1997/39 ongegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van vereniging Likoed Nederland/H. Wall

tegen

H. Kuitert en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 15 juni 1997 met 37 bijlagen, heeft drs. X., voorzitter van de vereniging Likoed Nederland te Amsterdam, namens Likoed Nederland en namens de heer Harry Wall, directeur van de 'Anti Defamation League' te Israël (klagers) een klacht ingediend tegen de journalist H. Kuitert en de hoofdredacteur van De Telegraaf (betrokkenen). Hierop is door mr J. Olde Kalter, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 26 juni 1997.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 oktober 1997. Namens klagers verscheen de heer X, bijgestaan door mr drs. R. Evers. Namens klagers werden nog 21 producties overgelegd. Betrokkenen zijn niet verschenen.

 

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

De journalist H. Kuitert is correspondent in Israël voor De Telegraaf. Deze krant publiceert met grote regelmaat stukken van zijn hand over actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen in Israël. De vereniging Likoed Nederland is een zionistische beweging, voortgekomen uit de Nederlandse Zionistenbond. Blijkens haar statuten heeft de vereniging onder meer ten doel 'het bevorderen van Joodse en Israëlische belangen binnen Nederland en de Europese Gemeenschap'. Likoed Nederland voert sinds oktober 1996 correspondentie met De Telegraaf over de berichtgeving over Israël in deze krant. Aanleiding tot de onderhavige klacht vormt een aantal in de periode 28 maart tot en met 4 april 1997 gepubliceerde artikelen over de politieke en economische situatie in Israël, van de hand van journalist Kuitert. In een artikel van 3 april 1997 komt de volgende uitspraak voor van de heer Harry Wall, een Isralische deskundige, die daarmee reageert op de Arabische boycot van Israël: "Er is nu een atmosfeer geschapen waarin buitenlandse investeerders pas op de plaats zullen maken. Niemand wil investeren als de risico's te groot zijn". De heer Wall is ook geciteerd in een bericht van Reuters van 1 april 1997: "There are a lot of people out there who don't know or may be hesitant when they hear the boycott is back on. That could send a message to a lot of middle-sized companies" en in de Wall Street Journal van 2 april 1997: "The major firms weren't deterred from doing business in the Arab world and in Israël, but a lot of midsized and small companies don't know the boycott is a paper tiger, they may wait to do business in Israël".

In brieven van 2 en 24 april 1997 heeft Likoed Nederland betrokkenen op onjuistheden in de berichtgeving gewezen. De hoofdredactie heeft op 4 april schriftelijk gereageerd.

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Likoed Nederland verwijt betrokkenen dat zij op negatieve wijze over Israël schrijven. Uit de berichtgeving zou minachting voor de democratie in Israël blijken. De publicaties in de periode 28 maart tot en met 4 april 1997 bevatten volgens Likoed Nederland tal van onjuistheden. Zo wordt volgens Likoed Nederland onder meer ten onrechte gesproken van de 'nederzetting' Har Homa, een woonwijk in Jeruzalem, de term 'confiscatie' wordt gebruikt waar onteigening wordt bedoeld en de beweringen over het verlies van staatsburgerschap ten gevolge van een wet op religieus gebied zijn onjuist. Ook nadat betrokkenen hebben toegegeven dat gebruik van de term 'nederzetting' onjuist is, zijn er nog zeven stukken verschenen waarin Har Homa als nederzetting wordt aangeduid. De heer Wall stelt verkeerd te zijn geciteerd. Hij heeft de journalist nooit gesproken. Hij verwijst naar de berichtgeving van 'Reuters' en de publicatie in de 'Wall Street Journal'. Daaruit zou blijken dat zijn opvattingen tegengesteld zijn aan hetgeen daa omtrent in De Telegraaf is gepubliceerd.

Betrokkenen geven in hun brief van 4 april 1997 aan Likoed Nederland toe dat de berichtgeving op enkele punten, zoals het gebruik van de termen 'confiscatie' en 'nederzetting', niet geheel correct was. In hun reactie aan de Raad stellen betrokkenen dat onduidelijk is wie de heer X vertegenwoordigt. De hoofdredacteur noemt de journalist Kuitert een 'zeer gewaardeerde correspondent, die het vrij staat zijn oordelen over de situatie in zijn regio te geven'.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel, dat het de vereniging Likoed Nederland ontbreekt aan het vereiste belang bij een uitspraak van de Raad. In de overgelegde artikelen uit De Telegraaf komt weliswaar een aantal onjuistheden voor, maar deze acht de Raad niet van dien aard dat Likoed Nederland daardoor in een eigen belang wordt getroffen. De Raad onthoudt zich derhalve van een oordeel over de klacht van Likoed Nederland.

Ten aanzien van de klacht van de heer H. Wall, die wel als rechtstreeks belanghebbende wordt aangemerkt, overweegt de Raad het volgende. Uit de overgelegde stukken kan de Raad niet zonder meer afleiden dat er sprake is van een onjuist citaat. Uit de berichtgeving in 'Wall Street Journal' en 'Reuters' blijkt onvoldoende dat de heer Wall het tegengestelde heeft beweerd van hetgeen als citaat in De Telegraaf is gepubliceerd.

 

BESLISSING:

De Raad onthoudt zich van een oordeel over de klacht van Likoed Nederland en acht de klacht van de heer H. Wall ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 december 1997 door prof. mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr J.B. Fleers, W.F. de Pagter, A.G. Scherphuis en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

 

RvdJ 1997, 39