) een klacht ingediend tegen S. Paradijs en De Telegraaf (betrokkenen). Bij faxbrief van 21 januari 1998 met bijlagen heeft Paradijs op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 januari 1998. Klager is verschenen en heeft zijn klacht aan de hand van pleitnotities nader toegelicht. Betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 zijn klager en H.M. Nijpels-Hezemans (Nijpels) beiden als lid van de fractie van het Algemeen Ouderen Verbond (AOV) deel gaan uitmaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Binnen het AOV zijn nadien conflicten ontstaan welke ertoe hebben geleid dat de fractie van het AOV in 1995 uiteen is gevallen. Nijpels heeft daarop met een aantal andere personen (tezamen "de groep Nijpels") het AOV verlaten.

Klager heeft op 24 april 1997 een brief gezonden aan alle leden van het AOV met daarbij een "overzicht betreffende gerechtelijke procedures van mevrouw Nijpels, mevrouw Aiking en de heer Boogaard tegen de vereniging het AOV". In dit overzicht is onder meer gesteld dat Nijpels c.s. zich wederrechtelijk een bedrag van ? 86.256,= van het AOV hebben toegeëigend.

Nijpels heeft bij dagvaarding van 26 september 1997 een kort geding tegen klager aangespannen. Stellende dat klager vanaf maart 1995 zich voortdurend in woord en geschrift lasterlijk dan wel smadelijk over haar heeft uitgelaten, heeft zij gevorderd klager te veroordelen om, kort gezegd, de inhoud van genoemd overzicht op een aantal punten, waaronder de gestelde wederrechtelijke toeëigening, bij alle leden van het AOV te rectificeren. Gedagvaard is tegen 20 oktober 1997.

Op 8 oktober 1997 heeft klager telefonisch contact gehad met betrokkene, die Nijpels had gesproken over de kort gedingdagvaarding. Omdat betrokkene sprak over "hinderlijk volgen" en "stalking" heeft klager hem erop gewezen dat dat niet aan de orde was, dat het uitsluitend over geld ging en dat hij betrokkene een kopie van de bewuste brief van 24 april 1997 zou laten aanreiken. Nog diezelfde dag heeft klager kopieën van de brief met bijlage van 24 april 1997 en van de dagvaarding bij betrokkene laten bezorgen.

Op 9 oktober 1997 is in De Telegraaf een artikel van betrokkene gepubliceerd - onder de kop "Kamerlid sleept collega voor de rechter" - waarin is vermeld dat Nijpels klager beschuldigde van "hinderlijk volgen" en "stalking". Diezelfde dag heeft de beleidsmedewerker van klager nogmaals kopieën van de stukken aan betrokkene overhandigd en heeft klager telefonisch aan betrokkene gevraagd of hij inmiddels de stukken had gelezen en of hij inzag dat de kwestie een geheel andere was dan in het artikel tot uitdrukking kwam. Betrokkene heeft dat beaamd en heeft klager toegezegd dit in De Telegraaf van 10 oktober te corrigeren aan de hand van klager's versie van het verhaal. Noch op 10 oktober, noch nadien is dat echter gebeurd.

Op 20 oktober 1997 heeft de zitting in kort geding plaatsgevonden. Betrokkene is daarbij niet aanwezig geweest. Toen tijdens de zitting het artikel in De Telegraaf aan de orde kwam heeft mevrouw Nijpels de rechter desgevraagd meegedeeld dat "hinderlijk volgen" en "stalking" niet aan de orde waren. De woordvoerder van het AOV heeft op 21 oktober 1997 betrokkene specifiek op dit punt gewezen.

In het op 24 oktober 1997 gewezen vonnis is klager, kort gezegd, veroordeeld tot rectificatie van de brief met bijlage van 24 april 1997 aan de leden van het AOV. In het vonnis komt het begrip "hinderlijk volgen" noch in de rechtsoverwegingen noch in de beslissing voor. In De Telegraaf van 25 oktober 1997 is echter vermeld:

"Jet Nijpels, leidster van de ouderenpartij Senioren 2000, is gisteren door de rechter in het gelijk gesteld in haar eis dat haar collega-kamerlid Van Wingerden moet stoppen haar "hinderlijk te volgen". (...)
De 50-jarige politica vergeleek de activiteiten van Van Wingerden met stalking. (..)
Overigens wordt Van Wingerden noch zijn fractiegenoot Verkerk door hun partij op een verkiesbare plaats gezet. (..) ".

Klager heeft bij (fax)brieven van 28 oktober, 11, 12 en 13 november 1997 de kwestie bij - onder andere - de hoofdredactie van De Telegraaf aan de orde gesteld en gevraagd een rectificatie van de artikelen van 9 en 25 oktober 1997 in De Telegraaf te plaatsen. Bij faxbrief van 13 november 1997 heeft de hoofdredactie klager meegedeeld dat betrokkene met volle instemming van de hoofdredactie heeft gehandeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt zich blijkens de door hem ter zitting op de klacht gegeven toelichting op het standpunt dat betrokkenen met name onzorgvuldig hebben gehandeld door in de berichtgeving te spreken van "hinderlijk volgen" en "stalking", terwijl zij wisten dat daarvan geen sprake was. Klager stelt dat de lezers dergelijke begrippen letterlijk nemen, dat aldus de waarheid op grove wijze geweld wordt aangedaan en sprake is van laster. Hierbij is naar de mening van klager van belang dat hij over deze opmerkingen reeds contact met betrokkene had opgenomen naar aanleiding van het artikel van 9 oktober 1997, dat betrokkene had toegezegd de kwestie recht te zetten, dat betrokkene dat vervolgens heeft nagelaten en in plaats daarvan tegen beter weten in de onjuiste berichtgeving heeft herhaald in het artikel van 25 oktober 1997. De opmerking in het artikel van 25 oktober 1997 dat klager op een onverkiesbare plaats is gezet, is in dit verband tendentieus, nu betrokkenen volgens klager wisten dat hij geen volgende termijn ambieert. Betrokkenen hebben volgens klager ten onrechte rectificatie van de onjuiste berichtgeving geweigerd. De hem geboden gelegenheid een ingezonden brief te schrijven was voor klager onvoldoende, nu hij niet de garantie kreeg dat deze brief ongewijzigd althans niet ingekort zou worden geplaatst.

Betrokkene Paradijs stelt dat Nijpels uitdrukkelijk vond dat sprake was van "hinderlijk volgen", zij het dat dit niet bedoeld was als hinderlijk volgen in fysieke zin. Na telefonisch contact met klager op 9 oktober 1997 heeft hij diens reactie in een kort bericht samengevat. Dit bericht is echter niet in De Telegraaf maar in de Courant Nieuws van de Dag geplaatst. Betrokkene wijst er voorts op dat in reconventie in het kort geding het door klager gevraagde verbod aan Nijpels zich op beledigende, lasterlijke of nodeloos grievende wijze over hem uit te laten, is afgewezen. De President heeft geoordeeld dat de uitingen die Nijpels blijkens de in het vonnis opgenomen citaten uit onder meer De Telegraaf van 9 oktober 1997 in 1997 zou hebben gedaan vallen "binnen hetgeen een politicus moet kunnen dulden", zodat ook de vergelijking "hinderlijk volgen" binnen dit criterium blijft. Tot slot stelt betrokkene dat klager gebruik had kunnen maken van de hem op en na 12 november 1997 geboden gelegenheid zijn visie kenbaar te maken in een ingezonden brief.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met betrekking tot de klacht oordeelt de Raad als volgt.

De Raad stelt voorop dat hij opmerkingen als "hinderlijk volgen" en "stalking" letterlijk opvat (voortdurend bij herhaling hinderlijk volgen in fysieke zin) en gaat ervan uit dat ook de meeste lezers deze opmerkingen aldus zullen hebben begrepen. Dit mede gelet op de ruime aandacht die in de media aan het fenomeen "stalking" is besteed, in het bijzonder naar aanleiding van het recentelijk ingediende wetsvoorstel waarin dit strafbaar wordt gesteld.

Betrokkenen hebben de diffamerende begrippen "hinderlijk volgen" en "stalking" in het artikel van 9 oktober 1997 gebruikt, terwijl zij daags voordien reeds beschikten over een kopie van de namens Nijpels uitgebrachte dagvaarding en zij derhalve wisten dat het conflict tussen klager en Nijpels, zoals dat aan de rechter zou worden voorgelegd, daarop geen betrekking had. In het artikel van 25 oktober 1997 zijn de begrippen "hinderlijk volgen" en "stalking" in verband met klager opnieuw gebruikt, terwijl klager naar aanleiding van het artikel van 9 oktober 1997 reeds zijn ongenoegen over het hanteren van deze begrippen had geuit en betrokkene hem had toegezegd deze berichtgeving recht te zetten. Dat laatste is niet gebeurd. Het zeer korte bericht in een andere uitgave, de Courant Nieuws van de Dag, kan immers niet als zodanig worden beschouwd. Daar komt bij dat in het artikel van 25 oktober 1997 is vermeld dat klager door het AOV op een onverkiesbare plaats is gezet, hetgeen in het kader van de hier aan de orde zijnde wijze van berichtgeving over het conflict met Nijpels tendentieus is.

Betrokkenen kunnen in redelijkheid niet stellen dat die onjuiste berichtgeving betrekking heeft op uitlatingen van Nijpels die naar het oordeel van de president behoren tot "hetgeen een politicus moet kunnen dulden". Niet alleen miskennen betrokkenen hiermee hun eigen verantwoordelijkheid in deze, ook feitelijk is dit standpunt onjuist. Nijpels heeft immers zelf aan betrokkenen meegedeeld dat zij niet doelde op hinderlijk volgen in fysieke zin, terwijl betrokkenen in de berichtgeving wel die indruk hebben gewekt.

De Raad is van oordeel dat betrokkenen ten onrechte hebben volhard in voor klager diffamerende berichtgeving waarvan betrokkenen bekend was dat deze feitelijk onjuist was. Nog los van het niet (voldoende) nakomen van de aan klager gedane toezegging de berichtgeving van 9 oktober 1997 recht te zetten hebben betrokkenen aldus gehandeld in strijd met hetgeen naar journalistieke en maatschappelijke maatstaven aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal dan wel in samenvatting te publiceren in De Telegraaf.

Aldus vastgesteld door de Raad op 2 maart 1998, door mr J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mr. V. Keur en mr B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mr A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1998-10