1996/39 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. van Berkel

tegen

Dagblad De Telegraaf

Met een brief van 24 juli 1996 met bijlage heeft de heer M. van Berkel te Gorinchem (klager) een klacht ingediend tegen Dagblad De Telegraaf (betrokkene). De hoofdredacteur van De Telegraaf heeft bij brief van 20 september 1996 op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van 21 oktober 1996. Klager noch betrokkene is ter zitting verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In het dagblad De Telegraaf van 4 juli 1996 is op de voorpagina verslag gedaan van een ongeluk van 3 juli 1996 waarbij de broer van klager, diens vrouw en twee van hun drie kinderen om het leven zijn gekomen. In het artikel zijn de slachtoffers bij naam en toenaam genoemd en is hun adres (straatnaam en woonplaats) vermeld. Ook is bij het artikel een foto van de woning van de slachtoffers geplaatst. Nog voordat door klager en zijn familie rouwadvertenties en rouwkaarten konden worden geplaatst respectievelijk verzonden, werden aldus vrienden, kennissen en relaties van klager en zijn familie over het ongeluk geïnformeerd. Klager en zijn familie ervaren dit als een schending van hun privacy.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van mening dat betrokkene onzorgvuldig jegens hem en zijn familie heeft gehandeld. Klager klaagt zowel over het vermelden van de persoonlijke gegevens van de slachtoffers van het ongeluk (waaronder de straatnaam en een foto van hun huis), alsook over het tijdstip waarop dat is gebeurd, te weten nog vóórdat klager en zijn familie vrienden en relaties van het ongeluk op de hoogte hadden kunnen stellen.

Betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld "dat dit een zaak is van "All the news that's fit to print"."

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft kennis genomen van het gewraakte artikel en van de standpunten van partijen. Hoewel de Raad goed kan begrijpen dat klager en zijn familie zich door de publicatie over het noodlottig ongeval in hun persoonlijke levenssfeer voelen aangetast, komt hij toch tot het oordeel dat de klacht ongegrond moet worden geacht.

Bij de beoordeling van de klacht heeft, volgens vaste jurisprudentie van de Raad, als uitgangspunt te gelden dat het vermelden van namen van slachtoffers van ongevallen aanvaardbaar is uit het oogpunt van het verstrekken van volledige en verifieerbare informatie. Dit kan alleen anders zijn indien sprake is van bijzondere omstandigheden die de journalist ertoe hadden moeten bewegen in dat geval anders te handelen. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn hier gesteld noch gebleken. De ernst en omvang van het ongeval kunnen niet als een zodanige omstandigheid worden aangemerkt.

Ook met het tijdstip waarop het gewraakte artikel is gepubliceerd is betrokkene, gelet op het belang van vrije en snelle informatievoorziening, naar het oordeel van de Raad niet buiten de grenzen van zijn journalistieke verantwoordelijkheid getreden.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in Dagblad De Telegraaf.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 december 1996 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.F. de Pagter, mr B.A. Schmitz, mw A. Koerts en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr A.R. Creutzberg, secretaris.

Voorzitter Secretaris

RvdJ 1996, 39.