1996/16 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Ch. Titulaer

tegen

B. Scholtens

In een brief van 5 december 1995 met 7 bijlagen heeft de heer Ch. Titulaer (klager) te Houten een klacht ingediend tegen B. Scholtens, wetenschapsredacteur bij De Volkskrant (betrokkene). Hierop is door betrokkene gereageerd in een brief van 3 januari 1996, voorzien van 3 bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 april 1996. Klager verscheen in persoon. Betrokkene had de Raad laten weten geen gebruik te zullen maken van het recht zijn standpunt mondeling toe te lichten.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 14 oktober 1995 verscheen in De Volkskrant een artikel van de hand van betrokkene, onder de kop 'Alleen de slapers bij Chriet zijn merkloos'. Er wordt aangekondigd dat in november 1995 wordt gestart met de bouw van een 'Hotel van de Toekomst', een project van klager. In het artikel komen onder meer de volgende passages voor:
- In april 1997 kan het hotel, annex conferentieoord, annex pretpark zijn poorten openen.-
- Na het Huis van de Toekomst (op de nominatie voor sluiting omdat de gebruikte technologie inmiddels is achterhaald) en het Kantoor van de Toekomst, heeft amateur-futuroloog Titulaer het hotel ontdekt als fenomeen om er telecommunicatie-speeltjes uit te proberen.-
- Ook de keuken wordt anno 2001. Er zal van dat ruimtevaartachtige voedsel worden bewerkt, vacuüm verpakt eten dat in warm water gelegd al na vijf minuten kan worden opgediend.-
In het Hotel van de Toekomst, aangeduid als 'technologische speeltuin', zullen volgens de journalist een aantal innovatieve dingen worden gedemonstreerd, met als tegenprestatie de naam van de leverancier in de 'aftiteling'.
Het Huis van de Toekomst is sinds begin januari 1996 gesloten.
In november 1997 zal het Hotel van de Toekomst worden geopend.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat er een aantal feitelijke onjuistheden in het artikel is vermeld. Het Hotel van de Toekomst is zeker geen pretpark, waar betalende bezoekers komen. Ook wordt er geen ruimtevaart-achtig voedsel gebruikt, maar zijn er veel verse zaken te krijgen. Op geen enkel produkt staat, anders dan gebruikelijk, een merknaam. Wel staan de namen van leveranciers in de brochure. Dat is volgens klager ook een vorm van voorlichting. Klager maakt met name bezwaar tegen de bewering dat het Huis van de Toekomst op de nominatie voor sluiting zou staan, omdat de gebruikte technologie is achterhaald. De toegepaste technologie is volgens klager tot op de laatste dag persoonlijk door hem op peil gehouden en is nog steeds 'up-to-date'. Het Huis is gesloten omdat de contractueel overeengekomen periode van zeven jaar verstreken was.

Klager is van mening dat door de vermelding van deze onjuistheid zijn deskundigheid in twijfel wordt getrokken. Klager heeft ook bezwaren tegen de toonzetting van het artikel, die hij badinerend noemt. Hij heeft betrokkene nooit gesproken en is van mening dat deze zich onvoldoende heeft verdiept in het Hotel van de Toekomst. Klager stelt zeer goed bereikbaar te zijn en in geval van afwezigheid altijd binnen 24 uur terug te bellen.

Volgens betrokkene heeft zijn artikel een column-achtig karakter en is het geschreven op een luchtige, toegankelijke toon. Met de aanduiding 'ruimtevaart-achtig voedsel' wordt een speelse hint gegeven in de richting van vroegere activiteiten van klager. De kwalificatie 'pretpark' is onder meer ingegeven door een prognose dat jaarlijks zo'n 300 duizend bezoekers in het Hotel van de Toekomst worden verwacht. Hij verwijst naar een ANP-bericht waarin staatsraad mr H. Polak wordt geciteerd, die gezegd zou hebben dat het 'meer een grootschalige expositie' zou zijn dan een hotel.
Met het begrip 'aftiteling' wordt volgens betrokkene niet gedoeld op de vermelding van merken op de apparaten. Het staat voor de diverse andere plaatsen waar namen van sponsors genoemd worden, zoals persberichten, de CD-Rom ter kennismaking met het hotel en folders.
Betrokkene betoogt dat technologie-ontwikkeling nooit stil staat en oppert dat elke technologie reeds achterhaald is op het moment dat zij in de vorm van een specifiek produkt of prototype op de markt komt. Hij noemt een aantal voorbeelden van technologische toepassingen in het Huis van de Toekomst, die volgens hem door recente technologische ontwikkelingen zijn ingehaald. Betrokkene verwijst naar een bericht in Trouw van 26 augustus 1995, waarin de reactie van klager op het besluit tot sluiting van het Huis van de Toekomst is opgenomen:" De ontwikkelingen gaan zo snel dat er een moment komt waarop mensen zeggen: hé, dat hebben we thuis ook. Je moet op het hoogtepunt stoppen. Veel van wat een paar jaar geleden nog nieuw was, is achterhaald."
Betrokkene stelt dat hij in de week voorafgaand aan publikatie van het artikel tevergeefs heeft geprobeerd klager te bereiken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad vat de klacht op als enerzijds gericht tegen de vermelding van onjuistheden, anderzijds tegen de badinerende toon van het artikel.

Hoewel enkele passages wellicht enige feitelijke correctie behoeven, zijn naar het oordeel van de Raad daarmee geen grenzen overschreden van hetgeen gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is. De mededelingen hadden een sfeerbepalend karakter en waren bovendien gebaseerd op eerder in de pers verschenen artikelen waarover geen klachten zijn geuit. Aan klager kan worden toegegeven dat de toon van het artikel enigzins badinerend is. Dit wordt echter verklaard door het column-achtige karakter van het artikel. Grenzen van wat in een dergelijke context aanvaardbaar is, zijn naar het oordeel van de Raad niet overschreden.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Volkskrant te publiceren.
Aldus vastgesteld door de Raad op 6 mei 1996, door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr G. Dullens, M.J. Kes, J.A. Koerts en A.G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 16.