1995/27 ongegrond

drs R. Singelenberg tegen de hoofdredacteur van HP/De Tijd

In een brief van 1 juni 1995 met twee bijlagen heeft drs. R. Singelenberg te Utrecht (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van HP/De Tijd (betrokkene). In een brief van 6 juli 1995 heeft Auke Kok, redacteur bij HP/De Tijd, namens de hoofdredactie op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 november 1995. Klager is in persoon verschenen. Betrokkene heeft laten weten niet aanwezig te kunnen zijn.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In HP/De Tijd van 5 mei 1995 is onder de kop "Een warm gevoel van binnen" een artikel gepubliceerd van Pauline de Bok over de mogelijke achtergrondrol van sekten bij twee recente door mensenhand veroorzaakte rampen in Tokio en Oklahoma.

Het artikel beschrijft om welke redenen mensen zich aansluiten bij een sekte en geeft een verklaring voor het bestaan van verschillende soorten sekten.

Het artikel bevat het volgende naschrift.
"Met dank aan sektenonderzoeker Richard Singelenberg, verbonden aan de vakgroep culturele antropologie van de universiteit van Utrecht."

De standpunten van partijen

Volgens klager bestaat het uit 180 regels tellende stuk van Pauline de Bok voor 140 regels uit door hem verstrekte informatie. Het bevat letterlijke citaten van klager en is verder grotendeels een weergave in eigen woorden van de journaliste van zijn antwoorden op haar vragen. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat het gehouden vraaggesprek ook als zodanig zou worden gepubliceerd. Pas later besloot mevrouw De Bok tot een andere vorm.

Klager is van oordeel dat het dankwoord in het onderschrift geen recht doet aan zijn bijdrage aan het artikel. De journaliste had met zoveel woorden moeten aangeven dat alle informatie in het artikel afkomstig was van klager.

Klager bracht zijn bezwaren in een brief van 9 mei 1995 ter kennis van de hoofdredacteur van HP/De Tijd. Op die brief kreeg hij geen antwoord.

Betrokkene is van oordeel dat aan klager wel voldoende recht is gedaan omdat in het artikel zelf geen bronnen worden vermeld en hij in het naschrift als enige bron is genoemd.
"Dat de heer Singelenberg meer credits had willen hebben, spijt ons zeer. Wij waren en zijn echter nog steeds van mening dat hij duidelijk en voor iedereen zichtbaar werd bedankt voor de hulp bij de totstandkoming van een nuttig artikel."

Beoordeling van de klacht

Wanneer de inhoud van een artikel in hoofdzaak gebaseerd is op de informatie van een bepaalde zegsman, dient de journalist dit tot uitdrukking te brengen. In de onderhavige zaak is door betrokkene niet weersproken dat klager de belangrijkste informatiebron voor het artikel is geweest. Het zou de redactie gesierd hebben wanneer dit in het naschrift tot uitdrukking was gebracht.

Echter, door dit naschrift te beperken tot de woorden "met dank aan" heeft betrokkene nog niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Daarbij overweegt de Raad dat ook deze woorden voldoende de relatie aangeven tussen de inhoud van het stuk en de door klager verstrekte informatie, mede gelet op de aard van het tijdschrift, dat bestemd is voor het grote publiek en dus niet een wetenschappelijk tijdschrift is. De Raad zal de klacht dus ongegrond verklaren. Overigens is de Raad van oordeel dat klager antwoord had behoren te krijgen op zijn brief van 9 mei 1995 aan de hoofdredacteur.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in HP/De Tijd.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 november 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.F. de Pagter, drs K.J. van der Zande, J.M.P.J. Verstegen en mw A. Koerts,leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 27.