1996/29 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Dutch Retirement Consulting Agency (DRCA)

tegen

1. de hoofdredacteur van Stichting Algemeen Nederlands Persbureau ANP
2. de hoofdredacteur van De Telegraaf.

In een brief van 5 februari 1996 met 4 bijlagen, gevolgd door een brief van 10 februari 1996 met 4 bijlagen heeft mevrouw M. Wagenaar, namens Dutch Retirement Consulting Agency (klaagster) te Grand Rapids, Michigan, Verenigde Staten, een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het ANP (betrokkene 1) en de hoofdredacteur van De Telegraaf (betrokkene 2).
Hierop is door betrokkene 1 gereageerd in een brief van 23 februari 1996, met 1 bijlage. Betrokkene 2 heeft gereageerd in een brief van 19 april 1996 met 1 bijlage.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 augustus 1996.
Als gemachtigde van klaagster verscheen mevrouw M. Wagenaar. Betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klaagster treedt op als adviseur van in de Verenigde Staten of Canada gevestigde Nederlanders, bij het aanvragen van een aow-uitkering bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB weigerde aanvankelijk om klaagster als gemachtigde van deze Nederlanders te erkennen. Klaagster heeft daarover geklaagd bij de Nationale Ombudsman. Die concludeerde dat de SVB klaagster niet als bemiddelaar had mogen weigeren.
Naar aanleiding van de rapportage van de Nationale Ombudsman heeft betrokkene 1 op 12 januari 1996 een persbericht verspreid met de kop Ronselen emigranten voor aow in den vreemde wekt wrevel. In het artikel wordt het rapport van de Nationale Ombudsman bekritiseerd. De negatieve visie van de SVB op de werkwijze van klaagster komt daarbij uitgebreid aan de orde.
In De Telegraaf van 13 januari 1996 verscheen vervolgens een artikel onder de kop Emigranten dupe aow-bemiddelaars en de sub-kop dure tussenpersonen volstrekt overbodig. In het bericht komt de volgende passage voor:
De Nationale Ombudsman deed onlangs een bestraffende uitspraak aan het adres van het in Wyoming gevestigde bedrijf Dutch Retirement Consulting Agency (DRCA). Volgens de SVB overtreedt dit bedrijf de normen.
In De Telegraaf van 17 februari 1996 werd in de rubriek 'wat anderen ervan denken' een corrigerend bericht opgenomen, ondertekend: Amsterdam, M. Wagenaar (DRCA-USA).

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van mening dat het door betrokkene 1 verspreide bericht eenzijdig de visie van de SVB weergeeft. Klaagster wordt daarbij in een kwaad daglicht gesteld, waardoor zij schade lijdt. De berichtgeving acht zij onzorgvuldig. Betrokkene 1 wordt verweten dat er geen wederhoor bij klaagster heeft plaatsgevonden.
Het artikel dat door betrokkene 2 werd gepubliceerd bevat een onjuistheid: niet aan het adres van klaagster maar aan dat van de SVB deed de Nationale Ombudsman een bestraffende uitspraak. Tussen klaagster en betrokkene 2 is overleg geweest over de wijze waarop correctie plaats zou vinden. Nadat over de tekst overeenstemming was bereikt, werd het bericht echter in de brievenrubriek gepubliceerd, hetgeen volgens klaagster in strijd met de daarover gemaakte afspraken was.

Betrokkene 1 stelt naar aanleiding van het rapport van de Nationale Ombudsman contact te hebben gezocht met twee juristen van de SVB, niet zozeer met vragen over de casus zelf als wel over het algemene beleid daaromtrent. De betrokken ANP-journalist zou tevergeefs geprobeerd hebben met klaagster in contact te komen op het adres in Wyoming. Men wist niet dat klaagster ook domicilie hield in Nederland. Betrokkene 1 acht de berichtgeving niet onzorgvuldig, nu verschillende bronnen zijn geraadpleegd en voor wederhoor voldoende moeite is gedaan. Wederhoor is volgens betrokkene geen journalistieke verplichting, wanneer de journalist zich baseert op materiaal dat is opgesteld ten behoeve van bevoegde instanties. Er staan geen onjuistheden in het bericht, aldus betrokkene 1.

Betrokkene 2 wijst erop dat door middel van de publicatie in De Telegraaf van 17 februari 1996, die in overleg met de gemachtigde van klaagster tot stand is gekomen, aan klaagster een weerwoord is geboden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat in het door betrokkene 1 verspreide bericht hoofdzakelijk de reactie van de SVB op het rapport van de Nationale Ombudsman wordt belicht. Daardoor wordt er een negatief beeld van klaagster geschetst, hetgeen door de bewoordingen in de kop wordt versterkt. De uitspraak van de Nationale Ombudsman geeft daartoe geen aanleiding. De Raad vindt het achterwege laten van wederhoor in dit geval dan ook onzorgvuldig. De klacht tegen betrokkene 1 wordt op dit onderdeel gegrond geacht. Andere onzorgvuldigheden in het bericht heeft de Raad niet kunnen constateren.

Betrokkene 2 heeft de fout in de berichtgeving toegegeven. Rectificatie daarvan had naar het oordeel van de Raad door middel van een redactionele mededeling moeten plaatsvinden. De Raad heeft op grond van de overgelegde stukken echter geconstateerd, dat de gemachtigde van klaagster zich met de door betrokkene 2 opgestelde rectificatie, ondertekend met de naam van klaagster, akkoord heeft verklaard.
Hoewel ter zitting namens klaagster is gesteld dat geen goedkeuring is gegeven aan plaatsing van deze tekst als ingezonden brief in de rubriek 'Wat anderen ervan denken', is dit door de Raad niet vast te stellen. De klacht tegen betrokkene 2 acht de Raad dan ook ongegrond.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht tegen betrokkene 1 gegrond voor zover die betrekking heeft op het ontbreken van wederhoor en acht de klacht tegen betrokkene 2 ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in een ANP-bericht en in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 augustus 1996 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, mr A.J. Heerma van Voss, mr E.C.M. Jurgens en drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 29.