1996/41 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Mevrouw M.C. Franke en Het Anti Discriminatie Bureau Amsterdam (ADB)

tegen

B. Plugge en het weekblad Privé

Met een brief van 11 juni 1996 met twee bijlagen heeft het ADB, mede namens mevrouw M.C. Franke te Amsterdam (klagers) een klacht ingediend tegen mevrouw B. Plugge, journaliste bij het weekblad Privé en tegen het weekblad Privé (betrokkenen). Bij brief van 21 juni 1996 heeft het ADB desgevraagd nog een nadere toelichting gegeven op de klacht. Betrokkenen hebben, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet op de klacht gereageerd en hebben zich daartegen derhalve niet verweerd.

De zaak is behandeld ter zitting van 21 oktober 1996. Namens klagers is verschenen mevrouw drs. R.A. Masselman, medewerkster van het ADB. Betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In het weekblad Privé wordt wekelijks een rubriek "Wat dragen zij" gepubliceerd, een rubriek waarin mevrouw Plugge commentaar geeft op kleding van "bekende" personen. In de week van 5 juni 1996 is in deze rubriek een foto geplaatst van het duo "Timeless", bij welke foto de navolgende tekst is vermeld:

"Heerlijk, wat de jongens van Timeless over hun mooie, strakke lijven hebben aangetrokken! Bijna twee chocolaatjes van het beste soort, twee tropische verrassingen. Alles is goed, kleren, schoenen, accessoires. Van een ketting over een hemd ben ik niet zo'n voorstander, maar dit klopt bij de cultuur van zanger Eric Jacott."

Klagers hebben van hun klachtbrief een kopie aan betrokkenen toegezonden, maar hebben daarop geen reaktie ontvangen. De afgebeelde personen van het duo Timeless hebben zelf overigens niet over het fotobijschrift geklaagd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers zijn van oordeel dat de gewraakte publicatie discriminerend is, omdat de vergelijking van personen met een donkere huidskleur met "chocolaatjes" en "tropische verrassingen", denigrerend en kwetsend is voor personen met een donkere huidskleur. Een dergelijke vergelijking heeft een vooroordeelbevestigend karakter, aldus klagers. Naar hun oordeel is hiermee de grens overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

ONTVANKELIJKHEID VAN KLAGERS

De Raad heeft klagers verzocht nader toe te lichten wat het belang van mevrouw Franke in deze is. Het ADB heeft namens mevrouw Franke toegelicht dat deze weliswaar zelf geen donkere huidskleur heeft, maar dat zij als lezeres van het weekblad Privé verontwaardigd is over de tekst van het fotobijschrift en uit dien hoofde haar klacht heeft ingediend.

De Raad is van oordeel dat mevrouw Franke blijkens deze toelichting niet rechtstreeks in haar belang is getroffen en om die reden in haar klacht niet-ontvankelijk moet worden geoordeeld. Nu het ADB als doelstelling heeft het bestrijden van discriminatie op grond van huidskleur en/of afkomst, is laatstgenoemde in de klacht echter wél ontvankelijk.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft kennis genomen van het fotobijschrift en de inhoud van de klacht en heeft de nadere toelichting ter zitting gehoord.

De Raad stelt voorop dat bij de beoordeling van een tekst als het hier gewraakte fotobijschrift, mede van belang is in welk verband of context de opmerking is gemaakt en welke bedoeling de journalist met de tekst gehad heeft.
De Raad houdt om genoemde reden bij zijn oordeel rekening met de aard van het weekblad waar het hier om gaat, de aard van de rubriek waarin de tekst is vermeld, alsmede het feit dat het hier gaat om een fotobijschrift.

De Raad is voorts van oordeel dat uit de tekst en de context waarin deze is geplaatst niet valt op te maken dat de tekst door betrokkenen denigrerend of discriminerend is bedoeld. Hoewel de Raad van mening is dat het gewraakte fotobijschrift een smakeloze vergelijking bevat, kan per saldo niet worden gesteld dat hier sprake is van overschrijding van journalistieke grenzen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het weekblad Privé.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 december 1996 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.F. de Pagter, mr B.A. Schmitz, mw A. Koerts en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.R. Creutzberg, secretaris.

RvdJ 1996, 41.