1996/37 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

B.S. van der Valk

tegen

K. Bijlsma/Nieuwsblad van het Noorden

In een brief met twee bijlagen van 18 juni 1996 heeft de heer B.S. van der Valk te Kropswolde (klager) een klacht ingediend tegen journalist K. Bijlsma, werkzaam bij het Nieuwsblad van het Noorden (betrokkene). Bij brieven van 1 juli en 4 juli 1996 met vijf bijlagen heeft klager zijn klacht nader toegelicht.
Hierop is door mr D.T. Dalmolen, hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, namens journalist Bijlsma gereageerd in een brief van 14 augustus 1996. Klager heeft vervolgens in een brief van 6 september 1996 een reactie gegeven.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 november 1996.
Betrokkenen hebben van tevoren laten weten geen gebruik te zullen maken van het recht hun standpunt mondeling toe te lichten en zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager is auteur van het boek 'Het holle vaten syndroom', verschenen onder het pseudoniem 'Kiko van de Ghorst', waarin hij zijn stelling dat de bijbel een vervalsing is, heeft uitgewerkt. Betrokkene heeft een rubriek 'geestelijk leven' in het Nieuwsblad van het Noorden. Klager heeft eind 1995 contact gezocht met betrokkene om hem te interesseren voor zijn boek, dat op dat moment nog niet was verschenen. Op 16 januari 1996 vond er een gesprek tussen hen plaats. Betrokkene heeft er vervolgens van afgezien over het boek te publiceren en dat klager laten weten. Hij heeft getracht enkele collega's voor het onderwerp te interesseren, maar dit heeft niet tot een publicatie geleid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van mening dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld. Tijdens het interview op 16 januari jl. zou klager betrokkene vanwege diens geloofsovertuiging geadviseerd hebben niet zelf over het boek te publiceren. Betrokkene zou gezegd hebben dat hij voldoende professioneel was om zijn eigen opvattingen achterwege te laten. Hij toonde zich zeer geïnteresseerd en wekte de verwachting dat hij over het boek zou publiceren. Klager heeft daarom geen contacten met andere journalisten gelegd. Nadat klager hem de recensie-exemplaren heeft overhandigd heeft hij niets meer van betrokkene vernomen. Hij heeft zich over de gang van zaken beklaagd bij de hoofdredacteur.

Betrokkene stelt het volgende. Hij heeft redelijk uitvoerig contact gehad met klager, naar aanleiding van diens te verschijnen boek. Als redacteur geestelijk leven was hij wel geïnteresseerd in het onderwerp.
Tijdens het interview met klager kwam hij echter tot de conclusie dat hij het betoog van klager warrig en onsamenhangend vond. Zijn collega's kwamen tot dezelfde conclusie. Na een journalistieke afweging is het uiteindelijk niet tot een artikel gekomen. De hoofdredacteur heeft klager laten weten dat journalisten vanuit hun eigen verantwoordelijkheid de ruimte hebben dergelijke afwegingen te maken. Hij is van mening dat betrokkene zorgvuldig heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Naar het oordeel van de Raad stond het betrokkene vrij om al dan niet een stuk te schrijven over het boek van klager. Van onzorgvuldig handelen is de Raad niet gebleken. Met name zijn niet zodanige uitlatingen of gedragingen van betrokkene gebleken dat klager op grond daarvan van betrokkene mocht verwachten dat deze aan klagers boek een publicatie zou wijden.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nieuwsblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 2 december 1996 door prof. mr W.D.H. Asser, voorzitter, A.G. Scherphuis, J.M.P.J. Verstegen en K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 37.