1995/29 ongegrond

C. Boissevain tegen V. Holt (5 uurshow) en RTL-4

Met een brief voorzien van twee bijlagen van 28 mei 1995 heeft de heer mr C. Boissevain (klager) te Leidschendam een klacht ingediend tegen Viola Holt, presentatrice van de 5 Uurshow, en de directie van RTL-4 (betrokkenen). Op de klacht is namens betrokkenen gereageerd door mevrouw K. de Groot van John de Mol Produkties, met een brief van 16 juni 1995.
De zaak is behandeld ter zitting van 27 oktober 1995, alwaar klager in persoon is verschenen. Namens betrokkenen verschenen mevrouw I. Boelhouwer (redactie 5 Uurshow) en mevrouw D. Hoelscher (Juridische Zaken RTL-4). Ter zitting werd een bandopname vertoond van het deel van het televisieprogramma waar de klacht betrekking op had.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In de ochtend van 27 maart 1995 werd klager telefonisch benaderd door mevrouw Boelhouwer, met de vraag of hij zijn medewerking wilde verlenen aan een uitzending van de 5 Uurshow, in het kader van de orgaandonatieweek. Hoewel klager het programma niet kende hebben zijn echtgenote en hij zich bereid verklaard diezelfde middag in de (live-)uitzending te verschijnen om hun argumenten voor het dragen van een donorcodicil aan de kijkers uiteen te zetten. Sinds het overlijden van hun dochter, die draagster was van een donorcodicil, waren zij al vaker in de publiciteit getreden met dit onderwerp. In het uur voorafgaand aan de uitzending vond een voorbereidingsgesprek plaats met mevrouw Boelhouwer. Klager heeft zijn argumenten, die hij op schrift had gezet, aan mevrouw Boelhouwer overhandigd.
Tijdens het interview werd door de presentatrice, mevrouw Viola Holt, onder andere gevraagd naar de omstandigheden rond het overlijden van de dochter van klager en zijn echtgenote. Toen klager op een gegeven moment zijn argumenten voor het dragen van een codicil wilde noemen, werd hij in de rede gevallen en werd het gesprek abrupt beëindigd. Het item heeft zeven minuten geduurd. Klager heeft zijn ongenoegen over de gang van zaken en de organisatie schriftelijk kenbaar gemaakt aan betrokkenen in een brief van 28 maart 1995. Daarop is telefonisch gereageerd door mevrouw K. de Groot van het redactieteam. Op een herhaald verzoek van klager om een schriftelijke reactie is niet door betrokkenen gereageerd.

De standpunten

Klager vindt dat de presentatrice de in het voorbereidingsgesprek gemaakte afspraken niet is nagekomen. Hij had uitdrukkelijk te kennen gegeven het niet te willen hebben over de omstandigheden rond het overlijden van zijn dochter, omdat zijn echtgenote en hij dat te belastend vonden. Hij was hoofdzakelijk gekomen om de argumenten voor het dragen van een codicil naar voren te brengen. Daar heeft hij echter geen gelegenheid voor gekregen. Klager is zeer verontwaardigd over de wijze waarop het gesprek werd afgebroken. Daarnaast richt zijn klacht zich op het uitblijven van een schriftelijke reactie op zijn brieven, terwijl hij daar expliciet om had verzocht. Ook het door hem ter beschikking gestelde stuk is, ondanks een verzoek daartoe, niet geretourneerd.

Namens betrokkenen is gesteld dat men de gang van zaken betreurt. De opzet van het interview was van tevoren met klager besproken. Het is echter anders gelopen. Voor de inleiding van het item was het noodzakelijk om iets over de achtergronden van de gasten te vertellen. Doordat de presentatrice verder doorvroeg over de ervaringen en gevoelens van klager en zijn echtgenote, was er geen tijd over om hem al zijn argumenten voor het dragen van een codicil te laten noemen. De geplande tijd voor het item was 5 minuten, maar uiteindelijk heeft het 7 minuten geduurd. Voor het feit dat zijn verhaal werd afgebroken zijn telefonisch excuses aangeboden. Betrokkenen menen dat klager zich van tevoren had moeten vergewissen in wat voor soort programma hij terecht kwam. De 5 Uurshow is een 'infotainment'programma, een mengeling van informatie en entertaiment.
Er is nooit door betrokkenen toegezegd dat er een schriftelijke reactie zou volgen op de brieven van klager. Betrokkenen reageren doorgaans telefonisch op brieven van klagers, omdat zij de voorkeur geven aan een meer persoonlijke benadering. Indien in zo'n telefoongesprek de irritatie is weggenomen en excuses zijn aanvaard, is een brief niet meer nodig. Ook in het geval van klager is deze weg bewandeld. Het stuk van klager waarin de argumenten voor het dragen van een codicil staan hebben zij helaas niet meer kunnen traceren.

Beoordeling

Het eerste onderdeel van de klacht is gericht op de gang van zaken tijdens de uitzending. De Raad stelt vast dat betrokkenen het verloop van het televisieprogramma kennelijk niet goed in de hand hadden, waardoor het interview anders is verlopen dan klager op grond van de voorbespreking mocht verwachten. In een live-interview zijn afwijkingen evenwel niet geheel uit te sluiten. De presentatrice had er beter aan gedaan indien zij klager aan het eind van het gesprek tenminste had laten uitpraten, althans op een meer elegante wijze duidelijk had gemaakt dat de tijd voor dit item voorbij was, teneinde dit nu voor klager teleurstellende verloop te voorkomen. De Raad is echter van oordeel dat er geen sprake is van klachtwaardig gedrag.
Het tweede onderdeel van de klacht betreft de wijze waarop door betrokkenen is gereageerd op brieven van klager. Betrokkenen hebben gekozen voor een telefonische reactie, waarin excuses zijn aangeboden. Het zou betrokkenen gesierd hebben, indien zij, vanwege de gevoeligheid van het onderwerp, een persoonlijke brief aan klager gestuurd zouden hebben. Door dit na te laten zijn echter geen grenzen overschreden van hetgeen gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid nog maatschappelijk aanvaardbaar moet worden geacht.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting bekend te maken in één van de uitzendingen van RTL-4.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 november 1995 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G. Dullens, H. van Gessel, drs. M.W.M. Vos-van Gortel, en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1995, 29.