1997/32 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr W.J. Ouwerkerk

tegen

K. Knip en de hoofdredacteur van het NRC Handelsblad

Bij brief van 22 april 1997 met 16 bijlagen, heeft de heer W.J. Ouwerkerk te Den Haag (klager) een klacht ingediend tegen de journalist K. Knip en de hoofdredacteur van het NRC
Handelsblad (betrokkenen).
Hierop is door de heer F.E. Jensma, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 20 mei 1997 met 2 bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 augustus 1997, in aanwezigheid van klager en betrokkenen. Klager heeft een pleitnota overgelegd.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Naar aanleiding van de bekendmaking van een nieuwe gedragscode door Shell publiceerde het NRC Handelsblad op 18 maart 1997 in het Economie katern een nieuwsanalyse van de hand van de journalist K. Knip. Daarin belicht hij enkele milieu-kwesties uit het verleden, waar Shell bij betrokken was. Voor de onderhavige klacht zijn de volgende passages van belang:
- Er zijn hier bittere herinneringen aan de afvaldumpingen van Shell in de polder Gouderak (met heimelijke vergoedingen voor de vissterfte die het gevolg was).
- Als ontwikkelingslanden de pesticiden accepteerden die in het Westen al vijftien jaar of langer waren verboden dan was daarmee voor Shell de kous af.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is voormalig senior jurist bij Shell (buiten de V.S.) in milieuzaken en op het gebied van gevaarlijke stoffen. Thans heeft hij een eigen bedrijfsjuridisch adviesbureau. Hij is
voorzitter van het Nederlands genootschap van bedrijfsjuristen. Hij stelt door zijn omgeving te worden geassocieerd met het in het artikel gelaakte Shell-beleid. Het artikel bevat volgens klager onjuistheden.
De vissterfte bij Gouderak in mei 1959 hield verband met afvalstortingen van Shell Pernis. Er is toen door Shell een eenmalige financiƫle tegemoetkoming gedaan aan de vereniging van sportvissers, die een juridische actie tegen de veroorzakers overwoog. Van 'heimelijke vergoedingen', welke term een negatieve bijklank heeft, was geen sprake volgens klager.
De kwestie is daarna in de vergetelheid geraakt stelt klager, zodat van 'bittere herinneringen' evenmin sprake kan zijn.
De pesticiden die door Shell werden geƫxporteerd stonden volgens klager op een lijst met stoffen waarvoor een ontheffing van het verbod gold. De zogenaamde 'drins' waren in de EEG beperkt toegelaten. Klager wijst erop dat Shell inmiddels met terughalen van oude voorraden 'drins' uit Afrikaanse landen is begonnen, waaruit zou blijken dat voor Shell de kous allerminst af was.

Betrokkenen stellen dat de gekozen journalistieke vorm, een nieuwsanalyse, aan de journalist de vrijheid biedt tot interpretatie en analyse. De journalist gaf in het kader van het in de krant gevoerde debat over ethisch handelen van bedrijven een terugblik op gebeurtenissen rond Shell in relatie tot de nieuwe gedragscode. Er is volgens betrokkenen met zorgvuldigheid te werk gegaan, diverse bronnen zijn geraadpleegd. Betrokkenen merken op dat Shell zelf niet op het
artikel heeft gereageerd.

ONTVANKELIJKHEID

De Raad dient allereerst de ontvankelijkheid van klager te beoordelen en overweegt daartoe het volgende.
Niet gebleken is dat klager binnen de rechtspersoon van Shell bij uitstek verantwoordelijk was voor de in het artikel genoemde gebeurtenissen. De Raad heeft evenmin kunnen vaststellen dat klager in persoon of in zijn onderneming door de publicatie wordt geschaad. De Raad komt tot de conclusie dat klager geen rechtstreeks belang heeft bij een uitspraak van de Raad en acht hem daarom niet ontvankelijk.

BESLISSING:

De Raad acht klager niet ontvankelijk in zijn klacht.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in NRC Handelsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 september 1997 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr D.T. Dalmolen, mr G. Dullens en drs K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1997, 32