1997/37 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB)

tegen

J. Volkers, De Volkskrant

Bij brief van 5 februari 1997 met bijlage, heeft R. Bruijnis, directeur Amateurvoetbal van de KNVB te Zeist namens de KNVB en namens de heer W. van der Waals (klagers) een klacht ingediend tegen de journalist J. Volkers, werkzaam bij De Volkskrant (betrokkene).
Hierop is door P.I. Broertjes, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 4 maart 1997 met bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 september 1997.
Namens klagers verschenen de heer W. van der Waals, de heer G.H. Stolk en mevrouw mr W.M. Ruedisulj. Betrokkene verscheen in persoon, bijgestaan door de heer P. Brill, adjunct-hoofdredacteur.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

De heer Van der Waals is in dienst van de KNVB en verricht werkzaamheden in het kader van activiteiten met oud-internationals. Hij is onder meer belast met de organisatie van het elftal van oud-internationals.
De Volkskrant publiceerde op 2 januari 1997 een interview van journalist Volkers met oud-voetballer en oud-international Joop Stoffelen. Het was het eerste van een serie portretterende interviews met oud-internationals. Stoffelen organiseerde v¢¢r Van der Waals jarenlang het elftal van oud-internationals, toen nog een activiteit buiten de KNVB. Stoffelen zegt in het interview over Van der Waals: 'Die Van der Waals, ik noem hem Janmaat want ik houd niet van die trekjes, ging het beleid van de KNVB uitvoeren'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers vinden de door Stoffelen gemaakte en door betrokkenen gepubliceerde opmerking over van der Waals grievend. Door de vergelijking met Janmaat, die volgens klagers staat voor intolerantie jegens een ieder met een andere huidskleur dan de blanke en een andere afkomst dan de "oer-Hollandse" zouden de eer en goede naam van zowel Van der Waals als van de KNVB worden geschonden. Betrokkenen hebben die uitspraak van Stoffelen publiek gemaakt zonder nuance en zonder context, aldus klagers. De KNVB voelt zich als werkgever van Van
der Waals aangesproken. Op 2 januari jl. is er een brief naar de Volkskrant gestuurd waarin om opheldering is gevraagd. Daar is in eerste instantie niet op gereageerd. Pas op 10 februari, toen men aankondigde een klacht te zullen indienen bij de Raad voor de Journalistiek, kwam er een antwoord. Voor een ingezonden brief was het toen te laat.

Betrokkenen hebben begrip voor het feit dat Van der Waals zich gegriefd voelt door de uitlatingen van Stoffelen.
Betrokkenen achten zich daarvoor echter niet zelf verantwoordelijk. De uitspraak is gedaan tijdens een interview, dat als zodanig herkenbaar in de krant is afgedrukt. Journalist Volkers heeft meerdere negatieve kwalificaties die Stoffelen tijdens het vraaggesprek met betrekking tot de KNVB en Van der Waals heeft gebezigd buiten de tekst gehouden, omdat met een opeenstapeling van min of meer gelijkluidende diskwalificaties geen gewichtig doel in informatieve zin zou zijn gediend. Duidelijk was, dat Stoffelen woedend was op klagers.
Betrokkenen menen dat terughoudendheid niet kan betekenen dat zij ge‹nterviewden inhoudelijk gaan censureren. Een ingezonden brief van de zijde van klagers zouden zij overigens zeker geplaatst hebben.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Nu zowel klagers als betrokkenen de uitlating van Stoffelen als grievend beschouwen dient volgens de Raad aangenomen te worden dat het hier een beledigende kwalificatie betreft. De Raad is van mening dat deze voor klagers grievende passage achterwege had moeten blijven, hetzij had moeten worden toegelicht. Voor de lezer is op geen enkele wijze duidelijk gemaakt
welke betekenis de verwijzing naar Janmaat had, c.q. wat Stoffelen met zijn opmerking bedoelde. In het gepubliceerde interview is hier niet naar gevraagd. Door de late reactie van betrokkenen op de brief van klagers was het niet meer mogelijk om nog zinvol te reageren op het interview.
Alle omstandigheden in aanmerking nemend is de Raad daarom van oordeel dat de grenzen zijn overschreden van hetgeen gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 24 oktober 1997 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr A.J. Heerma van Voss, M.J. Kes, mr E.C.M. Jurgens en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1997, 37