1997/40 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.E. Veldhoen

tegen

de eindredacteur van 'Het Lagerhuis' (VARA)

Bij brief van 13 juni 1997, heeft mevrouw C.E. Veldhoen te Zoeterwoude (klaagster) een klacht ingediend tegen de eindredacteur van het televisieprogramma 'Het Lagerhuis' (betrokkene), dat wordt uitgezonden door de omroepvereniging VARA. Hierop is door de heer G, Ackermans, eindredacteur, gereageerd in een brief van 4 juli 1997 met 3 bijlagen. Tevens heeft betrokkene een opname op videoband overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 oktober 1997. Klaagster verscheen in persoon en werd bijgestaan door haar advocaat mevrouw mr E. Bish. Betrokkene heeft voorafgaand aan de zitting te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan het geven van een mondelinge toelichting. Ter zitting hebben de aanwezigen de bandopname van het gewraakte programmaonderdeel bekeken.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In februari 1996 is klaagster met haar kind door haar ouders en enkele andere familieleden ontvoerd en tegen haar wil vastgehouden op een geheim adres. De familie was ervan overtuigd geraakt dat klaagster deel uit maakte van een sekte en wilde proberen haar te 'deprogrammeren'. Klaagster en haar kind zijn door de politie bevrijd en de familieleden zijn uiteindelijk, ruim een jaar na de ontvoering, wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen. Die veroordeling vormde de aanleiding voor een discussie in de uitzending van het programma 'Het Lagerhuis' op 5 april 1997. In dit programma wordt gedebatteerd over zaken die in de week voorafgaand aan de uitzending in het nieuws zijn geweest. Aan de hand van de achtergronden van de ontvoering van klaagster werd de vraag voorgelegd of ouders het recht hebben om hun 27-jarige dochter te ontvoeren uit een sekte. Als gast was mevrouw B.N. Bisschot aanwezig, voorzitter van de Stichting Sirenen, die de familieleden van klaagster had geadviseerd, en zelf ook ooit is bevrijd uit een sekte.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van mening dat zij, doordat haar volledige naam werd genoemd, ten onrechte herkenbaar is opgevoerd in het programma. De redactie heeft bovendien nagelaten om haar van tevoren over de uitzending te informeren en om haar visie op de gebeurtenissen te horen. In de uitzending wordt er vanuit gegaan dat klaagster tot een sekte behoort, hetgeen volgens haar niet het geval is. Zij wordt ten onrechte als 'gedeformeerd' en als iemand 'met een volledige persoonsverandering' omschreven. De als gast bij de uitzending aanwezige mevrouw Bisschot is strafrechtelijk veroordeeld voor haar rol bij de ontvoering, terwijl klaagster bovendien een klacht over haar heeft ingediend bij het Medisch Tuchtcollege. Deze informatie bleef onvermeld tijdens de uitzending. Vermelding was volgens klaagster van belang om de mededelingen van mevrouw Bisschot in een juist kader te plaatsen. Zij heeft mevrouw Bisschot overigens nooit gesproken. Klaagster heeft geen medewerking verleend aan publicaties in kranten over haar ontvoering en de veroordeling van haar familieleden, voornamelijk met het oog op een mogelijk herstel van het contact met haar ouders. Zij heeft éénmaal, in een uitzending van het programma NOVA, direct na haar bevrijding, haar verhaal in het openbaar verteld.

Betrokkene wijst op de uitgebreide berichtgeving in de kranten over de achtergronden van de zaak in de week voorafgaand aan de uitzending. In enkele publicaties werd ook klaagsters naam genoemd. De krantenartikelen en een voorgesprek met mevrouw Bisschot vormden de basisinformatie voor het debat. Dit was volgens betrokkene voldoende voor de vraag die ter discussie stond. Een belangrijk deel van het debat was gewijd aan de vraag of mensen niet te snel spreken van een sekte en aan de vraag waar de grens ligt tussen sekte en geloof. De beschrijving van klaagster als 'gedeformeerd' en 'met een volledige persoonsverandering' was afkomstig van mevrouw Bisschot, die daarmee haar opvatting gaf als stelling voor de discussie. Zij was uitgenodigd als deskundige vanwege haar voorzitterschap van de Stichting Sirenen en haar eigen ervaringen. Aan het eind van het programma is de strafrechtelijke veroordeling aan de orde gesteld. De klacht bij het Medisch Tuchtcollege bleef onvermeld, omdat het debat niet ging over medische ethiek, aldus betrokkene.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad vat de klacht samen als in hoofdzaak te zijn gericht tegen het feit dat klaagster met naam en toenaam is genoemd in de uitzending, zonder dat zij van tevoren hierover was ingelicht en zonder dat haar visie op de aan het debat ten grondslag liggende gebeurtenissen daarbij aan de orde kwam.

De ontvoering van klaagster en de daaropvolgende strafrechtelijke veroordeling van haar familieleden vormden de aanleiding tot de discussie en daaraan werd gedurende het debat telkens gerefereerd. De Raad is van oordeel dat betrokkene voorafgaand aan de uitzending over de achtergronden van een en ander contact had behoren op te nemen met klaagster. Doordat zij met naam en toenaam werd genoemd heeft de discussie in belangrijke mate in het teken gestaan van de specifieke omstandigheden van haar geval, zonder dat daarbij alle met het oog op de positie van klaagster relevante achtergronden afdoende zijn belicht. De visie van de rechtstreeks bij de bewuste affaire betrokken mevrouw Bisschot was naar het oordeel van de Raad sterk gekleurd door haar persoonlijke ervaringen en eenzijdig. Met name het feit dat klaagster altijd heeft ontkend dat zij tot een sekte behoorde had in de uitzending duidelijker naar voren moeten komen. Aannemelijk is immers dat bij het publiek dat de uitzending heeft gezien de - niet door de op klaagster betrekking hebbende feiten gewettigde maar vooral door de bijdrage van mevrouw Bisschot gevoede - overtuiging heeft postgevat dat klaagster wel degelijk in een sekte was terechtgekomen waar zij uit "bevrijd" is. Betrokken hadden dit behoren te voorkomen.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene aan deze beslissing integraal of in samenvatting aandacht te besteden in zendtijd van het programma 'Het Lagerhuis'.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 december 1997 door prof. mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr J.B. Fleers, W.F. de Pagter, A.G. Scherphuis en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1997, 40