1996/34 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H.J. Leyen

tegen

de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant

In een brief van 23 april 1996 met 8 bijlagen heeft de heer H.J. Leyen (klager) te Bergen (N.H.) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant, een editie van het Noordhollands Dagblad (betrokkene).
Hierop is door R.A.M. Brown, hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad, gereageerd in brieven van 23 mei 1996 en 4 september 1996.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 september 1996. Klager verscheen, bijgestaan door zijn advocaat mr E.M. Diesfelt. Betrokkene heeft voorafgaand aan de ziting te kennen gegeven geen behoefte te hebben zijn standpunt mondeling toe te lichten.
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klagers gemachtigde desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager was in 1994 werkzaam als vrijwilliger op een kinderboerderij voor kinderen van een Mytylschool in Bergen, waar hij de dieren verzorgde. In die tijd werden op de kinderboerderij dode en gewonde dieren aangetroffen, die volgens klager het slachtoffer van vossen waren geworden. Klager raakte hierover in conflict met onder meer de voorzitter van Kritisch Faunabeheer, die de vos in bescherming tracht te nemen tegen veehouders en jagers. Dit conflict liep uit de hand, toen klager zich mengde in een discussie tussen genoemde voorzitter, de heer H. Niesen, en een veehouder over een, volgens de veehouder, door een vos aangevreten schaap. De discussie vond plaats voor het huis van de heer Niesen. Klager gooide het meegebrachte schaap tegen de voordeur van het huis.
In de Alkmaarsche Courant verscheen op 18 juli 1994 een bericht over dit voorval met de kop 'Dierenvriend: Vossenhaters sloegen mijn deur in met nog levend schaap'. De verslaggever citeert de heer Niesen, die beweerde dat klager het nog levende schaap herhaalde malen met kracht tegen zijn voordeur sloeg, waardoor het slot werd vernield. Ook op 19 juli 1994 besteedde de Alkmaarsche Courant uitgebreid aandacht aan de kwestie. Behalve de heer Niesen en de directeur van de Mytylschool worden daarin ook klager en de veehouder aan het woord gelaten. Naar aanleiding van de berichten verschenen er 6 ingezonden brieven in de Alkmaarsche Courant, waaronder een brief van klager.
Op 15 november 1995 maakte de Alkmaarsche Courant melding van het feit dat klager door de politierechter veroordeeld is tot betaling van een geldboete voor vernieling van een deur door met een nog levend schaap tegen de deur te rammen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in de berichtgeving de feiten onjuist zijn weergegeven. Tijdens de woordenwisseling met de heer Niesen heeft hij getracht het door de veehouder meegebrachte schaap bij de heer Niesen in de gang te gooien. Omdat de deur werd dichtgesmeten, kwam het schaap met een klap tegen de voordeur aan. Dit herhaalde zich enkele malen. Volgens klager was het schaap al dood en is er niet met een nog levend schaap gegooid. Ter ondersteuning van deze bewering zijn ter zitting foto's van het schaap, liggend bij de voordeur, getoond. Klager is door de politierechter veroordeeld voor het vernielen van een deur. Over het slaan met een nog levend schaap wordt in de dagvaarding, die klager ter zitting heeft overgelegd, niets vermeld. Volgens klager is zijn ingezonden brief ingekort en ontbreekt een volgens hem belangrijke passage, waarin hij uitlegt dat hij vrijwilliger is bij de kinderboerderij en niet bij de Mytylschool werkt. Betrokkene heeft volgens klager voornamelijk tegen hem gerichte brieven geplaatst. De artikelen en gepubliceerde brieven in de Alkmaarsche Courant hebben een hetze tegen klager ontketend. In zijn woonplaats Bergen wordt hij met de nek aangekeken. Zijn werk als vrijwilliger is hij kwijt.

Betrokkene stelt dat klager nooit heeft geklaagd over onjuiste berichtgeving. Hij vindt de klacht onduidelijk. Ingezonden brieven van klager worden behandeld als alle anderen, mits zij voldoen aan de daarvoor gestelde normen, aldus betrokkene.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad vat de klacht samen als te zijn gericht tegen
1. onjuistheden in de berichtgeving en
2. de inkorting van de ingezonden brief van klager.

Ten aanzien van het eerste onderdeel constateert de Raad dat partijen geen eensluidend verhaal hebben. Klager stelt dat hij een dood schaap naar binnen wilde gooien. Volgens de berichtgeving van betrokkene sloeg klager met een nog levend schaap tegen de deur. Door de Raad valt niet te constateren, ook niet aan de hand van de ter zitting getoonde foto's, of het bewuste schaap nog leefde. Vast staat slechts dat met een schaap tegen een deur is gegooid. De Raad kan de juiste gang van zaken niet vaststellen en heeft niet kunnen constateren dat er sprake is van relevante onjuistheden in de berichtgeving. Dit onderdeel van de klacht acht de Raad dan ook ongegrond.

Ook het tweede onderdeel van de klacht acht de Raad ongegrond. De redactie is bevoegd om ingezonden brieven in te korten, mits de essentie daarvan overeind blijft. De Raad is van oordeel dat de weggelaten passage uit de ingezonden brief van klager geen essentieel onderdeel uitmaakt van de reactie van klager. Uit de artikelen en de diverse ingezonden brieven wordt de relatie tussen klager en de Mytylschool voldoende duidelijk. In beide artikelen is te lezen dat klager geen beheerder maar vrijwilliger was bij de kinderboerderij.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht op beide onderdelen ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Alkmaarsche Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 oktober 1996 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, H. van Gessel en drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 34.