1997/33 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Weijts

tegen

de hoofdredacteur van het Brabants Nieuwsblad

Bij brief van 7 mei 1997 met 9 bijlagen, heeft mr C.W.M. van Moorsel van SRK Rechtsbijstand namens H. Weijts te Bergen op Zoom (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Brabants Nieuwsblad (betrokkene).
Hierop is door de heer A.J.A. Rooms, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 30 mei 1997 met 2 bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 augustus 1997, in aanwezigheid van de heer C.W.M. Van Moorsel en de heer H. Weijts. De heer Van Moorsel heeft nog enkele stukken overgelegd.
Betrokkene had voorafgaand aan de zitting laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager is directeur van het Woninginrichtingsbedrijf Harry Weijts BV. Hij was in 1996 in een zakelijk conflict verwikkeld met zijn vader en broer, die mede-aandeelhouders zijn van dit bedrijf. Het Brabants Nieuwsblad publiceerde op 23 juli 1996 een artikel onder de kop 'Heibel in Bergs familiebedrijf'. Daarin werd verslag gedaan van het verloop van een door de vader en broer tegen klager aangespannen kort geding bij de
President van de Rechtbank te Breda. In het artikel werd de advocaat van klager enkele malen geciteerd. De uitspraak in het kort geding was gunstig voor klager.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft bezwaar tegen de publicatie van citaten die afkomstig zijn van zijn advocaat. Hij meent dat de indruk wordt gewekt dat de advocaat zijn uitlatingen ten overstaan van de verslaggever heeft gedaan. Dat is niet het geval. Klager is bovendien niet gelukkig met het gepubliceerde artikel. Het wekt volgens hem een zodanige indruk dat het vertrouwen in zijn bedrijf op de tocht kan komen te staan.

Betrokkene stelt dat de in het artikel opgenomen uitlatingen van de advocaat afkomstig zijn uit openbare stukken die op het kort geding betrekking hadden, zoals de dagvaarding en het vonnis. Nergens is gesteld noch gebleken dat de standpunten van partijen onjuist zijn weergegeven, aldus betrokkene.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat klager geen eigen belang heeft bij een oordeel over het citeren van zijn advocaat. De advocaat heeft zich zelf niet tot de Raad gewend. Voor het overige zijn door klager geen bezwaren geformuleerd, die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat de klacht gegrond is.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Nieuwsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 september 1997 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr D.T. Dalmolen, mr G. Dullens en drs K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1997, 33