1997/42 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.A.H. Timmers

tegen

de hoofdredacteur van Trouw

Bij brief van 14 juli 1997 heeft de heer J.A.H. Timmers te Lage Zwaluwe (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Trouw (betrokkene). Hierop is door de heer J. Greven, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 21 augustus 1997. Aan deze klacht ging een bemiddelingspoging door de voorzitter van de Raad vooraf, welke niet tot een voor klager bevredigende oplossing leidde.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 november 1997, in het bijzijn van partijen. Mevrouw D. Timmers-Huigens, echtgenote van klager en de heer J. Vink, chef van de kerkredactie van Trouw waren daarbij aanwezig. Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager is dominee in de Hervormde Kerk van Lage Zwaluwe. In een voorpaginabericht in Trouw van 31 mei 1997 wordt onder de kop 'Kerkelijk Lage Zwaluwe hopeloos verdeeld' verslag gedaan van een conflict binnen deze kerk. De kerk zou geplaagd worden door 'ruzie en splijting'. Het bericht is een zogenaamde 'ankeiler' voor een uit drie delen bestaande rapportage over hervormd Lage Zwaluwe in de bijlage Letter en Geest van diezelfde datum. De drie delen in Letter en Geest beschrijven achtereenvolgens de visie van een vijftal verontruste kerkgangers, de reactie van enkele andere leden van de gemeente, onder wie klager en de voorzitter van de kerkvoogdij, en tenslotte de mening van de visitator, die de situatie in Lage Zwaluwe onderzocht heeft. Het voorpaginabericht geeft de standpunten van alle bij het in het artikel gesignaleerde conflict betrokken partijen gecomprimeerd weer. Nadien zijn er op 2 juni en 5 juni 1997 vervolgartikelen over de situatie in Lage Zwaluwe gepubliceerd. Ook werden enige ingezonden brieven en stukken op de Podiumpagina geplaatst, waaronder op 17 juni 1997 een ingezonden stuk van mevrouw Timmers-Huigen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft zijn bezwaren uiteindelijk beperkt tot de publicatie op de voorpagina van 31 mei 1997, waarmee volgens hem de toon voor de andere artikelen wordt gezet. De kop suggereert volgens klager dat er twee qua omvang gelijke partijen met elkaar in conflict zijn, hetgeen niet het geval is. Het aantal ontevreden gemeenteleden is terug te voeren tot 5 families, die binnen de gemeenschap van zo'n 1650 leden een minderheid vertegenwoordigen. Van een 'splijting', zoals in het bericht wordt gesteld, is Volga's klager geen sprake. Er wordt een mevrouw aan het woord gelaten die gepresenteerd wordt als 'ouderling' maar dat niet is, die uitspraken doet die zeer belastend zijn. Volgens klager heeft er geen wederhoor plaatsgevonden ten aanzien van de belastende uitspraken die in het artikel zijn opgenomen.

Betrokkene voert aan dat de aanleiding voor de artikelen over de situatie in Lage Zwaluwe was gelegen in de jaarlijkse rapportage van de visitatoren (kerkelijk bemiddelaars) van de Hervormde Kerk. In hun rapport melden zij een toename van conflicten als dat in Lage Zwaluwe. Het artikel op de voorpagina staat volgens betrokkene niet op zichzelf, maar is gebaseerd op de drie stukken in Letter en Geest van diezelfde dag. Daarin komen alle bij het conflict betrokken partijen aan het woord. De visitator heeft tegenover de verslaggever de ernst van de situatie bevestigd. Klager is in de gelegenheid gesteld de voor hem relevante stukken van te voren te lezen en met zijn op- en aanmerkingen is rekening gehouden. Betrokkene heeft ervoor gekozen partijen niet op elkaars tegenover de verslaggever gedane uitlatingen te laten reageren. De mevrouw die als ouderling is gepresenteerd was dat op dat moment niet meer, maar korte tijd daarvoor nog wel. Het ging er om niet een willekeurige querulant aan het woord te laten, maar iemand die binnen de gemeente bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft gedragen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft betrekking op het artikel op de voorpagina van Trouw, maar kan niet los worden gezien van de drie artikelen die in Letter en Geest van diezelfde dag zijn gepubliceerd. De Raad acht het artikel een naar de kern genomen juiste samenvatting van de uitgebreide artikelen in Letter en Geest. De standpunten van beide in die artikelen tegenover elkaar geplaatste partijen komen aan de orde. De kop is daarbij wellicht iets te sterk aangezet, gelet op de bij de verslaggever bekend te veronderstellen geringe omvang van de groep verontruste kerkleden. De zelfstandige weergave van de standpunten van beide partijen en van de visitator, zonder dat zij op elkaar kunnen reageren, acht de Raad een journalistiek aanvaardbare werkwijze. Beide partijen zijn in gelijke mate aan het woord gelaten. Voorzover de Raad dat heeft kunnen vaststellen zijn de afspraken, die klager met de verslaggever maakte met betrekking tot inzage vooraf in de tekst, nagekomen. Tenslotte overweegt de Raad dat betrokkene na afloop grote ruimte voor een reactie heeft gegeven aan de echtgenote van klager, zodat ook achteraf zoveel mogelijk is gedaan om mogelijke misverstanden recht te zetten. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad derhalve van oordeel dat door betrokkene geen grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Trouw te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 december 1997 door mr J.B. Fleers, voorzitter, mr D.T. Dalmolen, mr E.C.M. Jurgens en J.A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1997, 42