1997/16 gegrond

 

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

H.H.J. Strootman

 

 

tegen

 

 

Uitgeversmaatschappij De Gelderlander

 

 

 

 

Bij brief van 30 januari 1997 met zes bijlagen heeft mr P.H.R. Bruls van Stichting Rechtsbijstand namens de heer H.H.J. Strootman (klager) een klacht ingediend tegen Uitgeversmaatschappij De Gelderlander (betrokkene). In een brief van 21 februari 1997 heeft de heer H.J. Kuyt, hoofdredacteur van De Gelderlander, namens betrokkene op de klacht gereageerd.

 

De behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 18 april 1997. Klager heeft op de zitting zijn klacht toegelicht; betrokkene is niet verschenen.

 

 

 

 

 

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

 

De heer L. van der Hoeven heeft, onder de kop "Slik het niet", ten behoeve van FNV Magazine van 10 februari 1994 een artikel geschreven over het gebruik van grote hoeveelheden medicijnen door bejaarden. Daarbij is in overleg met klager en diens moeder, mevrouw J. Strootman-Zwartjes, onder meer de situatie van de moeder van klager beschreven en zijn enkele citaten uit een met haar gehouden interview vermeld. De tekst van het artikel is destijds telefonisch aan klager voorgelezen en is door hem geaccordeerd zonder dat enige wijziging in de tekst behoefde te worden aangebracht.

 

 

Op 2 oktober 1996 is in de "wel en wee-bijlage" van dagblad De Gelderlander een artikel van de hand van L. van der Hoeven gepubliceerd onder de titel "Stikken in de pillen". Dit artikel betreft een bewerking van het artikel uit FNV Magazine van 10 februari 1994. Van der Hoeven noch betrokkene hebben hierover overleg met klager en/of diens moeder gevoerd. Hadden zij daartoe wel een poging gedaan, dan hadden zij vernomen dat mevrouw Strootman-Zwartjes inmiddels was overleden.

 

 

In het artikel dat in dagblad De Gelderlander is gepubliceerd zijn passages vermeld die niet in het eerdere artikel hebben gestaan.
Onder meer is toegevoegd:

 

 

"Mevrouw Strootman moet al jarenlang veel pijn verdragen. (..) Zij zou actief een einde aan haar leven willen maken. "Maar dat durf ik niet te doen. Mijn zoon wil het niet. Terwijl ik met de gebakken peren zit! Hij vertelt me dat hij dat vreselijk zou vinden."

 

 

Dr. Prevoo, de voormalig behandelend arts van mevrouw Strootman, heeft betrokkene op de ongepastheid van de publicatie geattendeerd. De adjunct-hoofdredacteur van betrokkene heeft vervolgens bij brief van 16 oktober 1996 klager zijn excuses aangeboden voor de publicatie. Voorts heeft betrokkene klager telefonisch rectificatie van het artikel aangeboden. Klager heeft laten weten daaraan geen behoefte te hebben, omdat daarmee de kwestie slechts opnieuw zou worden opgerakeld. Wel heeft klager zich nadien, bij brief van 11 december 1996 van de Stichting Rechtsbijstand, op het standpunt gesteld dat hij ten gevolge van onrechtmatig handelen van betrokkene immateriële schade heeft geleden. Hij heeft betrokkene verzocht een voorstel te doen ter vergoeding van deze immateriële schade. Betrokkene heeft klager bij brief van 16 januari 1997 bericht daartoe niet bereid te zijn.

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat betrokkene door de publicatie van het artikel en de hierboven geciteerde toevoeging de grenzen heeft overschreden van wat, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

 

Betrokkene stelt voorop dat zij de journalistieke onzorgvuldigheid van haar medewerker betreurt. Zij meent echter dat zij in haar tegemoetkoming jegens klager, waaronder het aanbod het artikel te rectificeren, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid binnen haar maatschappelijke verantwoordelijkheid is gebleven.

 

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met betrekking tot de klacht oordeelt de Raad als volgt.

 

Vaststaat dat de heer Van der Hoeven het artikel in dagblad De Gelderlander heeft gebaseerd op reeds jaren voordien verzameld materiaal. De tekst van het begin 1994 door klager geaccordeerde artikel is gewijzigd, waarbij onder meer het hierboven weergegeven citaat is opgenomen. Van der Hoeven noch betrokkene hebben geverifieerd of publicatie van het artikel na zo lange tijd, en in een ander medium, gepast was. Evenmin hebben zij dit gedaan ten aanzien van de gewijzigde tekst dan wel daarvoor autorisatie gevraagd.
Door een en ander na te laten hebben zij aldus de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, aanvaardbaar is.

 

 

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

 

 

 

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het Dagblad De Gelderlander.

 

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 mei 1997 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter,
mr. G. Dullens, M.J. Kes, W.H.K. Ammerlaan en J.A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

 

 

 

 

 

Voorzitter Secretaris

 

RvdJ 1997, 16.