1995/4 gegrond

M.K. tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf

In een brief van 30 augustus 1994 met een bijlage heeft mr J.H. van der Werf te Baarn namens M.K. en diens ouders (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (betrokkene). Betrokkene heeft ondanks herhaalde uitnodiging daartoe niet op de klacht gereageerd.

De Raad heeft met toestemming van klagers over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 16 februari 1995.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.

In De Telegraaf van 26 augustus 1993 is onder de tussen aanhalingstekens gestelde kop "Vroeg of laat vliegt iemand hem aan!" een artikel gepubliceerd van Marie-Therèse Roosendaal, dat opent met de volgende passage.
" Angst waart door de straten van Overhees, een buitenwijk van Soest. De jongsten van de kinderrijke buurt zouden regelmatig worden betast en geterroriseerd door een geestelijk gehandicapte puber. Meisjes tussen vijf en acht jaar oud zouden regelmatig het slachtoffer van aanranding zijn."

In het artikel komt vervolgens aan het woord een in de wijk Overhees wonende anoniem gepresenteerde moeder als "spreekbuis van Overhees" in onder meer de volgende passage.
"Mevrouw K.K. heeft slapeloze nachten om haar blonde viertal: twee zoons, twee dochters, variërend in leeftijd van drie tot twaalf jaar. Ze wil alleen met initialen worden genoemd. 'Vanwege de veiligheid van mijn kinderen. Ik ben beducht voor wraak.' Ze doet haar verhaal eerst haast onbewogen, zonder adempauze: 'Een uur voor we op vakantie gingen, gebeurde het. Mijn oudste dochter van negen jaar kwam paniekerig, buiten adem binnenrennen. 'Mamma, mamma hij zit aan d'r!'. Ik stormde naar buiten, mijn jongste dochter van zeven stond wat wezenloos te kijken, maar hij was al weggereden op zijn fiets.' De emotie krijgt de overhand: 'Hier, pal achter het schuurtje, in dat speeltuintje was het. Bijna in onze eigen achtertuin.' Behoedzaam, stukje bij beetje, kreeg ze het verhaal uit haar dochtertje. 'Hij heeft haar betast, zat al met zijn hand op haar blote huid. Gelukkig had ze een strakke legging aan en kon hij haar onderbroekje niet in'."

Dezelfde moeder wordt in het artikel nog verder geciteerd in welke citaten de volgende uitlatingen voorkomen.
"Ik heb 25 van dergelijke klachten gehoord."
"De politie zegt niets te kunnen doen tenzij ze hem op heterdaad betrappen."

Vervolgens wordt in het artikel het bezoek van de journaliste aan de ouders van de jongen beschreven, die in het artikel met naam en toenaam, wordt geïntroduceerd. Het artikel eindigt met de volgende passage.
" 'Dat doet pijn, hier.' Vader K. legt met een moedeloos gebaar zijn hand op zijn hart. En verdedigt zijn zoon, in zijn ogen de zondebok van Soest. 'M. krijgt de schuld van veel dingen omdat hij niet normaal is. En de verkeerde kleur heeft. Ik hou hem goed in het oog, hij loopt geen uren alleen over straat. Deze dingen, nee, dat kan hij niet hebben gedaan. Andere jongens waarschijnlijk. M. zou kinderen opwachten na schooltijd? Kom nou, zíjn school begint om 8 uur en duurt tot 4 uur. De 'normale' scholen van kwart voor 9 tot kwart over 3.' Met heftigheid: 'U moet eens horen wat ze over hem zeggen. Waar ik bij ben schelden ze hem uit, midden in zijn gezicht. Dát is niet normaal.' Maakt een machteloos gebaar. Oprecht is hij in zijn uitnodiging: 'Laat al die mensen maar hier komen, om met mij te praten over mijn zoon'."
(De namen zijn door de Raad bekort tot initialen).

Het standpunt van klager

De bezwaren van klagers zijn de volgende.
1. Het artikel is gebaseerd op de uitlatingen van één moeder, die worden overgenomen zonder enige verificatie. Of het juist is dat deze moeder gezien kan worden als de spreekbuis van Overhees blijkt nergens uit en evenmin of er inderdaad wel 25 klachten door haar gehoord zijn.
2. De passage "Hij heeft haar betast, zat al met zijn hand op haar blote huid. Gelukkig had ze een strakke legging aan en kon hij haar onderbroekje niet in" is suggestief omdat niet wordt aangegeven van welk lichaamsdeel M. de blote huid betast zou hebben en of hij inderdaad aanstalten maakte om onder de kleding van het meisje te gaan. Ook het feit dat de moeder uit veiligheidsoverwegingen met initialen wordt aangeduid is suggestief zonder dat aannemelijk wordt gemaakt, dat er reden is te vrezen voor wraakakties. M.K.is nimmer strafrechtelijk vervolgd voor het lastigvallen van minderjarigen en evenmin voor enig ander strafbaar feit.
3. Er was geen enkele reden M.K. met naam en toenaam in het artikel te noemen. De bescherming die aan de verontruste moeder wordt gegeven, wordt hem ten onrechte onthouden. Als gevolg hiervan weet de hele buurt en ook de Turkse gemeenschap waartoe het gezin behoort, wie in het artikel bedoeld wordt. Ook nog na een jaar wordt M. en het gezin van zijn ouders door buurtbewoners en de politie met argwaan behandeld. Ook binnen de Turkse gemeenschap in Soest is hun positie aangetast.
4. De journaliste had zich in het gesprek met de vader van M. ervan moeten vergewissen of deze haar vragen wel goed begreep. Zij had er beter aan gedaan een tolk in te schakelen.

Beoordeling van de klacht

Het gaat in dit artikel om de beschuldiging van een ernstig strafbaar feit jegens een 17-jarige jongen, die in een extra kwetsbare positie verkeert omdat hij beperkt is in zijn verstandelijke vermogens en behoort tot de Turkse minderheidsgroep uit zijn woonplaats. Deze gegevens nopen tot de grootste zorgvuldigheid bij het schrijven van een artikel over het handelen van deze minderjarige. De journaliste heeft nagelaten deze extra zorgvuldigheidsnorm in acht te nemen en heeft zelfs de gewone zorgvuldigheidsregels met voeten getreden door het gehele artikel op te hangen aan een gerucht, dat afkomstig is van één enkele moeder. Er is geen onderzoek gedaan naar de juistheid van de uitlatingen van deze moeder door bijvoorbeeld een gesprek met de politie of de in het artikel genoemde basisschool en het RIAGG.

Het feit dat de uitlatingen van deze moeder alle tussen aanhalingstekens zijn geplaatst vormt geen rechtvaardiging voor het klakkeloos overnemen daarvan, zonder nader onderzoek. De minderjarige jongen wordt in een kwaad daglicht gesteld zonder enig bewijs en hij had zeker niet met naam en toenaam genoemd mogen worden.

Ook de wijze waarop de journaliste wederhoor heeft toegepast acht de Raad hoogst onzorgvuldig omdat zonder tolk met de ouders van de jongen geen behoorlijk gesprek mogelijk was.

Op grond van al het bovenstaande is de Raad van oordeel dat betrokkene laakbaar heeft gehandeld en door deze publikatie in vergaande mate de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 16 februari 1995 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, M.J. Kes, K. Wiese en mw A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 4.