1996/27 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Beter Wonen in Leeuwarden en Leeuwarderadeel

tegen

1. O.W. Nijdam
2. de hoofdredactie van de Leeuwarder Courant
3. De Friese Pers B.V.

In een brief van 19 maart 1996 heeft mr. H.M. Fahner, advocaat, namens de Stichting Beter Wonen in Leeuwarden en Leeuwarderadeel (klaagster) te Leeuwarden een klacht ingediend tegen de journalist O.W. Nijdam, de hoofdredactie van de Leeuwarder Courant en de Friese Pers B.V. (betrokkenen).
Namens betrokkenen is hierop door R. Mulder, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 10 april 1996.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 augustus 1996.
Namens klaagster verschenen mr. Fahner en de heer F.E. van der Wal. Namens betrokkenen verscheen de heer R. Mulder. Door mr. Fahner werd een pleitnota overgelegd.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In de Leeuwarder Courant verscheen op 1 maart 1996 een artikel van de hand van de journalist Nijdam, onder de kop Kortingsnet. Het handelt over de invoering door klaagster, een woningbouwvereniging, van een pas waarmee haar leden in bepaalde winkels korting kunnen verkrijgen. In het artikel komen de volgende passages voor:

"We gaan iets nieuws beginnen", zo sprak opper-huurbaas Folkert van der Wal, niet publiekelijk, maar in een rokerig achterafzaaltje, met onder zijn gehoor ruim twintig collaborateurs uit de hoofdstedelijke middenstand.

Voor de controle heeft de woningstichting de beschikking over een tiental busjes, bemand met Rijk de Gooyer-achtige types. Het lijkt onschuldig, maar achter de vriendelijk ogende blauw-paarse opdruk van de voertuigen gaat een harde werkelijkheid schuil, die niets heeft te maken met druppende kranen of lekkende daken.

Het is een uitgekiende wereld van afluisterpraktijken en inkijkoperaties, zorgvuldig gecoördineerd vanuit het Burmaniahuis, tegenwoordig onderdeel van het Stadskantoor.
En genade kennen ze niet, de geheimagenten van BWL -Bij Wangebruik Liquideren!

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster meent dat zij in de aangehaalde passages in verband wordt gebracht met SD/SS-praktijken en daarmee met het nazi-regime. Termen als 'collaborateurs' en 'Bij Wangebruik Liquideren' roepen de associatie op met praktijken uit de Tweede Wereldoorlog. Rijk de Gooyer is bekend als acteur in de rol van een sadistische SD/SS medewerker. Het Burmaniahuis was gedurende de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog het hoofdkwartier van de SD in Leeuwarden. Klaagster is geen gemeentelijke instelling en heeft met het Burmaniahuis niets te maken. Klaagster vindt het artikel onnodig beledigend en krenkend en acht haar eer en goede naam hierdoor geschonden. Aan een discussie in de krant via ingezonden brieven had klaagster geen behoefte.

Betrokkenen voeren aan dat het hier gaat om een column, een genre in de journalistiek waarvoor ruimere maatstaven gelden dan voor normale berichtgeving. Er is volgens betrokkenen sprake van 'satirische overdrijving' in het artikel. De journalist heeft nooit de bedoeling gehad om klaagster met de SD/SS te vergelijken. Zwaar beladen termen als SD en SS heeft hij ook niet gebruikt. Het noemen van het Burmaniahuis zou ruim vijftig jaar na de oorlog niet meer die zware lading hebben die klaagster er aan toe wil kennen. Rijk de Gooyer speelde tal van rollen en zijn naam zal volgens betrokkenen bij de meeste lezers associaties oproepen met een louche figuur met valse trekjes. Betrokkenen hebben klaagster gewezen op de mogelijkheid om door middel van een eigen bijdrage in de Leeuwarder Courant van haar afkeuring blijk te geven, maar daar is geen gebruik van gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de onderhavige column wordt van klaagster een negatief beeld opgeroepen dat geen verband houdt met de werkelijkheid. Door de vermelding van het Burmaniahuis, dat in geen enkele relatie staat tot klaagster, en door het gebruik van woorden als 'collaborateur' ligt de associatie met het optreden van de bezetter en zijn handlangers in de Tweede Wereldoorlog voor de hand. Hoewel het gebruik van scherpe bewoordingen en de overdrijving tot het gebruikelijk stilistisch instrumentarium behoort van de columnist, vindt dat gebruik haar grenzen in wat, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De aard van het optreden van klaagster waartegen deze column zich richt - het verschaffen van een kortingspas aan de eigen leden van een woningbouwvereniging - geeft in redelijkheid geen aanleiding tot het maken van vergelijkingen met het politieoptreden van de bezetter in de periode '40-'45. Gelet op het voor klaagster infamerende karakter hiervan zijn dan ook de genoemde grenzen overschreden, zodat de klacht gegrond is.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 augustus 1996 door mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, mr A.J. Heerma van Voss, mr E.C.M. Jurgens en drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 27.