1996/7

 

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

 

X

 

 

 

tegen

 

 

 

Hoofdredacteur De Limburger

 

 

 

 

 

In een brief van 19 september 1995 met 1 bijlage heeft X te Grave (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het dagblad De Limburger (betrokkene).
Hierop is door waarnemend hoofdredacteur G. Kessels gereageerd in een brief van 2 november 1995.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 februari 1996. Partijen hadden van tevoren laten weten van het recht hun standpunt mondeling toe te lichten geen gebruik te zullen maken.

 

 

 

 

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

 

 

In De Limburger van 7 januari 1994 verscheen een bericht over een moord en een gijzeling, die plaatsgevonden hadden in Valkenburg. Daarbij werd een foto gepubliceerd, waarop de verdachte te zien was, die door de politie werd afgevoerd. Het onderschrift daarbij luidde: De 55-jarige Maastrichtenaar die woensdagnacht door de politie werd afgevoerd als verdachte. De kop boven het artikel luidde: Politie: 55-jarige schoot man dood voor gijzeling. Het bericht meldt: Een 55-jarige man uit Maastricht die woensdagavond drie mensen in Valkenburg heeft gegijzeld, heeft kort daarvoor de 38-jarige H. Wachelder in diens huis in Valkenburg doodgeschoten. Dit heeft de politie gisteravond meegedeeld. Of de man een bekentenis heeft afgelegd, wil ze niet zeggen. De man is volgens de politie eerst naar het huis van Wachelder aan de Wilhelminalaan gegaan en heeft hem daar doodgeschoten. Vervolgens ging hij naar de woning van zijn vriendin aan de Kerkstraat. Daar gijzelde hij twee vrouwen, onder wie zijn vriendin en een man, de 38-jarige L.V. De verdachte dreigde de vrouwen neer te schieten. Het bericht gaat voorts nader in op het verdere verloop van de gebeurtenissen van die woensdagavond.

 

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen de publikatie van de foto, waarop hij naar zijn mening duidelijk herkenbaar is afgebeeld. In het bericht zou bovendien zonder enige terughoudendheid zijn gesteld dat hij de daarin vermelde persoon zou hebben doodgeschoten. Dit is niet het geval geweest: in de naar aanleiding van de gebeurtenissen gevolgde strafzaak is hij in alle instanties vrijgesproken van moord. De publikatie heeft negatieve gevolgen gehad voor klager en zijn familieleden en veel leed bij hen veroorzaakt. Hij heeft zijn klacht zo laat na de publikatie ingediend, omdat de uitspraak van de strafrechtelijke procedure toen pas vaststond.

 

 

Betrokkene bestrijdt de herkenbaarheid van klager op de foto. Weliswaar is er volgens hem sprake van enige herkenbaarheid, maar die is niet van dien aard, dat hij ook in ruime mate herkend is door anderen dan diegenen die toch al op de hoogte waren van de verdenkingen en van zijn detentie. De fotografische kwaliteit is volgens betrokkene ronduit slecht. De herkenbaarheid werd daar zozeer door verminderd, dat afgezien is van de traditionele 'balk' voor de ogen. Vanwege de grote nieuwswaarde is besloten de foto, ondanks de slechte kwaliteit, toch te plaatsen. De originele krantefoto, die volgens betrokkene veel waziger is dan de overgelegde kopie, is niet meer beschikbaar.
Betrokkene bestrijdt eveneens dat zonder enige terughoudendheid is gemeld, dat klager een moord heeft gepleegd. Hij werd als 'verdachte' aangeduid. De mededeling dat hij de man gedood zou hebben is duidelijk toegeschreven aan de politie. Nergens wordt een nadere aanduiding van de verdachte gegeven, zelfs de initialen ontbreken. Klager mag dan wel zijn vrijgesproken, maar volgens betrokkene staat vast dat hij een prominent aandeel in de turbulente gebeurtenissen in Valkenburg heeft gehad. Dat er op negatieve wijze over hem en zijn familie is gesproken heeft hij volgens betrokkene aan zichzelf te wijten en niet zozeer aan de krant.

 

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht richt zich tegen:
1. de publikatie van de foto van de aanhouding, waarop klager duidelijk herkenbaar zou zijn;
2. de beschrijving van klager in het bericht als dader van de moord.

 

 

1. De Raad heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat de anonimiteit van verdachten zoveel mogelijk dient te worden gewaarborgd, door foto's te gebruiken waarop personen zo goed als mogelijk onherkenbaar zijn gemaakt (zie de uitspraken H.K./H. Boogert J 12/2/81 en M.Mol/ Hoofdredactie Algemeen Dagblad J 13/10/83). Plaatsing van een herkenbare foto van de verdachte van een ernstig strafbaar feit dient in de regel achterwege te blijven. Van bijzondere omstandigheden die op deze regel een uitzondering zouden kunnen maken is in dit geval niet gebleken. De foto is weliswaar van slechte kwaliteit, maar in samenhang met de gegevens in het artikel is sprake van een zodanige herkenbaarheid, dat de krant niet tot plaatsing had mogen overgaan. Overigens erkent betrokkene dat er in dit geval van enige herkenbaarheid sprake is. De Raad is van oordeel dat de grenzen van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is, zijn overschreden.

 

 

 

2. De wijze waarop over klager in de berichtgeving wordt geschreven acht de Raad niet laakbaar. In het bericht wordt slechts de mededeling van de politie, dat klager een inwoner van Valkenburg heeft doodgeschoten, weergegeven. Met betrekking tot klager wordt gesproken over 'verdachte'.

 

 

 

BESLISSING:

 

De Raad acht de klacht gegrond, voor zover die gericht is tegen de publikatie van de foto en voor het overige ongegrond.

 

 

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Dagblad De Limburger te publiceren.

 

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 februari 1996
door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr D.T. Dalmolen, W.F. de Pagter, mr L. van Vollenhoven en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

 

 

 

 

 

RvdJ 1996, 7.