1997/9 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

K. Jansma

tegen

de hoofdredacteur van Friesland Post

In een brief van 8 november 1996 met 5 bijlagen, gevolgd door een brief van 11 november 1996, heeft de heer K. Jansma te Leeuwarden (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Friesland Post (betrokkene).
Hierop is door de heer R. Wielinga, uitgever, gereageerd in een brief van 27 november 19962 bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 februari 1997.
Klager en betrokkene hebben de Raad laten weten geen gebruik te zullen maken van het recht hun standpunten mondeling toe te lichten.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In het novembernummer 1996 van Friesland Post is een interview opgenomen met Bob Nuys, voormalig hoofdredacteur van het Friesch Dagblad, met de titel: 'BOB NUYS spijt en woede om gemiste kansen'. De intro vermeldt, dat het gaat om 'zijn persoonlijk relaas'.
Onder andere de volgende passage heeft betrekking op klager:
- Op het jaarlijkse diner met Ype Schaaf en andere hoofdredacteuren hoor ik Klaas Jansma nog zeggen:"Bob, ik heb er bewondering voor dat je het elke dag maar weer kunt opbrengen." Ondertussen stond hij al in de coulissen klaar. Per 1 december werd ik geschorst en een dag later zat Jansma op mijn stoel als coƶrdinator.
Die functie -in feite het hoofdredacteurschap van het FD- is principieel onverenigbaar met Jansma's andere commerciƫle activiteiten, vindt Bob Nuys. Zo gaf Klaas Jansma destijds leiding aan de advertentie-afdeling en de abonnementenwerving van het FD en was hij met zijn persbureau (PENN) tegelijk klant van het dagblad.
Klager heeft betrokkene om een rectificatie verzocht en gevraagd om zijn reactie te plaatsen in het novembernummer van Friesland Post en daarover een persbericht te doen uitgaan. In het decembernummer van Friesland Post is een ingezonden reactie van klager op de passages die hem persoonlijk betroffen, geplaatst, naast reacties van de directeur/hoofdredacteur van het Friesch Dagblad en de voormalig secretaris van de redactieraad van het Friesch Dagblad.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het gewraakte interview onjuistheden bevat en grievend is ten aanzien van hem, omdat het onbetrouwbaarheid suggereert.
Er is nagelaten wederhoor toe te passen, hoewel er beschuldigende dan wel belastende uitspraken in staan. Door de onjuistheden in het 'persoonlijk relaas' van Nuys wordt de werkelijke gang van zaken bij het Friesch Dagblad vertekend. Klager heeft na de publicatie van zijn ingezonden reactie in Friesland Post laten weten dat hij zijn klacht handhaaft. Hij is van mening dat ook in geval van een 'persoonlijk relaas' in interviewvorm wederhoor toegepast dient te worden. Bovendien had betrokkene volgens eiser moeten rectificeren.

Volgens betrokkene bestond er geen aanleiding in dit geval wederhoor toe te passen, omdat het interview een weergave was van de persoonlijke beleving van Bob Nuys. Er zijn drie reacties op het interview in Friesland Post geplaatst. Klager reageerde op de opmerkingen van Nuys die hem persoonlijk betroffen, de hoofdredacteur op zaken die het Friesch Dagblad aangingen en de voormalig secretaris van de redactieraad op een passage die betrekking had op de redactieraad. Daarmee is voldoende gelegenheid tot een weerwoord gegeven, aldus betrokkene.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat bij een interview in beginsel geen wederhoor toegepast hoeft te worden, tenzij de inhoud van het stuk dat met zich meebrengt, bijvoorbeeld wanneer er zware beschuldigingen in worden geuit. De opmerking van Nuys, dat klager al in de coulissen klaar stond, merkt de Raad niet aan als een zodanig ernstige beschuldiging, dat daarover wederhoor had moeten plaatsvinden.
Door klager de gelegenheid te bieden te reageren op de onjuistheden die hem persoonlijk betreffen is naar het oordeel van de Raad voldoende tegemoetgekomen aan de bezwaren van klager. Weliswaar had klager ook willen reageren op andere door hem gesignaleerde onjuistheden, maar nu ook al in de andere twee geplaatste reacties daarop wordt ingegaan, is de beperking die betrokkene aan de reactie van klager heeft gesteld begrijpelijk.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Friesland Post te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 maart 1997 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, H. van Gessel, drs. M.W.M. Vos-van Gortel en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Voorzitter Secretaris

RvdJ 1997, 9.