1997/35 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

L.G.J. Ten Thije

tegen

de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad en A. Rijken

Bij brief van 4 juni 1997 met 4 bijlagen, heeft mevrouw drs. L.G.J. ten Thije te Waalwijk (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (betrokkene).
Hierop is door drs. T. van der Meulen, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 10 juni 1997 met 1 bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 september 1997.
Klaagster verscheen in persoon. Namens betrokkenen verscheen de heer Van der Meulen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klaagster voert in haar woonplaats actie tegen de vestiging van een mega-varkensfokbedrijf. Zij stelt standaard bezwaarschriften op en verspreid die huis-aan-huis en via winkels. Haar naam, adres of telefoonnummer staan niet op het actie-materiaal vermeld.
Via een kennis vernam klaagster van een op handen zijnde publicatie in het Brabants Dagblad over haar actie. Zij heeft contact opgenomen met de betrokken journalist A. Rijken en hem verzocht haar naam niet te noemen in het artikel. De journalist bleek daartoe niet bereid. In het artikel dat op 4 juni 1997 in het Brabants Dagblad, editie Langstraat, verscheen staat vermeld dat de actie een initiatief is van klaagster en dat zij ondersteund wordt door de stichting Waalwijk Linksaf en Drukkerij Kollektief.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster heeft bezwaar tegen de vermelding van haar naam in het artikel. Zij is bang voor agressieve acties van de betreffende varkensfokker. Klaagster werkt in het onderwijs en is op de school waar zij als leerkracht aan verbonden is geconfronteerd met het feit dat zij als actievoerster in de publiciteit is gekomen. Bij een eerder in het Brabants Dagblad verschenen artikel is haar verzoek om haar naam niet te vermelden wel gehonoreerd.

Betrokkenen stellen dat klaagster in het openbaar actie voert. Zij verspreidt zelf handtekeningenlijsten op publieke plaatsen zoals winkels. Velen in Waalwijk weten dat zij de initiator van deze actie is.
Betrokkenen willen de lezers zo volledig mogelijk informeren. Alleen als het gaat om verdachten gaat de krant terughoudend om met naamsvermelding.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat het tot de journalistieke verantwoordelijkheid behoort om bij een actie als deze de lezer zo volledig mogelijk te informeren over doel, strekking en initiatiefnemer(s), tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten. Van bijzondere omstandigheden is in dit geval niet gebleken. De enkele wens van klaagster om buiten de publiciteit te blijven wordt niet als zodanig aangemerkt. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer belet niet, dat de naam van iemand die publiekelijk actie voert wordt vermeld.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 24 oktober 1997 door mr P.J. Boukema, voorzitter,
mr A.J. Heerma van Voss, M.J. Kes, mr E.C.M. Jurgens en K. Wiese, leden, in tegen-
woordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1997, 35