1997/10 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P.M. Echteld

tegen

M.C.M. Roso

Bij brief van 14 november 1996 met 1 bijlage en voorzien van een machtiging, heeft het Meldpunt Discriminatie te Leiden namens de heer P.M. Echteld (klager) een klacht ingediend tegen mevrouw M.C.M. Roso, eindredactrice van de Stadskrant van de gemeente Leiden (betrokkene).
Hierop is door mevrouw Roso gereageerd in een brief van 14 december 1996.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 februari 1997. Zowel klager als betrokkene waren daarbij aanwezig.
Klager werd bijgestaan door mevrouw F. Nadi en mevrouw R.M. Bavelaar, van het Meldpunt Discriminatie Leiden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Betrokkene is eindredactrice van de Stadskrant Leiden, die deel uitmaakt van het Leids Nieuwsblad. De pagina's worden gepubliceerd tegen betaling, in opdracht van de gemeente Leiden, en vallen buiten de verantwoordelijkheid van de redactie van het Leids Nieuwsblad. Op 25 oktober 1996 verscheen in de Stadskrant een artikel over projecten in het kader van sociale vernieuwing in Leiden, die tot doel hebben om mensen zonder werk weer aan de slag te krijgen. Bij dit artikel staat een foto, waarop naast klager, leunend tegen zijn auto, een toezichthouder in de Leidse buurt Slaaghwijk te zien is. Het foto-onderschrift luidt: Toezichthouder Kees Stol in 'zijn' Slaaghwijk: aan het werk voor z'n eigen wijk. De foto is in een kader geplaatst, samen met een tekst waarin wordt uitgelegd dat in Leiden wordt geprobeerd om door middel van samenwerking met bewoners en maatschappelijke organisaties de situatie van mensen die verstrikt zijn geraakt in ingewikkelde regelgeving, vereenzaming en werkloosheid en anderen die wonen in onveilige en verwaarloosde buurten te verbeteren. Als voorbeeld van projectmatige aanpak van sociale vernieuwing worden enkele buurten genoemd, waaronder de buurt Slaaghwijk.
De betreffende foto is in de zomer van 1994 met toestemming van klager gemaakt. Voor de gewraakte publicatie heeft hij geen toestemming gegeven.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft bezwaar tegen de publicatie van de foto zonder zijn toestemming en tegen het kader waarin de foto is geplaatst. Klager heeft geen moeite met regelgeving en hij is niet vereenzaamd of werkloos. Hij stelt door de publicatie in zijn belangen te zijn geschaad. In zijn omgeving is hij er herhaaldelijk op aangesproken. Op het moment dat de foto werd gemaakt, was klager met de toezichthouder is gesprek over het feit dat zijn auto, die hij aan het wassen was, op de stoep geparkeerd stond. Hij had geen bezwaar tegen het maken van de foto. Hij heeft niet gevraagd waar de foto voor gebruikt zou worden. Hij zag de foto voor het eerst bij de publicatie in
oktober 1996. Op een aanbod tot rectificatie door betrokkene is hij niet ingegaan, omdat betrokkene niet akkoord ging met de door hem gewenste omvang van de rectificatie.

De gewraakte foto maakt volgens betrokkene deel uit van een serie, gemaakt in het kader van een fotoproject over sociale vernieuwing. Alle foto's uit die serie zijn tentoongesteld in het Centrum Beeldende Kunst in Leiden en opgenomen in een fotoboek. Betrokkene heeft ter illustratie van de artikelen in de Stadskrant over sociale vernieuwing uit deze foto's een keuze gemaakt. Zij heeft bij de fotograaf geverifieerd of de geportretteerden toestemming hadden gegeven voor het maken van de foto. Dit bleek het geval te zijn. Volgens de fotograaf is het niet nodig om toestemming te vragen voor publicatie van foto's die buiten zijn gemaakt. Betrokkene is op die informatie te goeder trouw afgegaan. Toen betrokkene van de bezwaren van klager vernam heeft zij aangeboden een rectificatie te plaatsen. Klager zou dat met een jurist bespreken, maar is daar niet meer op teruggekomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Allereerst stelt de Raad vast dat niet is gebleken dat klager op enigerlei wijze is gediscrimineerd. Het Meldpunt Discriminatie heeft desgevraagd ter zitting bevestigd op basis van de door klager gegeven machtiging op te treden en niet uit hoofde van zijn statuten.
De klacht is gericht tegen de publicatie van de foto zonder toestemming van klager en tegen de combinatie van de foto met de eronder geplaatste tekst.
Niet aannemelijk is geworden dat klager door publicatie van de foto in zijn belangen is geschaad. Daarom zijn door die publicatie geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is, ook al zou betrokkene, gelet op haar eigen verantwoordelijkheid in dezen, er beter aan hebben gedaan klager vooraf om toestemming te vragen in plaats van haar beslissing tot publicatie enkel te baseren op mededelingen van de fotograaf inzake de toestemming tot het maken van de foto.
De Raad acht de plaats van de tekst onder de foto en binnen hetzelfde kader ongelukkig gekozen, waardoor mogelijk bij lezers de indruk kan zijn ontstaan dat klager behoort tot de groep mensen die verstrikt is geraakt in ingewikkelde regelgeving, vereenzaming en werkloosheid. Een aanbod om dit te rectificeren heeft klager echter op onvoldoende gronden afgewezen, zodat de Raad ook dit onderdeel van de klacht ongegrond acht.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Stadskrant Leiden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 maart 1997 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, H. van Gessel, drs. M.W.M. Vos-van Gortel en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

Voorzitter Secretaris

RvdJ 1997, 10.