1997/17 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Kabelfoon B.V.

tegen

J. Zandbergen en HP/De Tijd B.V.

Bij brief van 16 januari 1997 met tien bijlagen van haar gemachtigde de heer mr S. Abdoellakhan heeft Kabelfoon B.V. (klaagster) een klacht ingediend tegen de heer
J. Zandbergen en HP/De Tijd B.V. (betrokkenen). Bij brief van 12 februari 1997 heeft de heer B. Vuijsje, hoofdredacteur van HP/De Tijd, namens betrokkenen op de klacht gereageerd.

De behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 18 april 1997. Namens klaagster zijn verschenen de heren H. van der Giessen en S. Abdoellakhan. Betrokkenen zijn niet verschenen. De heer Abdoellakhan heeft aan de hand van pleitnotities de klacht nader toegelicht.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Kabelfoon is een project van CAIW, de kabeltelevisiemaatschappij van het Westland. Kabelfoon biedt haar abonnees Internet-aansluitingen via de televisiekabel en over de telefoon.

In HP/De Tijd van 22 november 1996 is een artikel opgenomen onder de kop "Kabelfoon blijkt Proxy!".
Het betreft een artikel in de door J. Zandbergen verzorgde rubriek "http://". In dit artikel wordt een anonieme informant opgevoerd die, naar het artikel beschrijft, een "vaste hostnaam met IP-nummer" wilde hebben maar die van Kabelfoon niet verkreeg, "onder geen voorwaarde en voor geen prijs". In het artikel is onder meer vermeld dat CAIW niet op Internet is aangesloten en dat klanten van Kabelfoon alle binnengehaalde informatie ontvangen via een zogenaamde "proxy server" (in lekentaal: een soort interne "krantenbak" voor eerder opgevraagde pagina's van het World Wide Web), waarbij de suggestie wordt gewekt dat daarmee de klant verouderde informatie wordt geboden. Tot slot is in het artikel vermeld dat CAIW-Kabelfoon in deze kwestie alle commentaar weigert.

Op 4 november 1996 had de heer P. Zandbergen, een broer van J. Zandbergen, de helpdesk van CAIW een e-mailbericht gezonden met als onderwerp "Is de CAI Westland wel een Internet provider?" Daarin is onder meer de vraag opgeworpen wat bij CAIW de mogelijkheden zijn voor het verkrijgen van een vast IP-adres, alsmede is, onder het citeren van een tekst van de helpdesk-pagina's het gebruik van proxy servers binnen het netwerk van CAIW ter discussie gesteld. De heer Van der Giessen van Kabelfoon heeft hierop slechts kort gereageerd. Zijn antwoord, eveneens per e-mail verzonden, had de strekking dat hij zich niet geroepen voelde de door CAIW gekozen maatregelen te verdedigen en dat in antwoord op een op een dergelijke wijze geformuleerde vraag, van medewerking van CAIW geen sprake kon zijn.
De heer P. Zandbergen heeft in een reactie daarop per e-mail geantwoord dat het hem speet indien het eerdere bericht Van der Giessen had gegriefd, dat het niet zijn bedoeling was een aanval te doen op de organisatie van CAIW en dat het slechts een poging tot het verkrijgen van meer informatie betrof. Van der Giessen heeft daarop niet meer gereageerd.

Kabelfoon heeft bij brief van 26 november 1996 van zijn gemachtigde aan HP/De Tijd laatstgenoemde erop gewezen dat naar haar mening in het artikel van J. Zandbergen verschillende onjuistheden zijn vermeld en suggestieve opmerkingen zijn gemaakt waardoor Kabelfoon onnodig wordt geschaad in haar goede naam. Kabelfoon heeft rectificatie van het artikel gevorderd alsmede vergoeding van de door haar gemaakte kosten.
HP/De Tijd heeft bij brief van 10 december 1996 van mr P.J. Jansen, hoofd juridische zaken van haar moedervennootschap Audax Diensten B.V., inhoudelijk op het in de brief van 26 november 1996 gestelde gereageerd. Zij heeft gesteld geen aanleiding te zien aan het verzoek tot rectificatie dan wel vergoeding van gemaakte kosten te voldoen, maar heeft wel aangeboden in het eerstvolgende nummer van HP/De Tijd in de brievenrubriek een in overleg met de redactie van HP/De Tijd tot stand te brengen reactie van Kabelfoon te plaatsen.

Kabelfoon heeft nadien, onder voorbehoud van haar rechten, ingestemd met het voorstel met betrekking tot plaatsing van een reactie in de rubriek "brieven". In een brief van 12 december 1996 van haar gemachtigde heeft zij daarover geschreven:

"Kabelfoon zal een brief opstellen, welke slechts na haar instemming mag worden geplaatst. Indien HP/De Tijd een redactionele reactie overweegt dan verneem ik dit gaarne. Daarbij gaat Kabelfoon ervan uit dat een eventueel redactioneel commentaar in overleg met haar tot stand zal komen. Gaarne verneem ik (..) of u akkoord gaat met de voorgestelde gang van zaken."

Op 17 december 1996 heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen de heer Jansen van Audax Diensten en de gemachtigde van Kabelfoon. Naar aanleiding daarvan heeft laatstgenoemde bij brief van 23 december 1996 een namens Kabelfoon in HP/De Tijd te plaatsen brief aan Jansen toegezonden. Deze brief is vervolgens zonder enig overleg met Kabelfoon door de redactie van HP/De Tijd ingekort en is in verkorte vorm in de brievenrubriek van HP/De Tijd geplaatst. Dit is eerst achteraf aan de gemachtigde van Kabelfoon bericht.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt zich ten eerste op het standpunt dat het gewraakte artikel van 22 november 1996 op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De "anonieme bron" van J. Zandbergen is volgens klaagster kennelijk zijn broer P. Zandbergen geweest en deze heeft de in het artikel overgenomen beweringen kennelijk ontleend aan de tussen hem en H. van der Giessen gevoerde e-mailcorrespondentie. J. Zandbergen heeft zelf geen contact opgenomen met Kabelfoon teneinde de hem gegeven informatie te controleren. Het gewraakte artikel bevat naar de mening van klaagster dan ook verschillende onjuistheden en suggestieve beweringen, welke schadelijk zijn voor haar goede naam jegens huidige en potentiële abonnees, andere Internet-providers en kabelexploitanten.
Voorts is klaagster van mening dat het betrokkenen, gegeven de tussen partijen gemaakte afspraken, niet vrijstond de namens Kabelfoon aangeleverde en te publiceren brief zonder enig overleg in te korten en slechts de verkorte versie te publiceren. Deze verkorte versie beperkt zich naar het oordeel van klaagster tot slechts enkele neutrale mededelingen, ten gevolge waarvan bij de lezers ten onrechte de indruk wordt gewekt dat HP/De Tijd in deze kwestie geen blaam treft. Per saldo hebben betrokkenen de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, aanvaardbaar is.

Betrokkenen stellen dat de discussie naar hun oordeel slechts betrekking heeft op de wijze waarop de publicatie van de ingezonden brief heeft plaatsgevonden. Zij wijzen erop dat de redactie van HP/De Tijd zich het recht heeft voorbehouden (te) lange brieven in te korten en menen dat de ingezonden brief, zoals deze is gepubliceerd, een adequaat weerwoord vormt op het gewraakte artikel. Klaagster heeft derhalve geen belang bij toewijzing van de klacht en moet om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ten aanzien van de inhoud van het gewraakte artikel houden betrokkenen vast aan de stelling dat Kabelfoon geen echte Internet Service Provider is, omdat de klant bij Kabelfoon niet rechtstreeks is aangesloten op Internet nu hij enerzijds geen vast IP-adres kan verkrijgen en anderzijds uitsluitend kan inloggen via een proxy server.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met betrekking tot de klacht oordeelt de Raad als volgt.

De Raad overweegt allereerst dat klaagster, gelet op de door haar aan betrokkenen gemaakte verwijten, belang heeft bij een oordeel van de Raad over het handelen van betrokkenen. Zij is derhalve, anders dan betrokkenen betogen, ontvankelijk in haar klacht.

Ten aanzien van het eerste deel van de klacht stelt de Raad voorop dat door klaagster is gesteld en door betrokkenen niet is weersproken dat de door J. Zandbergen in het artikel genoemde bron diens broer P. Zandbergen betrof en dat J. Zandbergen geen poging heeft gedaan de hem verstrekte informatie bij Kabelfoon te verifiëren.

Ook al was dat de reactie van H.van der Giessen in de e-mailcorrespondentie op de vragen van P.Zandbergen niet adequaat, dit neemt niet weg dat J. Zandbergen niet louter op de hem door zijn broer meegedeelde informatie mocht afgaan. De Raad acht het artikel aldus op onzorgvuldige wijze tot stand gekomen. Uit hetgeen klaagster in de stukken en ter zitting heeft aangevoerd is het de Raad bovendien gebleken dat klaagster wel degelijk als Internet Service Provider kan worden beschouwd en dat het gebruik van een proxy server niet per definitie negatief behoeft te worden uitgelegd. De in het artikel vermelde informatie is derhalve deels suggestief en deels onjuist.

Ten aanzien van het tweede deel van de klacht is de Raad van oordeel dat de wens van betrokkenen de door klaagster opgestelde brief in te korten op zich begrijpelijk is, maar dat dit, gegeven de gemaakte afspraken, betrokkenen in dit geval niet vrijstond. Hier was immers geen sprake van een "gewone" ingezonden brief - waarop het in de brievenrubriek gemaakte inkortingsvoorbehoud van toepassing is - maar van een na overleg bereikt compromis teneinde een gerezen conflict op te lossen. Namens betrokkenen is bij dat compromis niet het recht voorbehouden dat de door klaagster op te stellen brief mocht worden ingekort. Uitdrukkelijk is gesproken over een "in overleg met de redactie tot stand te brengen reactie".
Onder die omstandigheden hadden betrokkenen over eventueel door hen gewenste wijzigingen in de brief contact met klaagster behoren op te nemen en mochten zij niet eenzijdig een (voor klaagster kennelijk essentieel) deel van de brief schrappen.

Betrokkene hebben derhalve naar het oordeel van de Raad ten aanzien van beide onderdelen van de klacht de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het tijdschrift HP/De Tijd.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 mei 1997 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter,
mr. G. Dullens, M.J. Kes, W.H.K. Ammerlaan en A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Voorzitter Secretaris

RvdJ 1997, 17.