1995/3 gegrond

dr J. Lycklama à Nijeholt tegen de hoofdredacteur van Dagblad Tubantia

In een brief van 22 december 1994 met een bijlage heeft dr J. Lycklama à Nijeholt te Enschede (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Dagblad Tubantia (betrokkene). Namens deze heeft adjunct-hoofdredacteur H.M. Dam in een brief van 5 januari 1995 met een bijlage op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 februari 1995. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene werd vertegenwoordigd door H.M. Dam.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

Klager is neuroloog en verbonden aan het Medische Spectrum Twente (MST), een ziekenhuis in Enschede. Klager kocht eind 1994 een pand aan de Lasondersingel te Enschede om aan huis praktijk te gaan houden. De bestaande samenwerking met het MST kwam ten einde.

Onder de kop "Lycklama begint eigen praktijk" met daarboven in kleinere letters "Neuroloog verlaat MST en strijkt neer aan Lasondersingel" is in het Dagblad Tubantia van 21 december 1994 aandacht besteed aan deze feiten. De publikatie begint met de volgende passage.

"De Enschedese neuroloog dr. J. Lycklama à Nijeholt begint een eigen praktijk klinische neuro-fysiologie. Hij heeft het pand van de rechtspraktijk Lassche aan de Lasondersingel gekocht, ter hoogte van de voormalige textielfabriek De Bamshoeve. In het verleden was daarin het Duitse consulaat gevestigd. Het is de bedoeling dat de bekende, kleurrijke specialist gebruik blijft maken van de faciliteiten van het Medisch Spectrum Twente (MST)."

Na de mededeling dat de toekomstige samenwerkingsvorm met het ziekenhuis nog niet bekend is en enige citaten van klager over zijn nieuwe wijze van praktijkvoering, volgen onder het kopje "Klef" de volgende passages.

"De samenwerking tussen Lycklama à Nijeholt, die zich bezighoudt met aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel, en het MST werd in oktober opgezegd. Problemen met de maatschap gaven voor de neuroloog de doorslag op te stappen, zo legde hij destijds aan deze krant uit.
'Het was zeven tegen één. Dat clubje valt het best te omschrijven als slecht gekookte Uncle Ben's rijst. Eén kleffe bende waar ik mij niet langer thuis voelde', motiveerde hij zijn beslissing. Tegenstellingen tussen hem en zijn collega's kwamen pas goed aan de oppervlakte nadat Lycklama vlak achter elkaar in de media liet weten hoe hij over het MST dacht. Het is hem vooral een doorn in het oog dat het hospitaal werd geleid door managers zonder geneeskundige achtergrond. 'Een ziekenhuis is geen dropjesfabriek waar alles om winst draait', zei hij indertijd.

Door de directie van destijds werd de opstandige houding van Lycklama afgedaan als 'borrelpraat'. Zijn collega's uit de maatschap waren het daar roerend mee eens, op een enkeling na. 'Na al die uitlatingen pruimden ze mij niet meer.
En als je maar lang genoeg doordrukt, dan krijg je iemand wel weg. Op een dag in oktober zat ik in het ziekenhuis-restaurant en dacht: 'Het stinkt hier en iedereen smakt'. Toen ben ik weggegaan."

De standpunten van partijen

Het bezwaar van klager is dat de passages onder het kopje "Klef" citaten bevatten uit een gesprek, dat hij voerde met de aan het Dagblad Tubantia verbonden journaliste, mevrouw Ten Thije Boonkkamp, na een gesprek met deze journaliste in verband met een artikel over slaapstoornissen in het blad Bonus, een uitgave van een lokale ziektekostenverzekeringsmaatschappij, waaraan zij bijdragen levert.
In het nagesprek gaf hij "off the record" op schertsende wijze kritiek op de organisatie van het MST, uitlatingen die niets te maken hadden met het artikel in Bonus.

De publikatie van 21 december is gebaseerd op een gesprek met de journalist Rijkeboer, dat zich beperkte tot de nieuwe vestiging van zijn neurologische praktijk. Voor die publikatie had geen gebruik gemaakt mogen worden van zijn eerdere opmerkingen tegenover mevrouw Ten Thije Boonkkamp. Het artikel wekt nu de indruk dat hij zijn vestiging als zelfstandig neuroloog motiveert "met een scheldpartij over de ziekenhuismedewerkers en de organisatie", hetgeen schadelijk is voor de afwikkeling van het samenwerkingsverband met het MST en zijn toekomstige zelfstandige vestiging.

Betrokkene heeft in zijn verweerschrift het volgende gesteld.

"- Dr. Lycklama deed de gewraakte uitlatingen in een gesprek dat hij in oktober had met onze journaliste mevr. Ten Thije Boonkkamp. Mevr. Ten Thije Boonkkamp, die in Enschede algemeen bekend is al stadsredactrice van Dagblad Tubantia en zeker bij dr. Lycklama omdat zij gezondheidszorg in haar pakket heeft, meldde daarop, dat haar dat interessant leek voor publikatie in Dagblad Tubantia. Dr. Lycklama verzocht haar zulks 'voorlopig' niet te doen omdat hij nog in financiële afwikkeling met MST, etc. Hij zag dat mevr. Ten Thije Boonkkamp aantekeningen maakte, ook toen hij zijn nogal gekruide opmerkingen over MST deed.

- Een maand later kwamen Lycklama en mevr. Ten Thije Boonkkamp elkaar bij toeval tegen. Dr. Lycklama meldde toen, dat hij de banden met MST definitief verbroken had. De financiële afhandeling was echter nog niet rond, zo zei hij. Hij zegde haar toe dat hij iets van zich zou laten horen, zodra de besprekingen met MST afgerond waren.

- Weer een maand later vernam onze redacteur W. Rijkeboer, die net als mevr. Ten Thije Boonkkamp op onze stadsredactie Enschede werkzaam is, van een van zijn bronnen dat Lycklama een pand in Enschede had gekocht, om daar een praktijk te beginnen. Rijkeboer, die niet op de hoogte was van de eerdere gesprekken tussen Lycklama en mevr. Ten Thije Boonkkamp, had daarover Lycklama benaderd die hem onder meer zei dat hij t.z.t. het hele verhaal over zijn relatie met MST aan hem (Rijkeboer) zou vertellen.

- Toen dat tijdens overleg op de stadsredactie bekend werd, zei mevr. Ten Thije Boonkkamp dat zij het verhaal over de relatie tussen Lycklama en MST al had. Aangezien Lycklama klaarblijkelijk ook aan een andere collega het verhaal had beloofd, achtte zij zich niet langer gehouden aan de afspraak met hem, en voegde zij aan het verhaal van Rijkeboer enkele alinea's toe, die afkomstig waren uit het gesprek dat zij in oktober had gehad."

Betrokkene heeft hieraan toegevoegd dat de geciteerde uitspraken "pittig waren" maar dat rekening gehouden moet worden met het feit dat dr. Lycklama bekend staat als een man, die geen blad voor de mond neemt en die "een zeer eigen en kleurrijke manier van spreken heeft". Betrokkene verwijst in verband hiermee naar een artikel uit het Dagblad Tubantia van november 1993. Dit artikel bevat talloze uitspraken in dezelfde stijl als de citaten uit het bericht van 21 december 1994.

Klager heeft ter zitting van de Raad ontkend dat hij met mevrouw Ten Thije Boonkkamp zou hebben afgesproken dat zij op een later moment nog eens met hem een gesprek zou hebben voor een publicatie over de achtergronden van zijn vertrek uit het MST. De voorlaatste zin van het stuk onder "Klef" is een verkeerde weergave van een opmerking van klager. Hij heeft in figuurlijke zin iets gezegd als: "Als het in een restaurant stinkt ga je er toch ook weg".
Beoordeling van de klacht

De Raad stelt in de eerste plaats vast dat de citaten uit de gewraakte publikatie op zichzelf niet onjuist zijn, zij het dat een figuurlijk bedoelde en gedateerde uitspraak van klager op een verkeerde wijze in de voorlaatste zin is weergegeven.

De Raad is voorts van oordeel dat klager zich er niet op kan beroepen dat hij deze uitlatingen "off the record" deed. Klager wist dat hij in gesprek was met een journaliste, die daarover ook aantekeningen maakte. Klager had er daarom bedacht op moeten zijn dat van zijn uitlatingen gebruik gemaakt zou kunnen worden en had als hij bepaalde uitspraken niet in de krant wilde hebben, daarover een afspraak met de journaliste moeten maken. Zonder een dergelijke afspraak is een journalist vrij om wat hem in de uitoefening van zijn beroep wordt verteld te publiceren. Evenmin is gebleken van omstandigheden die meebrengen dat de journaliste in dit geval ook zonder een dergelijke afspraak had behoren te begrijpen dat de gemaakte opmerkingen niet voor publicatie waren bestemd.

Voor de beantwoording van de vraag of dat gebruik geoorloofd was met betrekking tot de publikatie van 21 december is van belang dat volgens de journaliste Ten Thije Boonkkamp met haar was afgesproken, dat zij over het afscheid van klager bij het MST pas zou publiceren na overleg met klager. De Raad laat in het midden of die afspraak bestond en, zo ja, of klager en de journaliste dezelfde verwachtingen hadden van haar toekomstige artikel. Voor beide partijen gold evenwel, uitgaande van deze door betrokkene gestelde afspraak, dat de gewraakte uitlatingen van klager niet zonder meer gepubliceerd zouden worden.

Hoewel begrijpelijk is dat de journaliste haar toezeggingen aan klager in een nieuw licht zag toen het nieuws over klagers afscheid van het MST met medeweten van klager toch al in de krant zou komen en hoewel evenzeer begrijpelijk is, dat de journaliste niet bedacht was op bezwaren tegen het publiceren van klagers uitlatingen op grond van taalgebruik en stijl, dit gezien de toon van een eerder met instemming van klager gepubliceerd artikel in dezelfde krant, had de journaliste naar het oordeel van de Raad toch niet gebruik mogen maken van het door haar verzamelde materiaal zonder eerst contact op te nemen met klager.

In zoverre acht de Raad de klacht dan ook gegrond en zijn door de publikatie van die uitlatingen de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Voor het overige is de klacht niet gegrond, zoals uit het voorgaande blijkt.

Beslissing

De Raad acht de klacht gedeeltelijk gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het Dagblad Tubantia.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 16 februari 1995 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr L. van Vollenhoven, M.J. Kes, K. Wiese en mw A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 3.