1996/35 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W. Oltmans

tegen

de hoofdredacteur van De Journalist

In een brief van 18 juni 1996 met 1 bijlage heeft de heer W. Oltmans te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Journalist (betrokkene).
Hierop is door de heer P. Hagen, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 1 juli 1996.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 september 1996.
Beide partijen verschenen in persoon.
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager is reeds lange tijd verwikkeld in een procedure tegen de Staat der Nederlanden. Hij vordert schadevergoeding voor het feit dat hij door de overheid jarenlang is gedwarsboomd in zijn journalistieke carrière. Eind mei 1996 werd in het kader van deze procedure oud-minister van Buitenlandse Zaken, Max van der Stoel, als getuige gehoord. In De Journalist van 14 juni 1996 verscheen daarover een bericht, dat als volgt aanvangt:
De NVJ distantieert zich van de opmerkingen die Willem Oltmans heeft gemaakt over oud-minister M. van der Stoel ("ingestudeerde leugens") en procureur-generaal A. Doctors van Leeuwen ("...Gestapo-chef, hij is een gek..."). De NVJ blijft Oltmans steunen in zijn principiële zaak tegen de Staat, maar neemt afstand van zijn emotionele uitingen.
In het artikel wordt aangegeven dat klager zijn uitlatingen over Doctors van Leeuwen deed tegenover een verslaggever van Nieuwe Revu.
Voorzitter en secretaris van de NVJ zouden blijkens het bericht hebben gesproken van stuitende beledigingen aan het adres van Van der Stoel en Doctors van Leeuwen en vragen excuses van klager aan Doctors van Leeuwen, tenzij hij duidelijk kan maken dat er sprake is van een misverstand in het citaat in Nieuwe Revu.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen publicatie van het artikel, zonder dat hij in de gelegenheid is gesteld het kader van het gesprek met de Nieuwe Revu-verslaggever nader uiteen te zetten. Vanwege de lopende procedure tegen de Staat mocht klager juist van betrokkene de zorgvuldigheid verwachten, dat hij zich uitgebreider van de feiten zou vergewissen. In het vorige nummer van De Journalist had betrokkene nog een lang artikel aan de strijd van klager gewijd, waarover partijen intensief contact hadden. Klager moest uit De Journalist vernemen dat de NVJ zich van hem had gedistantieerd. Klager is van mening dat je zo niet met elkaar omgaat.
Betrokkene stelt dat het gewraakte artikel in eerste instantie het nieuwsfeit betrof, dat de NVJ zich distantieert van uitlatingen van klager. Dit heeft de NVJ schriftelijk aan de advokaat van klager meegedeeld. Aangezien het een gedocumenteerd feit betreft, behoeft dit volgens betrokkene geen wederhoor. De opinies van klager over Van der Stoel en Doctors van Leeuwen zijn in het openbaar uitgesproken respectievelijk gepubliceerd. Ook op dit punt is wederhoor bij klager niet aan de orde, het zijn immers zijn eigen uitlatingen. Klager heeft volgens betrokkene noch bij hem noch bij Nieuwe Revu een verzoek tot rectificatie gedaan. Het gesprek met klager is door de verslaggever van Nieuwe Revu op band opgenomen. Deze verslaggever heeft betrokkene bevestigd dat klager juist geciteerd is. Overigens zijn dergelijke opmerkingen uit de mond van klager niet vreemd, volgens betrokkene. Klager zou zich wel vaker op een dergelijke manier over (oud)bewindslieden en (oud)ambtenaren uitlaten. Er was derhalve voor betrokkene geen aanleiding om bij klager wederhoor te plegen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel in De Journalist is naar het oordeel van de Raad niets anders dan een weergave van het nieuwsfeit, dat de NVJ zich heeft gedistantieerd van uitlatingen die klager heeft gedaan tijdens het verhoor van Van der Stoel en ten overstaan van een verslaggever van Nieuwe Revu. De juistheid van dit nieuwsfeit wordt door klager niet betwist. Klager heeft ter zitting verklaard dat hij er, gelet op zijn relatie met betrokkene, op gerekend had dat deze contact met hem had opgenomen, alvorens tot publicatie over te gaan. Hoewel de Raad klagers teleurstelling op dit punt kan begrijpen levert het gedrag van betrokkene naar het oordeel van de Raad geen schending op van de journalistieke norm terzake van hoor en wederhoor.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

Deze beslissing zal zoals gebruikelijk integraal in De Journalist worden gepubliceerd.

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 oktober 1996 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, H. van Gessel en drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 35.