1997/19 gegrond

 

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

Anti Fascistische Aktie (AFA)

 

 

tegen

 

 

De Provinciale Zeeuwse Courant (PZC)

 

 

 

 

Bij brief van 16 december 1996 met vier bijlagen heeft AFA (klaagster) een klacht ingediend tegen de Provinciale Zeeuwse Courant (betrokkene). Bij brief van 20 januari 1997 heeft de heer A.L. Oosthoek, hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant, namens betrokkene op de klacht gereageerd.

 

De behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 18 april 1997. Namens klaagster zijn verschenen de heren J. Bosch en P. Kraaijer; namens betrokkene de heer A.L. Oosthoek.

 

 

 

 

 

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

 

Op donderdag 12 december 1996 is in de Provinciale Zeeuwse Courant een artikel van de hand van verslaggever R. Bosboom gepubliceerd onder de kop "Anti-fascisten willen betogende CD'ers zaterdag 'wegmeppen' - Veldslag dreigt in Middelburg". De strekking van het artikel is dat de organisatie Anti Fascistische Aktie (AFA) haar aanhang uit het hele land zou hebben gemobiliseerd om, gewapend met kettingen en knuppels, naar Middelburg te komen teneinde te voorkomen dat aanhangers van de Centrum Democraten aldaar op zaterdag 14 december 1996 folders zouden uitdelen. Het artikel citeert is een zekere D. Goeman als woordvoerder van AFA geciteerd.

 

 

De aanleiding voor het artikel is geweest dat de heer Bosboom telefonisch door "de heer D. Goeman" is benaderd. Deze deed zich voor als woordvoerder van AFA en deelde Bosboom mee dat op zaterdag 14 december 1996 circa drie- tot vierhonderd gewapende AFA-aanhangers naar Middelburg zouden komen om het uitdelen van folders door CD'ers tegen te gaan. Bosboom heeft "Goeman" diens telefoonnummer gevraagd, wat deze weigerde te geven. Bosboom heeft daarop, na intern overleg op zijn redactie, contact gezocht met het landelijk secretariaat van AFA. Daar bleek niemand aanwezig, noch bleek het antwoordapparaat enige verwijzing te geven naar een woordvoerder van AFA.

 

 

Bosboom heeft een bericht ingesproken op het antwoordapparaat van AFA en heeft vervolgens contact gezocht met de stichting Bravo, die in Zeeland anti-fascistische en anti-discriminatie-activiteiten bundelt. Bravo deelde Bosboom mee een zelfde telefonisch bericht van "Goeman" te hebben gekregen. Bosboom is vervolgens uitgegaan van de juistheid van de telefonische mededeling. Hij heeft voorts nog contact gehad met de korpsbeheerder van de politie, die door Bravo van het telefoongesprek met "Goeman" op de hoogte was gesteld.

 

 

Het artikel uit de Provinciale Zeeuwse Courant is door de Geassocieerde Pers Diensten (GPD) overgenomen, ten gevolge waarvan het bericht omtrent de vermeende actie van AFA ook in het Utrechts Nieuwsblad van 12 december 1996 en wellicht nog meer regionale kranten in Nederland is opgenomen.

 

 

Op 12 december 1996 in de middag is de perswoordvoerder van AFA, de heer P. Kraaijer, door een Zeeuwse correspondent van Dagblad Trouw opgepiept naar aanleiding van het in de Provinciale Zeeuwse Courant verschenen artikel. Vervolgens is hij ook door Radio Zeeland benaderd. Kraaijer heeft nog diezelfde middag contact opgenomen met Bosboom teneinde duidelijk te maken dat het gepubliceerde bericht onjuist was en dat bij AFA in het geheel geen "Goeman" bekend is. Kraaijer heeft voorts meegedeeld dat AFA geen gewelddadige organisatie is en dat hij veronderstelde dat degene die zich onder de naam "Goeman" had gepresenteerd, in werkelijkheid in de kringen van extreem-rechts gezocht moest worden. Het zou hier een poging kunnen betreffen AFA in een kwaad daglicht te stellen.

 

 

Op 13 december 1996 heeft de Provinciale Zeeuwse Courant een vervolg-artikel van de hand van Bosboom gepubliceerd onder de kop "AFA ontkent actie van CD met geweld te willen verstoren". In dit artikel is onder meer vermeld dat Kraaijer namens AFA het eerdere bericht ontkent en dat deze vermoedt dat het bericht door extreem-rechts in de wereld is gebracht. Betrokkene heeft de kwestie met dit tweede artikel als afgedaan beschouwd.

 

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

AFA stelt dat de berichtgeving in de Provinciale Zeeuwse Courant van 12 december 1996 onzorgvuldig is geweest en ook op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Betrokkene had niet op basis van de haar ter beschikking staande informatie tot publicatie van het gewraakte artikel mogen overgaan.
Zij had zich behoren af te vragen waarom AFA een gewelddadige actie tevoren bij een krant zou aankondigen (hetgeen niet logisch is), alsmede waarom de vermeende woordvoerder van AFA, "Goeman", niet bereid was zijn telefoonnummer te verstrekken. Weliswaar ziet AFA in dat zij onvoldoende had zorggedragen voor goede bereikbaarheid van haar werkelijke woordvoerder - waarvoor thans overigens wel is gezorgd - maar gegeven die onbereikbaarheid had betrokkene onder de aan de orde zijnde omstandigheden niet tot publicatie van het artikel mogen overgaan. Zij had behoren te wachten tot wèl voldoende verificatie van het bericht mogelijk was geweest, dan wel had bij andere media moeten natrekken of "Goeman" inderdaad de woordvoerder van AFA is. Het met Bravo gevoerde telefoongesprek moet in dit verband als onvoldoende worden beschouwd.

 

AFA stelt per saldo dat zij in de publicatie ten onrechte als gewelddadige organisatie is afgeschilderd en dientengevolge ten onrechte in een negatief daglicht is gesteld. Met het bericht in de krant van 13 december 1996 is dit naar het oordeel van AFA onvoldoende rechtgezet.

 

 

Betrokkene stelt zich op het standpunt dat haar verslaggever zich voldoende heeft ingespannen om nog vóór publicatie van het gewraakte artikel met AFA in contact te komen. Dat AFA niet bereikbaar was kan betrokkene niet worden aangerekend. AFA heeft bovendien niet de naam "Kraaijer" als exclusief woordvoerder bij betrokkene gedeponeerd. Haar verslaggever heeft contact opgenomen met "Nederland Bekent Kleur" en met de stichting Bravo. Bravo zou de verslaggever, met verwijzing naar de AFA-praktijk, de aankondiging van de actie in Middelburg nadrukkelijk hebben bevestigd. Betrokkene is voorts van mening dat, nadat verslaggever Bosboom en de heer Kraaijer elkaar op 12 december 1996 naar aanleiding van de gewraakte publicatie hadden gesproken, AFA gelet op de berichtgeving van 13 december 1996 voldoende ruimte is gegeven haar standpunt te formuleren en lucht te geven aan haar ongenoegen. AFA heeft de hoofdredactie bovendien nimmer gevraagd om een rectificatie dan wel een meer directe toegang tot de kolommen van de krant. De klacht dient naar de mening van betrokkene dan ook te worden verworpen.

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met betrekking tot de klacht oordeelt de Raad als volgt.

 

De Raad stelt voorop dat het hele probleem had kunnen worden voorkomen indien AFA op deugdelijke wijze bereikbaar was geweest. AFA heeft erkend dat het hinderlijk is dat dit niet het geval was en heeft haar beleid dienaangaande terecht aangepast. Desalniettemin had (de verslaggever van) betrokkene zich zorgvuldiger behoren te vergewissen van de betrouwbaarheid van zijn bron. Nu "Goeman" niet bereid was zijn telefoonnummer te verstrekken, was de informatie niet direct controleerbaar en had betrokkene extra waakzaam behoren te zijn. De verslaggever twijfelde kennelijk zelf ook aan zijn bron, gelet op het feit dat hij geprobeerd heeft de inhoud van het bericht bevestigd te krijgen door de stichting Bravo. Het enkele feit dat deze stichting eveneens telefonisch door "Goeman" was benaderd mocht betrokkene niet beschouwen als bevestiging, nu dit in feite dezelfde bron betrof.

 

 

Naar het oordeel van de Raad had betrokkene op basis van de haar ter beschikking staande informatie niet tot de publicatie mogen komen als in de krant van 12 december 1996 verschenen. Betrokkene had, mede gelet op de ernst van het bericht, ofwel behoren te wachten met publicatie tot zij haar informatie bij AFA had kunnen verifiëren, ofwel had haar berichtgeving op geheel andere wijze behoren in te kleden. Betrokkene heeft met de gewraakte berichtgeving de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, aanvaardbaar is. In zoverre is de klacht gegrond.

 

 

Gelet op de aard van de publicatie wordt dit niet anders door de omstandigheid dat, anders dan klaagster betoogt, betrokkene de onjuiste berichtgeving van 12 december 1996 met het artikel van 13 december 1996 in feitelijk opzicht voldoende heeft rechtgezet. Uit laatstgenoemd artikel blijkt immers dat de berichtgeving van 12 december 1996 onjuist was. De Raad overweegt hierbij mede dat klaagster nimmer heeft aangedrongen op een rectificatie als zodanig dan wel op het plaatsen van een ingezonden brief.

 

 

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gedeeltelijk gegrond.

 

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in De Provinciale Zeeuwse Courant.

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 mei 1997 door mr. G. Dullens, voorzitter, M.J. Kes,
W.H.K. Ammerlaan en J.A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

 

 

 

 

 

Voorzitter Secretaris

 

RvdJ 1997, 19.