1995/34 gegrond

de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland tegen de hoofdredacteur van de Telegraaf en A. Burlage

In een klaagschrift van 20 april 1995 met 2 bijlagen heeft mr G.J. Kemper te Amsterdam namens de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VVN) te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Telegraaf en de journalist A. Burlage (betrokkenen).
Dezen hebben geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid schriftelijk op de klacht te reageren.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 december 1995. Klaagster werd vertegenwoordigd door mr G.J. Kemper. Betrokkenen zijn niet verschenen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In De Telegraaf van maandag 6 februari 1995 is onder de kop "Hulpverlener gepakt op Schiphol voor smokkelen illegaal" op de voorpagina een bericht geplaatst van betrokkene A. Burlage. Het artikel wordt vervolgd op pagina 6 en bevat de volgende passages.
"Een medewerker van Vluchtelingenwerk Nederland wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij het ons land binnensmokkelen van een illegale vreemdeling. Politie en douane zijn bezig met een onderzoek naar mensensmokkel door hulpverleners."

"De zaak kwam aan het licht nadat de douane op Schiphol een coördinator van Vluchtelingenwerk Nederland op heterdaad betrapte toen hij een Irakees ons land wilde binnensmokkelen. De man werd gearresteerd en daarna weer op vrije voeten gesteld."

"De betrokken medewerker van Vluchtelingenwerk Nederland gebruikte voor de mensensmokkel op Schiphol een geraffineerde methode. Hij had het allergoedkoopste ticket naar Brussel om zo voordelig mogelijk legaal achter de douane op Schiphol te komen.
In het stationsgebouw, achter de paspoortcontrole van de Koninklijke Marechaussee, kon hij als ingecheckte pseudo-reiziger naar Brussel gemakkelijk uit de aankomende passagiers aan de 'gate' de Irakees oppikken. Het is onduidelijk hoe vaak deze werkwijze succesvol is geweest. Na het oppikken van illegale vreemdelingen kan de luchthaven tamelijk gemakkelijk worden verlaten. De kans op succes is het grootst via dienstuitgangen in gezelschap van mensen die wel de vereiste pasjes hebben."

In een faxbrief van 7 februari 1995 heeft klaagster betrokkenen via haar advocaat op onjuistheden uit het bericht gewezen en om rectificatie gevraagd. In De Telegraaf van 8 februari 1995 is onder de kop "Voor mensensmokkel gepakte hulpverlener wordt niet vervolgd" een bericht verschenen waarin wordt meegedeeld dat de Officier van Justitie de zaak tegen de hulpverlener van VVN heeft geseponeerd omdat "niet kon worden aangetoond, dat er sprake was van geldelijk gewin".

Het bericht eindigt met de volgende tekst.
"De hulpverlener, een coördinator van een werkgroep van Vluchtelingenwerk Nederland in Twente, wilde volgens woordvoerster F. Biesma van VVN op Schiphol observeren hoe op de luchthaven de asielopvang verliep van een broer van een Irakees die hij kende. Volgens de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland handelde de hulpverlener als privépersoon en heeft het incident geen gevolgen voor de juridische medewerkers van de organisatie, die voor het verlenen van rechtshulp aan asielzoekers een toegangspasje voor de luchthaven Schiphol hebben."

De standpunten van partijen

De bezwaren van klaagster tegen het artikel zijn de volgende.
1. Door het gebruik van de term "mensensmokkel" gevolgd door een beschrijving van een kennelijk meer algemeen gevolgde werkwijze en zonder te vermelden dat de zaak tegen de betrokken medewerker van VVN inmiddels was geseponeerd alsmede dat het in dit geval om een incident ging waarbij van toeleg tot mensensmokkel geen sprake was, heeft De Telegraaf een onjuiste suggestie gewekt.Klaagster, die voor de uitvoering van haar werkzaamheden is aangewezen op vrijwilligers, subsidiënten en de medewerking van autoriteiten is hierdoor in diskrediet gebracht.
2. Betrokkenen hebben ten onrechte geen wederhoor toegepast, zulks terwijl het incident meer dan drie maanden voor de datum van publikatie plaats vond. Klaagster heeft aldus niet de gelegenheid gehad uiteen te zetten dat een van haar medewerkers op persoonlijke titel op verzoek van een hier te lande wonende Irakese cliënt, een retour-ticket kocht om de aankomst van diens broer op Schiphol waar te nemen en er zo mogelijk op toe te zien dat de Koninklijke Marechaussee de procedure tot het aanvragen van asiel correct zou toepassen. De opzet van stille observatie werd verijdeld omdat de inreizende vluchteling zijn broer herkende en begroette, waardoor commotie ontstond en waarop de medewerker van VVN zich bij de douane meldde om zijn positie uiteen te zetten. Deze werd gearresteerd maar na verhoor heengezonden. De Officier van Justitie heeft na onderzoek vervolgens besloten de zaak te seponeren en niet tot vervolging over te gaan.
3. Hoewel het bericht in De Telegraaf van 8 februari een aantal in het eerste bericht ontbrekende gegevens alsnog vermeldt, kan het tweede bericht niet gezien worden als een afdoende rectificatie omdat de suggestie, dat er sprake was van het oogmerk om mee te werken aan het ontduiken van de wettelijke voorschriften voor het inreizen van vreemdelingen ("mensensmokkel") daardoor niet is weggenomen. Ten aanzien van het sepot-besluit wordt immers slechts meegedeeld dat dit werd ingegeven door het ontbreken van de aanwijzing dat er geldelijk gewin werd beoogd. De betreffende Haarlemse pers-officier deelde de raadsman van klaagster desgevraagd mee dat de zaak was geseponeerd bij gebrek aan bewijs van mensensmokkel, waaraan de officier terloops toevoegde "terwijl er overigens ook geen aanwijzing was dat er geldelijk gewin werd beoogd". Ten onrechte namen betrokkenen in hun bericht alleen deze terloopse toevoeging over als motivering voor het sepot.

Betrokkenen hebben hun standpunt niet kenbaar gemaakt, noch schriftelijk noch ter zitting, zodat de Raad uitgaat van de juistheid van de door de VVN gestelde feiten.

Beoordeling van de klacht

Met klaagster is de Raad van oordeel dat betrokkenen de beschuldiging van mensensmokkel uit het eerste bericht niet hadden mogen publiceren zonder klaagster om een reactie te vragen waartoe, gezien het tijdsverloop tussen de datum van publikatie en de beschreven gebeurtenis, alle tijd was. Dit onderdeel van de klacht acht de Raad derhalve gegrond.

Het rectificerende bericht van 8 februari 1995 is onvoldoende om de gebreken van de eerste publikatie te herstellen. Weliswaar wordt in dat bericht alsnog vermeld dat het om een incident ging en om een persoonlijke actie van een medewerker van VVN, die geen gevolg heeft gehad voor juridische medewerkers van de organisatie en dat ten aanzien van die medewerker intussen tot sepot was besloten. Het bericht houdt echter de suggestie van mensensmokkel in stand door de redenen voor het sepot niet volledig te vermelden. Inzoverre acht de Raad ook dit onderdeel van de klacht gegrond.

Beslissing

Betrokkenen hebben gehandeld in strijd met hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door: ten eerste met betrekking tot de aangevallen publikatie van 6 februari 1995 geen wederhoor toe te passen bij klaagster, zulks terwijl het bericht de ernstige beschuldiging van mensensmokkel jegens klaagster inhoudt. In de tweede plaats door in het vervolgbericht van 8 februari weliswaar een aantal essentiële ontbrekende gegevens alsnog te vermelden, maar zonder de beschuldiging van mensensmokkel weg te nemen.

De Raad acht de klacht hierover gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing in zijn geheel of in samenvatting te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 15 december 1995 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, W.F. de Pagter, M.J. Kes, mw A.G. Scherphuis en W.H.K. Ammerlaan, leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 34.