1995/6 ongegrond

de Leon Warnies Stichting tegen de hoofdredacteur van HP/De Tijd

Bij brief van 17 januari 1995 met zes bijlagen heeft de heer mr R. de Waard in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Leon Warnies Stichting tot behoud van de draaiorgelfolklore in Nederland (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van HP/De Tijd (betrokkene). Hierop is door de heer G. Driehuis, hoofdredacteur van HP/De Tijd, gereageerd bij brief van 14 maart 1995.
De zaak is behandeld ter zitting van 13 april 1995. Namens de Leon Warnies Stichting verscheen mr R. de Waard. De heer Driehuis was in persoon aanwezig.

De feiten

In het nummer van 11 november 1994 van HP/De Tijd is een met foto's geïllustreerd artikel van journalist Paul Damen opgenomen, over het familiebedrijf Perlee, dat zich al generaties lang met de bouw van en handel in draaiorgels bezighoudt. De grondlegger van het bedrijf, Leon Warnies, startte meer dan honderd jaar geleden een handel in straatorgels in de Amsterdamse Jordaan. Na zijn dood ging het bedrijf over op zijn dochter en haar man, Gijs Perlee. Tengevolge van een conflict, waarover in het artikel wordt uitgeweid, zijn de orgels over de verschillende nazaten verdeeld en zijn er inmiddels ook enkele draaiorgels naar het buitenland verdwenen. In het artikel wordt Cor Perlee, zoon van Perlee sr., uitgebreid geciteerd. Hij laat zich daarbij negatief uit over zijn neef Leon van Leeuwen, kleinzoon van Perlee sr. Leon van Leeuwen komt ook aan het woord, maar geeft aan de journalist te kennen het niet over het conflict te willen hebben.
Het bestuur van de Leon Warnies Stichting heeft door middel van een ingezonden brief op het artikel gereageerd, in samenspraak met het bestuur van de Kring van Draaiorgelvrienden, dat een afzonderlijke reactie stuurde aan de redactie van HP/De Tijd. De brieven behandelen elk een verschillend deel van de kritiekpunten. De brief van de Kring van Draaiorgelvrienden werd gepubliceerd in het nummer van 9 december 1994. Publicatie van de brief van de Leon Warnies Stichting werd geweigerd.

De standpunten van partijen

De klacht is gericht tegen het niet plaatsen van de ingezonden brief van de Leon Warnies Stichting. Met deze brief wordt beoogd een aantal volgens klaagster feitelijk onjuiste uitlatingen van Cor Perlee te rectificeren. Deze onjuistheden betreffen met name uitspraken van Cor Perlee over Leon van Leeuwen. Hoewel in het artikel te lezen valt, dat het bedrijf van de familie Perlee ten onder ging, wordt het in feite nog steeds voortgezet door Leon van Leeuwen. Op de herhaalde gemotiveerde verzoeken van klaagster om plaatsing van de brief is door betrokkene niet gereageerd.
Betrokkene is van mening dat er geen feitelijke onjuistheden in het artikel zijn opgenomen, doch dat het klaagster gaat om onwelgevallige uitlatingen van één van de geïnterviewden. Leon van Leeuwen is door de journalist in de gelegenheid gesteld zijn weerwoord te geven, maar heeft daarvan afgezien, zoals in het artikel te lezen valt. De lezer kan derhalve weten dat het verhaal van Cor Perlee slechts één kant van de medaille is. Betrokkene meent dat de redactie het recht heeft om over inhoud en lengte van de brievenrubriek te beslissen.

Beoordeling van de klacht

Alvorens partijen aan het woord te laten heeft de voorzitter de betrokkenheid bij de Raad voor de Journalistiek van de woordvoerder van klaagster, mr R. de Waard, aan de orde gesteld, gezien zijn tot voor kort beklede functie van vice-voorzitter van de Raad. De heer De Waard heeft zijn aanwezigheid als voorzitter van klaagster toegelicht en de heer Driehuis heeft laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de klacht door de Raad in deze samenstelling.

De Raad stelt vast dat het hier niet gaat om de toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor. Ter zitting is gebleken, dat klaagster met haar brief heeft beoogd de indruk weg te nemen dat het familiebedrijf Perlee ten onder is gegaan. De inhoud van de betreffende brief ging echter niet daarover, maar richtte zich vooral tegen de aantijgingen van Cor Perlee aan het adres van Leon van Leeuwen. Leon van Leeuwen heeft zelf geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren. Het is dan ook niet onredelijk, mede gelet op de motieven van Leon van Leeuwen, dat de redactie ervoor koos om de andere ingezonden brief te plaatsen. De wel gepubliceerde brief namens de Kring van Draaiorgelvrienden heeft de aantijgingen bovendien reeds voor een deel gerelativeerd.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 13 april 1995 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr A.J. Heerma van Voss, W.F. de Pagter, A.G. Scherphuis en drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1995, 6.