1995/26 ongegrond

W. Smit tegen de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad

In een brief van 6 juni 1995 met zes bijlagen heeft W. Smit te Amersfoort (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad (betrokkene). In een brief van 11 juli 1995 met vier bijlagen heeft R.H. van de Loo, adjunct-hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad namens betrokkene op de klacht gereageerd. Door klager werd schriftelijk gerepliceerd in een brief van 29 juli 1995 met één bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 november 1995. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In het Utrechts Nieuwsblad van 20 januari 1995 is onder de kop "Harde kern Unie 55+ fel tegen fusie AOV" een artikel gepubliceerd waarin aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid van een fusie tussen de twee politieke ouderenpartijen Unie 55+ en het Algemeen Ouderen Verbond. Dit artikel opent met de volgende passage.

"De aankondiging dat de twee politieke ouderenpartijen Unie 55+ en het Algemeen Ouderen Verbond (AOV) gaan fuseren heeft een harde kern van Utrechtse Unie-aanhangers hoog in de gordijnen gejaagd. Woorden als 'kiezersbedrog', 'opportunisme' en 'manipulatie' keren met grote regelmaat terug in het felle betoog van de Utrechtse campagneleidster voor de Unie 55+, de strijdbare Erna Peltzer."

Over de in deze inleiding genoemde Erna Peltzer vermeldt het artikel het volgende.

"Erna Peltzer was ooit lid van de AOV maar stapte na onvrede over naar de Unie 55+. Een fusie zal haar in zekere zin politiek dakloos maken omdat ze nooit meer bij de AOV wil horen."

In het Utrechts Nieuwsblad van 3 maart 1995 is onder de kop "Peltzer, AOV of Unie 55+" een brief opgenomen van klager in zijn hoedanigheid van secretaris van de provinciale afdeling AOV Utrecht. De inhoud van de brief luidt als volgt.
"Graag wil ik reageren op het artikel in uw krant van 20 januari j.l. waarvan de kop luidt: 'Harde kern Unie 55+ fel tegen fusie AOV'. Met bewoordingen als 'kiezers-bedrog', 'opportunisme' en 'manipulatie' tracht mevrouw Erna Peltzer een dreigende fusie tussen het AOV en haar partij te voorkomen. Gemeld wordt dat Erna lid was van het AOV, maar dat zij na onvrede overstapte naar de Unie 55+. Zij wil nooit meer iets met de AOV te maken hebben en is tevreden over de mooie verkiezingscampagne die zij voor de Unie 55+ heeft gemaakt. De waarheid is dat Erna Peltzer zich pas als lid van het AOV meldde nadat het bestuur van de AOV haar te kennen had gegeven niet van haar diensten gebruik te zullen maken, gezien haar wel zeer merkwaardig gedrag. Erna staat thans als kandidate op de verkiezingslijst van de Unie 55+ en is druk bezig samen te werken met het AOV. De kiezers moeten nu maar beslissen wie men straks in de Provinciale Staten wenst als betrouwbare vertegenwoordiging."

In het Utrechts Nieuwsblad van 7 maart 1995 is onder de kop "AOV-bestuurder mag niet jokken" een ingezonden brief opgenomen van Erna Peltzer. De inhoud van deze brief luidt als volgt.
"De heer Smit, secretaris van het AOV Utrecht, vertelt in zijn brief van 3 maart onwaarheden. Hij stelt dat ik uit het AOV werd getrapt voordat ik er uitstapte. Dit is een leugen. Ik kreeg zelfs nadat ik al naar de Unie 55+ was overgestapt een brief van het AOV-hoofdbestuur waarin stond dat men blij was met mijn lidmaatschap. De waarheid is dat de heer W. Smit op eigen houtje mij in een onbeschofte brief schreef dat ik geen lid was. Hij schreef bovendien dat ik mijn lidmaatschap niet betaald zou hebben. Ook dit is een leugen. Ik wilde uit idealistische motieven lid worden van een ouderenpartij en ben van de AOV overgestapt naar de Ouderen Unie 55+ vanwege de sfeer. De heer Smit (AOV) heeft een spelletje gespeeld door te proberen mij naar beneden te halen. Hij is kennelijk nog niet uitgespeeld, zoals uit zijn ingezonden - onware - brief blijkt. Misschien is hij teleurgesteld omdat hij zelf geen verkiesbare plaats heeft en ik op de tweede plaats van de Unie 55+-lijst sta. Gelukkig is de verstandhouding tussen de andere AOV-leden en mijzelf goed. Er is samengewerkt bij het opplakken van pamfletten op borden. Het zou zonde zijn om dat door een brief van een eenling te laten verpesten."

In een brief van 18 mei 1995 heeft klager bezwaar gemaakt tegen het opnemen van de ingezonden brief van Erna Peltzer. Hij eist van het Utrechts Nieuwsblad een schadevergoeding van f 20.000,-.

De standpunten van partijen

Klager is van oordeel dat het Utrechts Nieuwsblad de ingezonden brief van Erna Peltzer niet had mogen plaatsen omdat deze brief feitelijke onjuistheden en negatieve aantijgingen bevat waardoor klagers naam naar zijn mening "op uitzonderlijk lasterlijke wijze voor duizenden lezers van uw krant in mijn regio door het slijk is gehaald" met ernstige nadelige gevolgen voor de uitvoering van klagers werkzaamheden. Volgens klager staat het vast dat mevrouw Peltzer nooit geboekt heeft gestaan als lid van het AOV en dat zij nooit contributie heeft betaald. De daarover door klager op 9 december 1994 aan mevrouw Peltzer gezonden brief bevat geen onvertogen woord en is in overleg met en goedkeuring van het bestuur van het AOV verzonden en dus niet "op eigen houtje" zoals mevrouw Peltzer in haar ingezonden brief in het Utrechts Nieuwsblad schrijft. Door het kopje boven deze brief "AOV-bestuurder mag niet jokken" heeft de krant zich achter de inhoud van de brief gesteld. Dat ingezonden brieven buiten verantwoordelijkheid van de redactie worden geplaatst staat bij de betreffende rubriek niet vermeld. Klager meent daarom dat de redactie van het Utrechts Nieuwsblad wel degelijk op de inhoud kan worden aangesproken zodat hij terecht om schadevergoeding heeft gevraagd.

Betrokkene heeft geantwoord dat de redactie heeft besloten de ingezonden brief van Erna Peltzer te plaatsen als sluitstuk bij de toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor. De door klager beschuldigde partij, mevrouw Peltzer, diende de gelegenheid tot weerwoord te krijgen.

"Ons inziens heeft uw collega-politica mevrouw E. Peltzer in onze brievenkolommen op een correcte wijze op uw beschuldigingen gereageerd. Ze vulde dat aan met enkele pittige maar oirbare kwalificaties van uw optreden. Daar is niets verkeerds aan, briefschrijvers mogen elkaar best stevig in de haren vliegen, zolang de grenzen van fatsoen niet worden overschreden".
Betrokkene handhaaft het aldus in zijn brief van 23 mei 1995 aan klager geformuleerde standpunt.

Beoordeling van de klacht

Voor de beoordeling van de vraag of betrokkene gehandeld heeft in strijd met de door hem in acht te nemen zorgvuldigheid bij het plaatsen van de ingezonden brief van Erna Peltzer geldt als uitgangspunt dat de inhoud van een ingezonden brief in beginsel niet valt onder de verantwoordelijkheid van de redactie. Ten aanzien van dergelijke brieven behoeft slechts marginaal getoetst te worden of de inhoud daarvan zodanig in strijd is met de algemene regels van fatsoen dat het recht van vrije meningsuiting daarvoor moet wijken. In het onderhavige geval kon de redactie tot het oordeel komen dat zulks niet het geval is, waarbij de Raad bovendien in zijn beschouwing betrekt dat het gaat om een geschil van mening tussen twee politici.

De kop boven de brief beschouwt de Raad als niet meer dan een samenvatting van de inhoud van de brief, zodat aan het plaatsen van die kop niet de conclusie kan worden verbonden dat de krant partij heeft gekozen in het conflict en zich achter de inhoud van de brief stelt. Zelfs indien juist is dat het Utrechts Nieuwsblad niet in haar kolommen vermeldt dat de inhoud van ingezonden brieven uitsluitend voor verantwoordelijkheid van de inzender komt, had klager dat kunnen weten omdat dit naar het oordeel van de Raad een feit van algemene bekendheid is.

Hoewel het de redactie van het Utrechts Nieuwsblad niet zou hebben misstaan indien zij klager eigener beweging in de gelegenheid had gesteld te reageren op de ingezonden brief van mevrouw Peltzer, kan niet gezegd worden dat de redactie door dit niet te doen, heeft gehandeld in strijd met hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid van de krant, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad overweegt daarbij nog dat klager zelf ook niet om het plaatsen van een reactie heeft gevraagd maar om een geldelijke schadevergoeding ongeveer twee maanden na plaatsing.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt het betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Utrechts Nieuwsblad te plubliceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 november 1995 door mr P.J. Boukema, voorzitter, W.F. de Pagter, drs K.J. van der Zande, J.M.P.J. Verstegen en mw A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mw mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1995, 26.