1997/13 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Pro Primates-vakbond voor apen

tegen

M. aan de Brugh en de hoofdredacteur van BIOnieuws

In brieven van 27 augustus, 19 november, 21 november en 27 november 1996, met in totaal 17 bijlagen, heeft de heer I. Spruit, in zijn hoedanigheid van directeur van de Stichting Pro Primates-vakbond voor apen te Leiden (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist M. aan de Brugh en de hoofdredacteur van het tijdschrift BIOnieuws (betrokkenen).
Hierop is door drs. C.R.M. Koopman, directeur van het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI), uitgever van BIOnieuws, gereageerd in een brief van 10 december 1996 met 7 bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 maart 1997. Namens klaagster verschenen de heren I. Spruit, directeur en M. de Bruin, voorzitter van Stichting Pro Primates. Namens betrokkenen verschenen de heren C.R.M. Koopman, directeur van het NIBI en J. van den Broek, hoofdredacteur van BIOnieuws.
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

De Stichting Pro Primates-vakbond voor apen, heeft blijkens haar statuten ten doel: de behartiging van de belangen van non-humane primaten over de hele wereld en in het bijzonder in Nederland.
In het tijdschrift BIOnieuws verscheen op 24 augustus 1996 een artikel van de hand van de journalist Aan de Brugh, met de kop Patiënten moeten nog even op varkensharten wachten. Het artikel gaat over xenotransplantatie, de transplantatie van dierlijke organen in een mensenlichaam. Onder de subkop Bavianen somt de journalist een aantal nadelen op van transplantatie van organen van bavianen: De apensoort laat zich moeilijk fokken, heeft een lange generatietijd en krijgt weinig nakomelingen. De organen zijn relatief klein, dus waarschijnlijk niet echt geschikt om in een mensenlichaam te functioneren. En dan is er nog het infectiegevaar.(...) Vanwege dit dreigende gevaar bestaat er een duidelijke terughoudendheid om de baviaan, of een andere apesoort, als orgaanleverancier in aanmerking te laten komen. Het artikel vervolgt met het noemen van voor- en nadelen van het gebruik van varkensorganen en de beschrijving van een proef met de transplantatie van varkensharten in apen.

In BIOnieuws van 14 september 1996 werd een reactie op het artikel gepubliceerd van de hand van de heer Spruit, als directeur van Pro Primates. Op dezelfde pagina publiceerde het blad twee reacties op een hoofdredactioneel artikel over xenotransplantaties, waarvan één eveneens van de heer Spruit, met daarop het commentaar van de hoofdredacteur.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster heeft haar klacht ter zitting beperkt, zodat die uitsluitend is gericht tegen de volgens klaagster onjuiste berichtgeving in het artikel van Aan de Brugh van 24 augustus 1996. Het is volgens klaagster feitelijk onjuist, dat xenotransplantaties met apen minder kans hebben dan met varkens. Bewijzen daarvoor zijn volgens klaagster terug te vinden in de literatuur. De aap staat dichter bij de mens dan het varken. Bovendien is de baviaan volgens klaagster een aap die zich makkelijk laat fokken.

Betrokkenen stellen dat zij een belangrijk wetenschapper hebben geraadpleegd, die bevestigde dat varkens een grote kans maken te worden gebruikt voor xenotransplantatie. Als klaagster het daarmee oneens is, kan zij daar door middel van een ingezonden brief op reageren. Het blad wil lezers alle ruimte geven voor discussie. Dat is in casu ook gebeurd: er zijn meerdere ingezonden brieven over het onderwerp geplaatst, waarvan twee van de heer Spruit.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De gewraakte passage uit het artikel in BIOnieuws heeft betrekking op een in wetenschappelijke kring gevoerde discussie over xenotransplantaties. Daarbij heeft de journalist de opvatting verwoord van een bepaalde wetenschappelijke stroming, die de nadelen van het gebruik van organen van bavianen voor transplantatie in een mensenlichaam benadrukt. De opvattingen van klaagster terzake zijn in het eerstvolgende nummer van BIOnieuws gepubliceerd. Dit alles in aanmerking nemend is de Raad van oordeel dat geen sprake is van onzorgvuldig handelen ten aanzien van klaagster, nog daargelaten de vraag of de belangen die klaagster behartigt, zoals in haar statuten geformuleerd, door de publicatie zouden zijn geschaad.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in BIOnieuws te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 april 1997 door mr. P.J. Boukema, voorzitter,
mw. mr. V. Keur, W.F. de Pagter en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van
mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1997, 13.