1996/9 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Anti-Fascistische Aktie-Zwolle en -Twente

tegen

de hoofdredacteur van de Zwolse Courant

In een brief van 31 oktober 1995 heeft de heer P. Kraaijer namens AFA, Anti-Fascistische Aktie afdelingen Zwolle en Twente (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Zwolse Courant (betrokkene).
Hierop is door J. Bartelds, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 9 februari 1996.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 maart 1996. Namens klager verscheen de heer P. Kraaijer. Betrokkene had laten weten geen gebruik te zullen maken van de mogelijkheid het verweerschrift mondeling toe te lichten.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In de Zwolse Courant verscheen op 14 oktober 1995 een artikel naar aanleiding van de uitspraak in een door de Centrumdemokraten (CD) aangespannen kort geding. De CD was van plan een ledenbijeenkomst te houden in een zaal in Dedemsvaart. De eigenaar van de zaal was met de dood bedreigd door anonieme bellers, die zich uitgaven voor AFA-representanten. Hij wilde de zaal ondanks een reeds gesloten overeenkomst niet langer ter beschikking stellen. De President van de Zwolse Rechtbank wees een vordering van de CD tot nakoming van de overeenkomst af. De bedreigingen tegen de zaalbeheerder en de dreigende ordeverstoring in Dedemsvaart speelden daarbij een belangrijke rol. In een artikel van 16 oktober 1995 schetste de journalist de sfeer bij de zaal in Dedemsvaart, waar actievoerders zich rond het tijdstip waarop de vergadering zou beginnen verzameld hadden. De dreigende confrontatie tussen leden van de CD en anti-fascisten bleef uit. Aan de ter plekke aanwezige woordvoerder van AFA, de heer Kraaijer, waren door de journalist vragen gesteld over de bedoelingen van AFA. Deze ontkende met klem, dat de bedreigingen aan het adres van de zaaleigenaar afkomstig waren van AFA. Ook stelde hij dat AFA beslist niet gewelddadig is.
Naar aanleiding van een persbericht van de CD, waarin werd gemeld, dat er een andere zaaleigenaar bereid was gevonden om vergaderruimte ter beschikking te stellen, werd op 17 oktober 1995 de kringvoorzitter van de CD in Overijssel, de heer J.C. de Jong, aan het woord gelaten in de Zwolse Courant. In het artikel komt de volgende passage voor: CD-er De Jong, vanmorgen op weg naar een bijeenkomst met zijn partijtop in Den Haag briest over de autotelefoon nog steeds zijn boosheid uit over 'de terroristen van de Anti-Fascistische Aktie' die de vergadering 'dankzij hun fascistische bedreigingen' onmogelijk hebben gemaakt. Verderop in het artikel valt te lezen dat De Jong AFA heeft uitgedaagd om bij de volgende vergadering in het zaaltje te komen debatteren.
Klager heeft betrokkene in een brief van 18 oktober 1995 laten weten, dat bij de totstandkoming van het artikel van 17 oktober 1995 geen wederhoor bij AFA had plaatsgevonden en heeft verzocht om een rectificatie. Betrokkene heeft dit verzoek afgewezen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft bezwaar tegen het opnemen van het citaat van de kringvoorzitter van de CD Overijssel, waarin hij de AFA-aanhangers voor terroristen uitmaakt.
Hij acht dit onzorgvuldig, omdat hierbij is nagelaten wederhoor toe te passen. De uitlating, in de ogen van klager een zware beschuldiging, zou niet op waarheid berusten.
AFA is volgens klager een geweldloze actiegroep, die door de ongenuanceerde berichtgeving in een kwaad daglicht wordt gesteld en door het CD-lid wordt gecriminaliseerd. De CD heeft klager overigens uitgenodigd noch uitgedaagd om met de CD in debat te gaan tijdens de eerstkomende vergadering.
Het artikel van 17 oktober 1995 ziet klager niet als een vervolg op de op 14 en 16 oktober verschenen artikelen in de Zwolse Courant. Dat hij in het artikel van 16 oktober geciteerd werd was louter het gevolg van een toevallige ontmoeting met de journalist.

Betrokkene meent dat de publikatie van 17 oktober 1995 niet los gezien kan worden van de daaraan voorafgaande artikelen over de standpunten van zowel CD- als AFA-aanhangers. De heer De Jong reageerde volgens betrokkene met zijn uitspraken op eerdere uitspraken, ook in de Zwolse Courant gedaan, van de zijde van klager. Klager is in de berichtgeving van maandag 16 oktober 1995 in de gelegenheid gesteld om de visie van zijn organisatie toe te lichten en zich te distantiƫren van de bedreigingen aan het adres van de zaaleigenaar. Klager kan er daarom volgens betrokkene moeilijk bezwaar tegen maken dat ook zijn opponenten aan het woord worden gelaten. De mededeling van de heer De Jong, dat hij klager heeft uitgedaagd voor een debat vraagt volgens betrokkene niet om een reactie van de zijde van klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De aan AFA gerichte kwalificatie 'terroristen' in een citaat kan, zo meent de Raad, de beschuldiging inhouden van een ernstig misdrijf. Van de context hangt af of deze kwalificatie serieus zo bedoeld is. Is dat het geval, dan behoort dit citaat niet te worden gepubliceerd alvorens degenen die het betreft in de gelegenheid zijn gesteld daarop te reageren. Anders dan klager meent, moet het op 17 oktober gepubliceerde artikel gelezen worden als een vervolg op dat van 16 oktober. De twee artikelen geven tezamen de aard van de discussie tussen AFA en CD weer. Gelet op die context is de Raad van oordeel dat betrokkene de gewraakte opmerking van de CD-er niet zozeer als een feitelijke bewering behoefde aan te merken die om wederhoor vroeg, maar vooral als een in boosheid geuite kwalificatie. Maar ook als dit anders zou zijn is van belang dat uit het verslag in de krant van 16 oktober blijkt dat P. Kraaijer, die daarin als woordvoerder van klager wordt geciteerd, zich heeft gedistantieerd van geweldadigheid en met name ook van de bedreigingen met geweld die telefonisch door anonieme personen jegens de CD zouden zijn geuit. Daarmee was het standpunt van klager, voor zover dat inhoudt dat klager een geweldloze aktiegroep is, voldoende in de publiciteit gebracht.
Onder de hierboven genoemde omstandigheden was het weergeven van de gewraakte opmerking, zonder eerst ten aanzien van klager wederhoor toe te passen, niet in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Zwolse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 maart 1996, door mr W.D.H. Asser, voorzitter,
H. van Gessel, mr E.C.M. Jurgens, W.H.K. Ammerlaan en mw. drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 9.