1997/2 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Sport7 B.V.

tegen

A. Reneman en de hoofdredacteur van Nieuwstribune

In een brief van 30 september 1996, met 1 bijlage, heeft de heer R. Hendriks, directeur van Sport7 B.V. (klaagster) te Hilversum een klacht ingediend tegen de journalist Alette Reneman en de hoofdredacteur van het tijdschrift Nieuwstribune (betrokkenen).
Hierop is door mr G.J. Kemper, advocaat, namens betrokkenen gereageerd in een brief van 5 november 1996.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 december 1996. Betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In nummer 39 van het tijdschrift Nieuwstribune, van 26 september 1996, is een artikel gepubliceerd van de hand van de journalist Reneman met de titel 'Wie redt Sport7?'.
Daarin komen de volgende passages voor:

De sponsors en aandeelhouders maken zich zorgen over de verliezen, die geraamd worden op dertig miljoen gulden per maand. Philips zou, na teleurstellende halfjaarcijfers, bang zijn voor nog een financiële strop. Ook bij Koninklijke PTT Nederland (KPN) heeft de Afdeling KPN Multi-Media, waar Sport7 onder valt, de winsten van het moederbedrijf gedrukt. De ING Bank (17%), die het avontuur van de mede-aandeelhouders financiert, heroverweegt zijn rol. De bank vult vooralsnog de financiële gaten, maar voor hoe lang? Onlangs nam de Telegraaf de aandelen (5%) van Willem van Kooten over en daar krabt men zich nu al achter het oor.

Er wordt gefluisterd dat er voor de meeste commercials slechts weinig (of zelfs niets) betaald wordt.

In de contracten van de KNVB met Sport7 wordt gesproken over 'kwalitatieve randvoorwaarden'. Maar of daar bereiksgaranties onder vallen wil niemand bevestigen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klaagster bevat het artikel essentiële en aantoonbaar onjuiste gegevens, zijn de in het artikel getrokken conclusies niet gemotiveerd of op onjuiste veronderstellingen gebaseerd en is de tekst tendentieus, onheus en suggestief.

De suggestie dat de vier grote aandeelhouders zouden overwegen hun aandelenbezit van de hand te doen c.q. hun positie zouden overwegen of 'bang' zouden zijn voor een financiële strop is volgens klaagster onwaar, evenals de suggestie dat de Telegraaf spijt zou hebben van haar investering. Dat de verliezen geraamd worden op dertig miljoen per maand zou in strijd zijn met de waarheid. Dat geldt ook voor de bewering dat er gefluisterd wordt dat er voor de meeste commercials weinig of niets wordt betaald. Als de journalist telefonisch contact had opgenomen met klaagster had zij kunnen weten dat bereiksgaranties niet in het contract met Sport7 zijn opgenomen.
Klaagster meent dat de journalist haar op essentiële punten niet om een reactie heeft verzocht en voorzover al om een reactie is gevraagd is haar standpunt geheel niet weergegeven. De woordvoerder van klaagster zou gemotiveerd duidelijk hebben gemaakt waarom en op welke punten de aannames van de journalist onjuist waren.

Betrokkenen stellen dat de informatie waarop het artikel is gebaseerd afkomstig is van als insiders aangemerkte bronnen, die zij als betrouwbaar en terzake kundig omschrijven. De journalist heeft de hardheid van de informatie gecontroleerd. Ook is advies ingewonnen van een onafhankelijk mediabureau, dat berekeningen heeft gemaakt aan de hand van bekende gegevens in combinatie met ervaring en dat de aanloopverliezen schatte op 30 miljoen gulden per maand. Volgens betrokkenen heeft de journalist contact gehad met de toenmalige marketingmanager en met de woordvoerder van klaagster. Op stellingen over ontevreden aandeelhouders, adverteerders en mediabureaus reageerde laatstgenoemde met de reactie 'Niets is waar'. Additionele informatie zou zijn geweigerd. De drie door de journalist benaderde groot-aandeelhouders waren volgens betrokkenen niet bereid inhoudelijk commentaar te geven.
Betrokkene is van mening dat klaagster en haar aandeelhouders zichzelf de mogelijkheid om vergissingen of onjuistheden te signaleren of hun visie te stellen tegenover die van anderen hebben ontnomen. Betrokkenen geven aan de hand van informatie van recente datum aan, dat een aantal van de volgens klaagster als onjuist bestempelde gegevens blijkt te kloppen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht valt volgens de Raad uiteen in de volgende onderdelen:
1. de vermelding van onjuistheden in het artikel;
2. onvoldoende toepassen van het beginsel van wederhoor;
3. het artikel zou tendentieus, onheus en suggestief van toon zijn.

Ten aanzien van het eerste onderdeel overweegt de Raad, dat klaagster in gebreke is gebleven aannemelijk te maken dat de beweringen van de journalist inderdaad onjuist waren, hoewel door haar is gesteld dat de onjuistheid 'aantoonbaar' is. Enkel op basis van de klacht kan de Raad niet tot het oordeel komen dat de publicatie onjuistheden bevat. Dit onderdeel van de klacht acht de Raad dan ook ongegrond.

Het tweede onderdeel klaagt over de wijze waarop wederhoor heeft plaatsgevonden. Voor de Raad staat voldoende vast dat aan klaagster om commentaar is gevraagd op het verzamelde materiaal en op een aantal van de voorgenomen beweringen. Hoewel de verklaringen van partijen met betrekking tot de inhoud van de reactie van klaagsters woordvoerder uiteen lopen, is niet gebleken, dat klaagster onvoldoende in de gelegenheid is gesteld haar visie kenbaar te maken. Ook dit onderdeel van de klacht treft derhalve geen doel.

Tenslotte oordeelt de Raad over het derde onderdeel van de klacht, dat het artikel kritisch van toon is en niet gunstig uitvalt voor klaagster. Dit maakt het echter nog niet tendentieus of onheus, zodat de klacht ook op dit onderdeel ongegrond wordt geacht.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Nieuwstribune te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 1997 door mr P.J. Boukema, voorzitter,
mr. G. Dullens, J.A. Koerts, A.G. Scherphuis en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

Voorzitter Secretaris

RvdJ 1997, 2.