1996/1 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

r.k.s.v. V.D.O.

tegen

H.W.M. Fokkink

In een brief van 25 juni 1995 met 1 bijlage heeft de heer F. Fens, in de hoedanigheid van voorzitter van de sportvereniging r.k.s.v. V.D.O. te Uithoorn (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist H.W.M. Fokkink te Amstelveen (betrokkene). Hierop is door betrokkene gereageerd in een brief van 10 november 1995.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 februari 1996. Namens klaagster waren aanwezig de heren F. Fens (voorzitter) en F. Wesselingh (secretaris). Betrokkene verscheen in persoon, vergezeld door de heer D. Piet, redactie-chef van de Uithoornse Courant.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klaagster was eind 1994 en in het voorjaar van 1995 in een fusieproces verwikkeld met de voetbalvereniging Uithoorn. Betrokkene, freelance medewerker voor de Weekmedia-uitgaven Aalsmeerder en Uithoornse Courant, schreef diverse malen in het huis-aan-huis blad de Uithoornse Courant over de fusieperikelen. Op 17 mei 1995 verscheen een artikel in dit blad, dat nagenoeg geheel de tekst bevatte van een persbericht dat klaagster daags tevoren naar de krant had gezonden. Het artikel vermeldde dat de twee verenigingen sinds enkele maanden formeel gefuseerd waren, dat de naam van de nieuwe vereniging 'Legmeervogels' zou luiden en dat zowel de voorzitter als de penningmeester van VV Uithoorn om die reden waren afgetreden. Een week later, 24 mei 1995, publiceerde betrokkene in de Uithoornse Courant het commentaar van een aantal bestuursleden van VV Uithoorn op dit bericht, dat als volgt werd ingeleid:
Zowel de zich tot enig voorzitter opgeworpen Fernand Fens als secretaris Frans Wesselings dienen zich met onmiddellijke ingang uit het bestuur van de nieuwe fusieclub terug te trekken. Dat heeft het bestuur van Uithoorn deze week in een brief aan de fusiecommissie gesteld. Blijven beide VDO-bestuursleden aan, dan zullen de leden van VV Uithoorn volgende week in een bijzondere ledenvergadering moeten beslissen of zij zich willen onderwerpen aan de dictatuur van het tweetal, dat vorige week eigenzinnig besloot de al twee maanden geaccepteerde fusienaam te wijzigen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat door betrokkene is nagelaten het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen, nu uitsluitend de bestuursleden van VV Uithoorn in de gelegenheid zijn gesteld hun visie te geven op de problemen rond de fusie. Het artikel dat op 17 mei 1995 was gepubliceerd bevatte volgens klaagster onjuistheden, maar het bestuur van klaagster had besloten daar niet op te reageren. Bovendien ervaart klaagster het gebruik van de term 'dictatuur' voor de werkwijze van haar voorzitter en penningmeester als uitermate kwetsend, aangezien daarmee volgens klaagster associaties worden gewekt met totalitaire regimes en de daarbij behorende bewindslieden. Klaagster heeft op het artikel niet schriftelijk gereageerd, omdat op 7 juni 1995 opnieuw een artikel in de Uithoornse Courant verscheen met juiste informatie. Bovendien had men de handen vol aan het informeren van de leden van de verenigingen.

Betrokkene heeft het fusieproces in de eerste maanden van 1995 nauwlettend gevolgd en de beide voorzitters van de verenigingen regelmatig gesproken. Naar aanleiding van een kritisch artikel van betrokkene in de Uithoornse Courant liet de heer Fens weten niet meer met hem te willen praten. Nadien heeft de heer Fens meerdere malen geweigerd om betrokkene te woord te staan. Aan de hand van een door de heer Fens per fax verstuurd persbericht is op 17 mei 1995 een artikel verschenen, waar zeer boze reacties op volgden van de bestuurders van VV Uithoorn. Omdat het eerste bericht de informatie van klaagster bevatte en het betrokkene bovendien zinloos leek, gelet op eerdere ervaringen, om de heer Fens te benaderen, achtte hij het verantwoord om in het daaropvolgende artikel, op 24 mei 1995, uitsluitend de visie van VV Uithoorn op het gebeuren te geven.
Met het gebruik van het woord 'dictatuur' heeft betrokkene de gevoelens van de bestuurders van VV Uithoorn vertolkt. De term zou door hen nadrukkelijk zijn gebruikt. Hij heeft dit niet tussen aanhalingstekens geplaatst, omdat hij in de inleiding van een artikel in de regel geen aanhalingstekens plaatst. Daarbij was het ook min of meer zijn eigen mening.
Betrokkene wijst er op dat door de Uithoornse Courant aan klaagster de mogelijkheid is geboden om per ingezonden brief te reageren op het artikel. Daar is geen gebruik van gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is gericht op
1. het achterwege laten van wederhoor en
2. het als kwetsend ervaren gebruik van de term 'dictatuur'.

1. Over de affaire is door betrokkene regelmatig in de Uithoornse Courant gepubliceerd, waarbij ook de opvattingen van klaagster aan de orde zijn geweest. Na verzending van een persbericht per fax door klaagster verscheen zelfs meteen een volledig daarop gebaseerd artikel in de Uithoornse Courant. De heer Fens had bovendien herhaalde malen blijk gegeven van een geringe mate van toegankelijkheid.
Het achterwege blijven van wederhoor in het reagerend artikel is onder deze omstandigheden aanvaardbaar en leidt niet tot het oordeel dat een journalistieke norm is geschonden.

2. Het gebruik van de term 'dictatuur' is te beschouwen als een interpretatie van de opvattingen van de bestuurders van VV Uithoorn. Dit had door betrokkene duidelijker tot uitdrukking gebracht kunnen worden, bijvoorbeeld door het gebruik van aanhalingstekens. Het achterwege laten daarvan kan betrokkene echter niet zo zwaar worden aangerekend, dat dit leidt tot het oordeel dat de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING:

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Uithoornse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 2 februari 1996 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr G. Dullens, mr A.J. Heerma van Voss, mw. J.A. Koerts en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1996, 1.