1995/28 ongegrond

Groninger Studenten Corps tegen Nieuwsblad van het Noorden

Met een brief met één bijlage van 20 juni 1995 heeft mevrouw Suzanne de Vries namens het Groninger Studenten Corps Vindicat Atque Polit (klager) te Groningen een klacht ingediend tegen het Nieuwsblad van het Noorden (betrokkene). Hierop is namens betrokkene gereageerd door mr D.T. Dalmolen, hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, met een brief van 27 juli 1995.
De zaak is behandeld ter zitting van 27 oktober 1995. Partijen hebben laten weten geen gebruik te willen maken van het recht hun standpunten mondeling toe te lichten.

De feiten

Klager organiseert jaarlijks een evenement, genaamd de Landeweek. In deze week wordt een land centraal gesteld, met de bedoeling om alle Groningers met de cultuur van dit land kennis te laten maken. De sociëteit van klager is die week open voor de hele stad. Een commissie bestaande uit 7 personen is belast met de organisatie van de Landeweek. Mevrouw S. de Vries, praeses van de commissie, heeft eind mei 1995 contact opgenomen met betrokkene, om de Landeweek 1995 in de publiciteit te brengen. De Landeweek zou plaatsvinden in de week van 4 tot en met 7 juli. De coördinator van de Stadsredactie, Martin de Bruin, stelde een interview voor, waarmee mevrouw De Vries instemde. Op 2 juni 1995 werd zij geïnterviewd door Nadine Kraaijenzang, werkzaam als stagiaire bij betrokkene. Mevrouw De Vries heeft tijdens dit interview laten weten dat het thema en het daaraan gekoppelde programma tot 22 juni 1995 geheim moesten blijven, omdat de officiële en feestelijke bekendmaking gepland was op 21 juni. De heer De Bruin heeft haar diezelfde dag laten weten, dat hij het artikel wilde publiceren inclusief het thema, omdat er anders weinig te melden zou zijn over het evenement. Mevrouw De Vries heeft hier tegen geprotesteerd. Op 9 juni 1995 heeft betrokkene het artikel, waarin het hele programma werd vermeld, gepubliceerd, zodat het thema geen geheim meer was.

De standpunten

Volgens klager heeft betrokkene een afspraak geschonden, die mevrouw De Vries gemaakt had met Nadine Kraaijenzang. Die afspraak hield in, dat in het artikel het thema niet vermeld zou worden bij publikatie vóór 22 juni 1995. Indien het artikel wel vóór deze datum gepubliceerd zou worden, zou het een globaal karakter hebben.
Ook zou de heer De Bruin in een telefoongesprek op 6 juni 1995 tegen mevrouw De Vries gezegd hebben, dat het thema niet in het artikel vermeld stond en het artikel zo geplaatst zou worden. Dit bleek achteraf niet waar te zijn.

Betrokkene stelt dat Nadine Kraaijenzang op het verzoek om geheimhouding van het thema heeft geantwoord, dat zij dit eerst wilde overleggen met de coördinator van de stadsredactie, Martin de Bruin. Die heeft mevrouw De Vries diezelfde dag laten weten dat haar achteraf gestelde voorwaarden niet acceptabel waren. Betrokkene ontkent dat de heer De Bruin onjuiste mededelingen heeft gedaan over de inhoud van het artikel, zoals dat zou worden geplaatst.

Beoordeling

De vraag waarvoor de Raad zich bij deze klacht gesteld ziet is, of er afspraken met betrekking tot een embargo zijn geschonden.
Klager heeft gesteld dat er afspraken gemaakt zijn. Betrokkene heeft dit betwist. De Raad is niet in staat op grond van de stukken vast te stellen wie hier gelijk heeft. De klacht moet daarom bij gebrek aan feitelijke basis ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nieuwsblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 november 1995 door mr W.D.H. Asser, voorzitter, mr G. Dullens, H. van Gessel en drs. M.W.M. Vos-van Gortel, leden, in tegenwoordigheid van mr I.H.J. Konings, secretaris.

RvdJ 1995, 28.